Home » Algemeen

Category Archives: Algemeen

De Lusitania-medaille: Misleiding & Bedrog

Op vrijdag 7 mei 1915 wordt ’s middags om tien over drie de Engelse hulpkruiser Lusitania getorpedeerd door de Duitse onderzeeër U-20. De afgevuurde torpedo zorgde ervoor dat het 45.000 ton zware schip binnen 18 minuten naar de bodem zonk. Ruim 1.200 burgers kwamen om het leven. Ook de in Amsterdam geboren en met de Nederlandse musicus Philip Abas getrouwde Beatrice Landesman, zij verdronk samen met haar twee dochters, de 6-jarige Isabel en 2-jarige Beatrice.

In haar ruimen vervoerde het als passagiersschip aangeduide schip in het geheim Amerikaans wapentuig waar Engeland zo om stond te springen, zoals de 5.000 stuks 3 inch granaten verstopt tussen 90.000 kilo boter, kaas en spek, geleverd door de Bethlehem Steel Company. Daarnaast duizenden ontstekingsmechanismen geproduceerd door de Amerikaanse wapenindustrie en de door Remington Small Arms Co. geleverde 4.3 miljoen patronen .303 geweermunitie. Daarmee was (niet alleen) het voorste vrachtruim volgeladen met alles waaraan het Engelse leger zo dringend nodig had aan het front.

Als protest tegen het zinloze moorden en oorlogshandel van de hypocriete oorlogsbankiers ontwierp de in München woonachtige kunstenaar Karl Goetz in augustus 1915 een sarcastisch bedoelde herinneringsmedaille die hij in een kleine kring verkocht. De satirisch bedoelde medaille had echter een storende fout, Goetz had de datum foutief vermeld: 5 mei 1915.

Eén van deze eerste medailles kwam in Engelse handen die haar gebruikten voor hun oorlogsleugenmachine en werden ze in grote aantallen in Engeland en Amerika gekopieerd. In doos met oorkonde te koop voor vijftig dollarcent per stuk of 12 voor 3 dollar. Een geslagen bewijs ter herinnering aan het moorddadige Duitsland en de door dat smerige rijk begane moord op hulpeloze vrouwen en kinderen. Bij het kopiëren van de medaille maakten de geallieerde kopiisten echter (eveneens) een storende fout. Op de geallieerde kopie was de maand mei in het Engels aangegeven. Er stond MAY in plaats van het Duitse MAI. Goetz en de geallieerde vervalsers produceerden daarop een verbeterde versie waarop de datum en de maand wel goed stond: 7 MAI 1915.

Voorzijde:

De zinkende Lusitania met aan dek duidelijk herkenbare oorlogs-spullen, kanonnen, vliegtuigen etc. Met bovenaan de vermelding Keine Bann Ware (geen ban-goederen = geen verboden goederen) met onderop de tekst: Der Grossdampfer Lusitania durch ein Deutsches tauchboot versenkt (het stoomschip Lusitania door een duitse onderzeër tot zinken gebracht) en daaronder de eerste – foutieve – datum van 5 mei 1915

Achterzijde:

Een skelet die de dood moet voorstellen verkoopt de kaarten aan het Cunard Line loket. Bovenaan de medaille staat te lezen: Geschaft über alles (handel gaat boven alles). Links staat een man de krant te lezen waarop in het Duits U-Boot Gefahr (gevaar voor U-boten) te lezen staat terwijl achter hem de figuur van de Duitse ambassadeur graaf Johann-Heinrich von Bernstorff (met hoge hoed) te zien is die waarschuwend zijn rechter vinger omhoog houdt, herinnerend aan de waarschuwende advertentie die Duitsland geplaatst had in de Amerikaanse kranten.

Vuil Spel – Spaanse Burgeroorlog opnieuw belicht

De Spaanse burgeroorlog van 1936-1939 had niet plaats kunnen vinden als deze niet zou hebben gepast in de geopolitieke koers van het Britse Rijk. In haar imperiaal belang heeft zij actief hieraan mee gewerkt en toegestaan dat haar geheime diensten, waaronder de MI6, een actieve rol speelden in de plannen voor de fascistische staatsgreep in Spanje. Angst voor een communistische staatsgreep was een van de argumenten om de fascistische staatsgreep te steunen.

De Britten zagen in Largo Caballero, de leider van de socialisten, een groot gevaar. De Russische Pravda noemde Caballero de Spaanse Lenin. Het was in Brits belang dat Nazi-Duitsland in de gelegenheid werd gesteld de fascistische putschisten militaire bijstand te verlenen. Overschrijdende belangen zorgden ervoor dat de Joods-Spaanse multimiljonair Juan March, op dat moment de op zes na rijkste man ter wereld, deze staatsgreep met een blanco cheque van miljarden dollars op voorhand financierde. De genocide had echter niet plaats kunnen vinden als het uit islamitische Marokkaanse soldaten bestaande Afrikaanse leger zich buiten deze moordpartij had gehouden.

De auteur, Bert van Vondel (1957), rekent en omschrijft zichzelf als een onorthodox vrijzinnig publicist en houdt zich actief bezig met oorlog & vrede. Hij is geïnteresseerd in de achtergronden, de oorzaken en de gevolgen ervan. Beeldvorming, propaganda en misleiding achter de schermen heeft zijn warme belangstelling. Op zaterdagmiddag 21 april 2018 wordt het 64-pagina tellende boekwerk gepresenteerd bij Boekhandel Nieborg, Torenstraat 4 in het Oost-Groningse Winschoten.

Bert van Vondel

Bert 2016Vrijdenker Bert van Vondel (1957) rekent en omschrijft zichzelf als een onorthodox vrijzinnig publicist. Van Vondel houdt zich actief bezig met oorlog & vrede, over de achtergronden, over oorzaken en gevolgen. Onder het pseudoniem Fré Morel publiceerde hij meerdere historische titels. Hij is breed georiënteerd, van eeuwen voor de westerse jaartelling tot aan de Wereldonrust van vandaag de dag met WOI als specialisatie.

Net als Winston Spencer Churchill is hij van mening dat de beide wereldoorlogen van de vorige eeuw een geheel vormen en in wezen een voortzetting zijn van de Franse Revolutie, in wezen niet anders dan een tweede dertigjarige oorlog.

Vrijheid van denken is elementair waarbij de mens zich niet laat voorschrijven hoe hij of zij over een bepaalde kwestie hoort te denken. Deze vrijzinnigheid maakt de mens dan ook geneigd tot onconventioneel of zelfs rebels denken en spreken. Kort samengevat: alles denken zonder enige verplichting om te doen of te behoeven. Alles onderzoekend rechercheren, van links-radicaal tot extreemrechts, van ultra-nationaal tot fundamentalisme, zijn kennis-en-kring is navenant.

In april 2018 wordt het boek Oorlog is misleiding en bedrog opnieuw uitgebracht door uitgeverij de Blauwe Tijger. Tegelijkertijd verschijnt bij deze uitgeverij een nieuwe titel: Vuil Spel. Hierin stelt Van Vondel aan de orde dat de Spaanse burgeroorlog van 1936-1939 niet plaats had kunnen vinden als deze niet zou hebben gepast in de geopolitieke koers van het Britse Rijk. De revenuen van de publicaties komen ten goede aan de Stichting Vredesonderwijs Nederland.

In de afgelopen 20 jaren heeft hij onderzoek verricht in o.a. radicalisatie op internet, heeft hij weet van links- en rechtsradicalisme, de meerlagige complexe werking en invloed van beeldvorming propaganda en nep-nieuws. Van Vondel is een verteller en heeft vooral met kinderen een directe verbinding. Hij weet hen moeiteloos voor uren geboeid aan zijn lippen te binden. De afgelopen 12 jaar heeft hij als gastdocent voor de Stichting Vredesonderwijs Nederland gastlessen verzorgd op honderden scholen in heel Nederland. Naar schatting 15.000 kinderen heeft hij in deze periode aangezet tot zelf-denken en kritisch te blijven op al wat verteld, getoond en beweerd wordt.

De Groninger gemeente Oldambt heeft de stichting voor de schooljaren 2016 / 2018 subsidiair ondersteund, evenals het SOOOG, (Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen). Voor Stichting Herdenkingsstenen Veendam Wildervank verzorgde Van Vondel gastlessen op alle scholen in Veendam, Wildervank en Burgercompagnie. Ook voor het Dollard College in Winschoten heeft hij een uitgebreide gastlezing verzorgd over Oorlog en Vrede met Srebrenica als leitmotiv. Hij heeft College-lezingen gegeven aan studenten toegepaste psychologie, Rotarians, Vrouwen van Nu, Schoolbesturen, uiteenlopende verenigingen, schakelklassen op de Ubbo Emmius scholengemeenschap aan kinderen uit AZC’s, 4-mei lezingen waaronder in de stad Winschoten en in de gemeente Meeden. Het is slechts een kleine greep uit de activiteiten welke Van Vondel op vrijwilligersbasis en zonder persoonlijke vergoeding verricht. Van Vondel houd zich actief met Irenologie, zogezegd de tak van de wetenschap die processen die tot vrede leiden en die dit in stand houden bestudeert. Voor Van Vondel is een absolute waarheid in de geschiedschrijving een absolute onmogelijkheid en on-gelijk aan werkelijkheid die slechts en enkel het totaal is van alle waarheden en leugens tezamen, daarom ook is de kern van zijn verhalende betoog onveranderd, ZELF-denken en doen in plaats van NA-denken en volgen.

Onder het Alter-Ego van Fré Morel (een samentrekking van de namen van twee politici uit het verleden, te weten Fré Meis en Edmund Dene Morel) en Bertus Blommink (een voorouder die als dienstplichtig militair in het leger van Napoleon diende) zijn in afgelopen jaren diverse boeken en essays uitgebracht waarin hij op kritische wijze de rol en werking van propaganda, de Nep-nieuws verspreidende media en de allesbepalende rol van overheden belicht. Door in het verleden te bladeren kan de toekomst worden hervormd wat het mogelijk kan maken oorlogen te voorkomen en dat staat aan de basis van het werk dat Van Vondel al jaren verricht, iets dat hij beschouwd als een burgerplicht en roeping.

 

Fré Morel

Bert 2016Fré Morel is een alter-ego van de Nederlandse onderzoeksjournalist en Vrijdenker Bert van Vondel (1957). Van Vondel rekent en omschrijft zichzelf als een onorthodox vrijzinnig publicist. De naam Fré Morel is een samentrekking van de namen van twee politici, te weten Fré Meis en Edmund Dene Morel. Van Vondel (1957) houdt zich actief bezig met oorlog & vrede, over de achtergronden, over oorzaken en gevolgen.

Van Vondel is breed georiënteerd, van eeuwen voor de westerse jaartelling tot aan de Wereldonrust van vandaag de dag met de Tweede Boeren Oorlog en WOI als specialisatie. Net als Winston Spencer Churchill is hij van mening dat de beide wereldoorlogen van de vorige eeuw een geheel vormen en in wezen een voortzetting zijn van de Franse Revolutie, in wezen niet anders dan een tweede dertigjarige oorlog. Van Vondel koos juist de twee politici Meis en Morel vanwege hun maatschappelijke betrokkenheid waarmee hij zichzelf verbonden acht.

Fré Meis was een Groninger communist en voorman van de CPN. Meis was o.a. en achtereenvolgens lid van de gemeenteraad van de Oost-Groninger gemeente Winschoten, gemeenteraadslid van de Stad Groningen, lid van de provinciale Staten van Groningen en lid van de Tweede Kamer. Meis leidde in de jaren vijftig en zestig van de 20e-eeuw meerdere stakingen in de havens van Amsterdam en Rotterdam. Vanaf 1968 verlegde hij zijn werkterrein naar Oost-Groningen waar hij grote stakingen leidde bij strokartonfabrieken in Oude Pekela en Veendam en was hij fel tegen het plan om een groot militair oefenterrein aan te leggen in het Groningse Westerwolde. Na zijn politieke werkzaamheden in 1978 richtte Meis zich op het advieswerk aan bejaarden. Hij hield spreekuren voor ouderen en hielp hen bij financiële zaken.

Edmund Dene Morel was een Brits socialist, lid van het Engelse Lagerhuis, mensenrechtenactivist en pacifist die de Belgian Atrocities aan de kaak stelde. Een door de staat België begane massamoord in de kolonie Congo waarbij volgens het gezaghebbende Encyclopedia Britannica ruwweg tweeëntwintig miljoen Congolezen omgebracht zijn. Morel was een fel tegenstander van Engelse deelname aan de Grote Oorlog. Vér voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog legde hij in zijn redevoeringen, boeken en andere publicaties de verantwoordelijkheid niet exclusief bij Duitsland maar op het bordje van andere partijen zoals Frankrijk, Rusland én Engeland! In 1914 liet hij weten dat „miljoenen moeten boeten op de velden van de krankzinnige mensenslachting voor de zonden, de gebreken en de dwaasheden van weinigen.” Met een variatie op deze uitspraak zou Winston Churchill zich overigens enkele tientallen jaren later onsterfelijk maken.

Onder het pseudoniem Fré Morel publiceerde Van Vondel meerdere historische titels. Uitgeverij Papieren Tijger uit Breda bracht twee boektitels uit, te weten: Van oranje stadhouders tot ijzeren kanselier (06-01-2007) en Oorlog is misleiding en bedrog (24-02-2012). In april 2018 heeft uitgeverij de Blauwe Tijger uit Groningen een herdruk uitgebracht van Oorlog is misleiding en bedrog, dit naast een uitgave onder eigen naam van Van Vondel met de titel Vuil Spel. Hierin stelt Van Vondel aan de orde dat de Spaanse burgeroorlog van 1936-1939 niet plaats had kunnen vinden als deze niet zou hebben gepast in de geopolitieke koers van het Britse Rijk.

Denkstuk

De Tikkende Tijdbom van Migratie

Dr. DogsDe Duitse psychiater Dr. Peter Christian Dogs, hoofd van de Panorama kliniek in Scheidegg en medisch directeur van de Max Grundig kliniek, is van mening dat politici denken dat ze de burgers niet serieus hoeven te nemen. Mensen die zich zorgen maken over de massa immigratie ‘zijn niet rechts, noch iets anders,’ betoont hij.

“De mensen zijn écht bang en erg onzeker, dat is waar het om gaat. De politiek zou er daarom goed aan doen deze angst eindelijk serieus te nemen, want angst is voorgeprogrammeerd en hoort bij ons, dat bewaart ons ervoor om domheden te begaan. Het idiote aan onze samenleving is dat wij allemaal bang zijn, maar allemaal doen alsof dat niet zo is.”

De miljoenen migranten die nu naar Europa worden gehaald hebben geheel andere waarden. “Dat is een tijdbom die we onder ons hebben, omdat zij onze waarden totaal niet kunnen begrijpen. Die kunnen wij hen ook echt niet meer bijbrengen. Therapie voor vluchtelingen zal daar amper aan wat kunnen veranderen, en wij kunnen niet anders dan dat te accepteren.”

Sowieso moeten er volgens hem grote vraagtekens worden gezet bij de massa immigratie naar Duitsland en Europa, met name omdat het vooral om jonge mannen met een waanzinnig geweldspotentieel gaat. In de psychologie gaat men ervan uit dat iemands persoonlijkheid in uiterlijk het 20e levensjaar, maar eigenlijk al in het 12e, is uitontwikkeld. Karakter, temperament en persoonlijkheid zijn daarna nauwelijks nog te veranderen.

Integratiecursussen, zoals ook in Nederland plaatsvinden, zijn in zijn ogen dan ook naïef. “Je kunt ze niet integreren. Op veel gebieden is er niets te integreren. Je kunt de taal leren, maar niet de cultuurkring, niet de godsdienstigheid, niet de overtuiging en al helemaal niet het geweldpotentieel. Er komen mensen met een potentieel waanzinnige agressiviteit, omdat ze in oorlogen zijn opgegroeid. Die hebben geleerd te vechten, en weten helemaal niet hoe harmonie werkt. Dat proberen om te vormen is een dwaze opgave.”

De Groninger wortels van de Shell

ShellEind januari 2018 bleek dat de ‘Koninklijke’ Shell begin juni 2017 met behulp van een handig juridisch vehikel de hete NAM-aardappel van haar bord geschoven had. Daarmee had de ‘Koninklijke’ zich op slinkse wijze ingedekt tegen, en onttrokken aan elke verantwoordelijkheid betrekking hebbende de aardbevingsschade in de provincie Groningen. Kortom; leegroven, uitzuigen en zakkenvullen en dan als dank de hand opsteken en adieu.. ‘red joe de bok der mor mit’!

Niet zo fris en zeker niet dankbaar als je bedenkt dat de bakermat van de Shell in hetzelfde Groninger land ligt dat ze nu als een door aardschokken sidderende en leeggezogen spons aan de kant flikkert.

Groningen als Bakermat? Daarvoor moeten we even terug in de tijd, zo rond de jaren 40 van de 19e eeuw. Het is in de tijd dat de in Oude Pekela geboren Eillert Meeter met regelmaat van zich laat horen. De op 1 maart 1818 geboren Pekelder is behalve journalist en publicist ook republikeins activist. Zijn puntige pen neemt het op voor Groninger dagloners en arbeiders en schrijft rake en scherpe stukken richting de Oranjekliek in het Haagse Holland. In 1840 wordt het menens als Eillert op de meikermis in de stad Groningen met zijn trawanten het glas heft op “Zijne Verheven Nulliteit Willem Kaaskop” en op de republiek. Eillert wordt opgepakt en tezamen met 25 anderen gevangen gezet en klaagde hem aan wegens “oproerende jool”, de algemene teneur van het door hem uitgebrachte tijdschrift ‘De Tolk der Vrijheid’. Dat tijdschrift werd niet alleen gevuld met schrijfsels van Eillert’s eigen hand, ook gastschrijvers kregen alle ruimte hun radicale en republikeinse denkbeelden te ventileren. Een van deze contribuanten was Jan Freerks Zijlker, een rijke Hereboer uit het Oost-Groninger gehucht Nieuw Beerta. Deze financieel onafhankelijke oproerkraaier leverde in de jaren 1840-1841 met regelmaat schrijfels ter plaatsing die – met goedkeuring – door Eillert in hevigheid en heftigheid opgeleukt en daarna geplaatst werden. Dat viel niet bijster goed in de Haagse Oranjeaarde en was het zaak Zijlker monddood te maken. De niet onaantrekkelijke prijs die Zijlker voor zijn schotschriften betaalde was de niet onaardige positie van Statenlid van Groningen. Tegengeluiden smoren door ze binnenskamers te trekken is een van de constructies die ook vandaag de dag gehanteerd worden.

Het gezin Jan Freerks Zijlker zou in totaal zes kinderen gaan tellen, vier zoons en twee dochters. Twee kinderen van het gezin spelen in het verhaal van de Shell een bepalende rol. De op 30 juni 1835 in Nieuw Beerta geboren Derk (die later de achternaam van zijn moeder – De Ruiterzou toevoegen) en de op 31 mei 1840 in Nieuwe Beerta geboren Jans Aeilko. Derk begon zijn carrière als advocaat in Winschoten en nadat hij daar als procureur en kantonrechter werkzaam was schoof hij in 1868 omhoog in de bestuurlijke piramide om in 1891 lid te worden van de Tweede Kamer der Staten Generaal. Jans Aeilko daarentegen had andere verdiensten en is hij als medeoprichter aan te wijzen van de Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij, de voorloper van de Shell.

Het was in dié tijd, dat in de Nederlandse kolonie Indië een belangrijke ontdekking werd gedaan die ook in de komende Eerste Wereldoorlog een enorm grote rol zou gaan spelen en na die oorlog Europa compleet zou gaan veranderen: de vondst van (peter)olie! Jans Aeilko Zylker, toentertijd als boekhouder aangesteld van een tabaksplantage op Oost-Sumatra, moest in 1880 voor een hevige onweersbui schuilen in een oude tabaksschuur. Hij was niet alleen in die schuur, er waren ook een paar inlanders bij hem en ééntje stak een fakkel aan om de donkere schuur een beetje te verlichten. Jans keek er verbaasd naar, die fakkel brandde wel érg fel. Hij vroeg de inlander hoe dat kwam en die vertelde hem dat ze hun fakkels insmeerden met een soort van ‘aardwas‘ die ze haalden uit plassen en poelen uit de omgeving. Ze gebruikten het ook om hun boten waterdicht te maken. Dáár was Jans wel in geïnteresseerd en hij ging met de inlander een kijkje nemen. Jans deed op zijn 40ste jaar een belangrijke vondst…OLIE! Een monster van dit bijzonder goedje zond Jans Aeilko aan zijn broer Derk in Winschoten en van daaruit begon de (peter)olie ster te rijzen. Tal van Nederlandse Statenleden, familie, Groningse Hereboeren én het huis van Oranje participeerden ruimhartig in de lucratieve Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij.

Het duurde nog zeker tien jaar voordat zijn vondst uitgegroeide tot wereldformaat en in het verdere geschiedenisverloop is te lezen welke invloed deze vondst heeft gehad. Iedereen in de wereld van vandaag kent nu het bedrijf dat op 16 juni 1890 ontstond. Teruglopende olieopbrengsten zorgden ervoor dat op instigatie van huisbankier Rothschild de oliewinning van ‘Aeilko-&-Co’ en die van de Engels-Joodse zakenman Marcus Samuel tot een maatschappij samengesmeed werd. Met een winstverdeling van 40 tegen 60% werd in eerste instantie onder de afbeelding van een mossel de oliemaatschappij Shell geboren. Later werd een geel gekleurde en roodgerande Sint Jakobsschelp het beeldbepalende icoon van de wereldwijd opererende plunderfirma. Het voor aanvang van WOI afgedwongen alleenrecht door Marcus Samuel tot levering van stookolie aan de machtige Britse vloot was een van de enorme verdiensten die de Shell en haar (Oranje) aandeelhouders ten goede kwam. Tot halverwege de jaren ’50 van de 20e eeuw waren bolknak rokende en zichzelf van een welverdiende alcoholische versnapering trakterende Noord- en Oostgroninger Hereboeren traceerbaar die zich naar de jaarlijkse Shell aandeelhoudersvergadering spoedden. Het kan verkeren zei Bredero..

 

Revolutio(n)eeded

Iben Thranholm

Europese mannen zijn te verwijfd geworden en kunnen hun vrouwen niet meer beschermen.

“De Deense Iben Thranholm is een bekend politiek journalist en ze focust zich vooral op de religieuze aspecten van gebeurtenissen die het nieuws halen. Onlangs is ze in opspraak gekomen door enkele straffe uitspraken waarin ze beweert dat wij, Europese mannen, wat minder Elio Di Rupo en Showbizz Bart moeten zijn, maar terug wat meer Tom Waes en Ragnar Lodbrok.

Dit naar aanleiding van een Nederlandse protestactie die werd georganiseerd door jongerenbewegingen van een aantal politieke partijen, zoals Jonge Socialisten, Dwars, en de Jonge Democraten. Jongemannen die protesteerden in mini-rokjes tegen de recente golf van aanrandingen in Duitsland. Volgens haar zal dit geen respect afdwingen bij andere mannelijke agressieve culturen die massaal onze kant op komen, maar zal dit juist een averechts effect hebben. Onze Europese leiders zijn te zacht en zwak geworden om ons te beschermen omdat ze denken als vrouwen. Volgens Thranholm kan een cultuur pas in evenwicht zijn als het testosteron- en het oestrogeengehalte gelijk zijn, maar de mannelijkheid in Europa is de laatste jaren volledig verloren gegaan met alle gevolgen van dien.”

Bron:http://www.p-magazine.be/nieuws/deense-journaliste-europese-mannen-zijn-te-verwijfd-geworden-en-kunnen-hun-vrouwen-niet-meerhttps://www.youtube.com/watch?v=fYOORimbpUs

tag

The Inestimable Munitionettes

We can do it ww1 fotoDe op 28 juni 1914 gepleegde moordaanslag op kroonprins Frans Ferdinand in Sarajevo wordt als het fatale startschot van de Eerste Wereldoorlog beschouwd. Middels het traditioneel en eeuwenoud recept van leugen, misleiding en bedrog raakten ontelbare mannen met elkaar in gevecht en dat op een historisch ongekend vernietigende schaal. Nog nooit in de wereldgeschiedenis had de mensheid zo’n wereldomvattende, gemechaniseerde en geïndustrialiseerde mensenslachting ervaren. Een in alle opzichten vernietigende en welbewust gehanteerde gesel veranderde de wereld, maatschappelijk en sociaal, op onvoorstelbare schaal. Vooral en met name de veranderde positie van de vrouw in de samenleving heeft hiertoe op verschillende manieren aan bijgedragen.

Het Britse Rijk werd al vanaf oorlogsbegin geplaagd door een serieus munitiegebrek wat in 1915 leidde tot het zogenaamde munitieschandaal. Het industriële apparaat was onvolledig toegerust om aan de enorme vraag te voldoen, niet in de laatste plaats doordat ook de technisch vaardige mannen aan het front geplaatst, en daar vermalen werden. Met de Munitions of War Act van 2 juli 1915 bracht de Britse Staat de productie van munitie volledig onder haar beheer en toezicht, ketende ze de arbeiders in de wapen-, textiel-, en havenindustrie, verplichtten hen tot productie en zette het de vakbonden wettelijk buitenspel. De aanvoerders en woordvoerders van het zich tegen deze Munitions of War Act verzettende organisaties zoals de Clyde Workers’ Committee werden veroordeeld en gevangen gezet. Resistance was futile!

De Munitions of War Act bepaalde dat vooral en met name vrouwen binnen het vernietigingsradarwerk aangetrokken dienden te worden om de oorlogstekorten in ‘mankracht’ alsook materiaal as soon as possible aan te vullen. Vakkundig misplaatst verpakt als emancipatie werden tienduizenden vrouwen de vernietigingsindustrie binnengetrokken. Het effect hiervan was moorddadig doorslaggevend en oorlogrekkend! In juni 1917 waren de Munitionettes, zoals de ge-emancipeerde wapen & munitievrouwen werden aangeduid, verantwoordelijk voor in totaal 80% van de productie van alle wapentuig en bijbehorende munitie die hun mannen, zoons en vaders in staat stelden om te verminken, te doden en vernietigen. Zelf bracht het leger Munitionettes ook grote offers, raakten onvruchtbaar, verlamd, gehandicapt, verminkt en stierven door het werken met TNT, salpeterzuur en talloze andere levensgevaarlijke chemicaliën die hun immuunsysteem finaal verwoestte. Vele honderden Munitionettes verloren het leven bij explosies in munitiefabrieken zoals in 1918 bij de National Shell Filling Factory in Chilwell.

Het waren in eerste instantie en met name de witte mannen die geallieerd en vooraan in gevecht geschoven werden, een privilege dat in eerste instantie niet weggelegd was voor anderskleurige en anders-rassige wereldbewoners. Honderdduizenden koloniale soldaten werden in de loop van deze wereldstrijd uit alle koloniale Britse en Frans-koloniale hoeken gerekruteerd om voornamelijk logistieke ondersteuning te verlenen, voeding, verzorging en munitie aan te slepen en ravage weg te sjouwen. Vooraan en in de frontlinie doden & gedood worden was in eerste instantie een witte mannen privilege maar werd dat dodelijke voorrecht gedurende het verloop van tijd en strijd ook aan uit de koloniën afkomstige hulptroepen toegekend.

Het waren de vrouwen die ge-feminiseerd en aan het thuisfront de dood baarden, wapens en vernietigingssystemen van elk kaliber, formaat en uitvoering het levenslicht gaven waarmee hun mannen, broers en vaders andere vaders, broers en mannen finaal het levenslicht ontnamen. Amper 20 jaar na deze wereld- en maatschappij verscheurende oorlog mochten de Munitionettes opnieuw aantreden. Onder vals gevlagde vrouwenrechten gaven honderdduizenden Munitie Truzen acte de présence. Klinknageltruzen als Rosie the Riveter en feminale wapensmeden als Ronny the Brengun Girl zagen het daglicht en verrichten voor volk & vaderland maar vooral en met name het internationaal opererende militair-, industriële-, economische complex hun onschatbare dodelijke diensten.

Dick Dreux, 1913-’78, kritisch auteur

Dick Dreux cZeeman, journalist en historicus Dick Dreux is vandaag de dag een nagenoeg vergeten schrijver. Hoe anders was dat in het na-oorlogse Nederland halverwege de vorige eeuw, toen was hij een populair schrijver. Een veelgelezen auteur met een pakkende schrijfstijl die veel historische verhalen geschreven heeft en vele honderden hoorspelen op zijn naam heeft staan. Misschien dat zijn kritische ondertoon en zijn politieke gezindheid de reden geweest is deze man uit het collectief geheugen te wissen?

Vechten tegen Franco

Dick Dreux werd op dinsdag 27 mei 1913 in Amsterdam geboren. Hij groeide op bij zijn grootouders van moeders kant. Na zijn opleiding op de HBS (Hogere Burger School) afgesloten te hebben koos hij in 1929 als 16-jarige matroos het ruime sop. In de opvolgende jaren zwierf hij als zeeman de hele wereld over. Hij leefde een onstuimig leven en was van het type recht door zee. Hij zette zich in voor vrijheid van geest en lichaam en schuwde niet zijn idealen met daden te bekrachtigen. Als Radencommunist vocht hij in de Spaanse Burgeroorlog mee tegen de troepen van Francisco Franco. Voordat de Tweede Wereldoorlog in West-Europa ontbrandde keerde hij naar Nederland terug om zijn dienstplicht te vervullen om zo zijn Nederlanderschap te behouden.

Dreux zat in de laatste oorlogsjaren een tijd vast in Kamp Amersfoort, een straf- en doorgangskamp waar voornamelijk politieke gevangenen voor korte of langere tijd gevangen gehouden werden waarna hij naar een werkkamp op het Duitse Waddeneiland Borkum overgeplaatst werd. Na de oorlog koos hij voor het auteurschap en schreef veel historische verhalen met kritische inslag. Veel van zijn verhalen werden uitgegeven bij de Arbeiderspers.

VARA

Dreux woonde in het begin samen met zijn vrouw aan de Wagenaarstraat in Amsterdam. Eind jaren ’50 woonden zij in een woonark („d’Lichtboey”) op ’t Spaarne in Bussum en had het bouwen van scheepsminiaturen als hobby. Als free-lancer voor de geïllustreerde pers belandde hij bij de VARA, een acroniem voor Vereeniging van Arbeiders Radio Amateurs waarvoor hij in de periode tussen 1959 en 1970 meer dan 450 hoorspelen schreef, waaronder veel voor de Schoolradio.

In de 50-er jaren verschenen vervolgverhalen van Dreux in het toen ook al populaire stripweekblad Donald Duck. Verschillende verhalen zoals De verdwenen Prins, Het geheim van het oerwoud en Randar de bevrijder zijn door illustrator Hans Kresse opgetekend in de jaren ’50 en begin ’60 als stripverhaal uitgebracht. Scheepsjournaals van zeelieden die al in de zeventiende eeuw als boek waren verschenen en toen al bestsellers waren werden door Dreux als bronnen gebruikt. Op woensdag 6 december 1978 overleed Dreux in het Diakonessenziekenhuis in Naarden en werd begraven op de Algemene begraafplaats in Bussum

De schrijfstijl van Dreux was heel toegankelijk en nam zijn lezers als een verhalenverteller mee terug in de tijd. Hij had het niet van een vreemde, “Mijn grootvader was een geboren verteller en hij vertelde me vroeger zoveel dingen, dat ik al een heleboel van de vaderlandse geschiedenis wist voor ik op school kwam. Het is mijn grote hobby geworden” verklaarde hij in 1963. Daarnaast was hij van mening dat “het waanzin is te beweren, dat historie dood is, alleen het opschrijven van namen en jaartallen is dode historie”.

Manipulatie

Het boek met de sprekende titel De Grote Leugen (1966) kan gezien worden als een maatschappij kritisch werk waar hij over de keerzijde van de historische medaille schreef. Dreux beschreef hoe jongens uit het gewone volk geprest werden dienst te nemen in het leger en vervolgens als kanonnenvoer geofferd werden aan de bulderende vuurmonden. Dreux liet zien dat niets is wat het lijkt, dat machtshebbers verborgen agenda’s hebben, dat de gewone man gemanipuleerd en geïndoctrineerd wordt. En dat geschiedschrijving altijd door de overwinnaar gedaan wordt en dus per definitie onbetrouwbaar is.

Enkele boektitels:

Ik wil geen Beul zijn, De Vrije Nering, Vals Goud, De Modderjongens, Degens in het Duister, De Boekaniers, Jan Volckertzoon, De Grote Leugen, De Stormvogel van Edam, Ritmeester Buat. Verzwegen Journaal, Dolle Dirck de Zaankanter, Des konings glorie, Reinier, Reinier Aedriaansz. De Kreet van de Clauwaert, Vuur aan de Horizon (de familie Ronckaart 3), De Poorten van Ieper, U bent lastig, dokter.

Enkele beschreven hoorspelen :

Acht glazen, Alles op zijn tijd, De Ballade van Bliksem Billie, Besmeurd monument, De Dader op het kerkhof, De Dertiende patrouille, Duel met de kardinaal, De Eenzamen, Floriaan Geyer, Geen antwoord, Herberghe “Het Reghthuis”, Idee voor meester Breughel, Ieder voor zich, De Jacht op dokter Siersma, Jan Volckertszoon, Justitia’s weegschaal, De Keizer en de houten kop, Kom werken bij Libertatus, Marsmuziek voor Helmuth, Mazzeltje, Het, De Meeuwen krijsen, Nooit een droppel, Onrust in Uitgeest, Op hoger niveau, Opmerckelijck verhael, De Paarse chevalier, Portret van een zeeheld, Saint-Just glimlachte, Het Spook van Abercragghie, De Stille opstapper, De Stille wachters, Tamme zonder zorg, De Trossensnijder, De Tweede werkelijkheid, Een Veld in Vlaanderen, Vergeten grondslagen, Vergissen is menselijk, Weekend in Tamesby, De Zeis in het zonlicht, De Zwarte diamant, Langs vergeten wegen, Als de klok dertien slaat.

 

 

VS ondersteunden de genocide van 1965 in Indonesië

Indo slachting 1965De genocide die plaatsgreep bij de militaire staatsgreep van generaal Soeharto in 1965 gebeurde met goedkeuring en actieve logistieke steun van de Amerikaanse regering. Dat blijkt uit gepubliceerde documenten van de Amerikaanse ambassade in Jakarta uit die periode. Wat algemeen geweten was, wordt daarmee officieel bevestigd.

Auteur: Lode Vanoost

Uit onderzoek van recent vrijgekomen briefwisseling tussen diplomaten van de Amerikaanse ambassade in de Indonesische hoofdstad Jakarta blijkt dat de VS op de hoogte was én steun gaf aan de uitmoording van honderdduizenden burgers in Indonesië na de militaire staatsgreep van 1965. Voor de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk en andere westerse mogendheden was de regering van verkozen president Soekarno een probleem. Hij nationaliseerde een groot deel van de exploitaitie van de grondstoffen in zijn land en organiseerde met de opbrengsten onderwijs en gezondheidszorg voor de bevolking.

Amerikaanse en Europese mijnbedrijven zagen door dit beleid enorme winsten aan hun neus voorbijgaan, eerst en vooral omdat ze niet langer vrij en spotgoedkoop over de ruwe grondstoffen van Indonesië konden beschikken, maar ook omdat ze verplicht zouden worden hun werknemers in de mijnen en landbouw redelijke lonen te betalen en degelijke ‘dure’ arbeidsvoorwaarden zouden moeten aanbieden.

Indonesië 1965, opstap naar Chili 1973

Volgens het procédé dat eerder al in Iran succesvol was toegepast in 1953 (en later ook in Chili) werd de democratisch verkozen regering van Indonesië onder leiding van president Soekarno in 1965 afgezet. Dat gebeurde met dezelfde methodes als in Iran: steun aan opstandige generaals, opleiding van soldaten in ‘contra-terroristische’ strategieën, stoken van sociale onrust door het verspreiden van valse verhalen via de privé-media in handen van de grote bedrijven, omkopen van vakbondsleiders, gerichte aanslagen tegen gematigde figuren enzovoort. De zogenaamde aanleiding voor de staatsgreep was de moord op zes generaals die in de schoenen van de Communistische Partij werden geschoven en als een ‘poging tot staatsgreep’ voorgesteld. Jaren later bleek uit onderzoek dat dit een georganiseerde provocatie was. Het kwaad was echter geschied. Het beoogde doel werd bereikt.

President Lyndon Johnson keurde dit destabiliseringsprogramma goed. Nadat generaal Soeharto de macht veroverde ging het leger over tot de massale afslachting van activisten, vakbondsleden, journalisten, leraars en iedereen die op een of andere manier met de afgezette regering had samengewerkt of verdacht werd van ‘communistische’ sympathieën. Naast bijna alle leden van de Communistische Partij werden studentenleiders, intellectuelen, academici, kunstenaars, gemeenschapsleiders, activisten voor vrouwenrechten én etnische Chinezen afgemaakt. Met ‘communist’ werd niet uitsluitend personen bedoeld die de leer van het communisme aanhingen, maar alle personen die op eender welke manier ingingen tegen de belangen van de VS en van westerse bedrijven.

In hun rapporten juichten Amerikaanse diplomaten de “afslachtingen” en “arbitraire dodingen” van Indonesiërs toe. Historisch onderzoek heeft vroeger al aangetoond dat de VS ruime financiële, militaire, technologische steun en informatie boden aan het nieuwe regime. Zo kon het leger gebruik maken van lijsten met namen van personen die door de Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst CIA waren opgesteld in de jaren voor de staatsgreep.

De massale afslachtingen werden niet verzwegen in de westerse pers. De New York Times beschreef ze toen als ‘noodzakelijk’ om het communistisch gevaar in te tomen. Bovendien werden de berichten zo gekaderd dat ze de indruk gaven dat het hier om wederzijds geweld zou gaan tussen twee strijdende partijen. De CIA beschreef wat gebeurde in de eigen interne rapporten als “een van de ergste massamoorden van de 20ste eeuw”

Generaal Soeharto werd president en voerde een militair schrikbewind tot aan zijn afzetting in 1998. Dertig jaar lang had hij zijn land ter beschikking gesteld voor westerse bedrijven die de bevolking vrijelijk konden uitbuiten, in wat het eerste grootschalige neoliberale experiment ter wereld werd (de term neoliberalisme geraakte pas later ingeburgerd). Elke vorm van vakbondactiviteit werd levensgevaarlijk. De Kopassus (Komando Pasukan Khusus of Special Forces Command) was de afdeling van het leger die berucht was voor folteringen en standrechtelijke executies. Soeharto zelf, zijn familie en zijn ‘cronies’ werden tussendoor schatrijk.

Toen hij niet langer dienstig was voor de VS kreeg hij één telefoon van minister van buitenlandse zaken Madeline Allbright (onder president Clinton) en hij werd afgezet. Hij kon de volksopstanden tegen zijn regime niet langer onder controle houden, de praktijken van zijn Kopassus werden niet langer verzwegen in de westerse media, bovendien was de gruwel van de bezetting van Oost-Timor niet langer ontkenbaar. In een grotendeels gelukte poging om het regime zonder Soeharto verder te zetten werd hij de laan uitgestuurd – hij mocht wel zijn geld behouden. De nu vrijgekomen documenten zijn rapporten van de ambassade in Jakarta. De CIA-rapporten over die periode zijn nog steeds geheim. Vermoed wordt dat daarin nog veel meer gedetailleerde informatie staat over de samenwerking met de Indonesische coupplegers.

Bron: http://www.dewereldmorgen.be – Gepubliceerd: donderdag 19 oktober 2017