Home » Algemeen

Category Archives: Algemeen

De exploitatie van Aylan Kurdi

In de nacht van dinsdag op woensdag 2 september 2015 vertrok de familie Kurdi per rubberboot van Bodrun aan de Turkse kust richting het Griekse eiland Kos. Samen met zijn vrouw Rehan en twee zoontjes Aylan en Ghalib was vader Abdullah aan boord gestapt van de 4,5 meter lange smokkelboot om in West-Europa vaste voet onder de grond te krijgen. Abdullah, een 40-jarige kapper, was enkele jaren daarvoor met zijn gezin van de Syrische hoofdstad Damascus naar zijn geboortestad Kobani aan de Turkse grens verhuisd. Daarvandaan vertrok het gezin naar Turkije, naar Istanbul, waar Abdullah zich als kapper staande probeerde te houden. Door geld te lenen van zijn drie jaar oudere en in Canada wonende zuster Tima wist hij aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het was ook zijn zuster Tima die hem in augustus 2015 de $ 4.450,– leende voor de overtocht naar Kos.

Abdullah had eerder pogingen ondernomen om Europa binnen te komen, zoals via Bulgarije waar hij opgepakt en weer terug over de grens werd gezet. Bij een van de pogingen verdronk hij bijna toen hij de rivier Erdine probeerde over te steken. Eerder 2015 waren pogingen van zijn zuster om hem met zijn familie en broer over te laten komen naar Canada vastgelopen. Een kostbare gebitsprothese waar hijzelf noch zijn zuster de middelen voor had was een van de beweegredenen voor de overtocht aldus zuster Tima in een tv-reportage, begin september 2015. Eveneens volgens Tima was het haar vader die Abdullah aanraadde zich hiervoor niet in Turkije maar in Europa te laten helpen. De overtocht ontaardde al snel in en menselijk drama, de golven waren met ruim 4,5 meter voor de rubberboot vrijwel onneembaar, de stuurman redde zichzelf en liet de inzittenden aan hun lot over. De boot kapseisde en allen raakten te water, ook Abdullah en zijn gezin. Door het simpelweg niet beschikbaar zijn van zwemvesten in kindergrootte droegen de 3-jarige Aylan en 5-jarige Ghalib geen Life-jackets. In een drie uur durend gevecht tegen de hoge golven verdronken Aylan, Ghalib en moeder Rehan om in de ochtend aan te spoelen op de kust waarvan ze vertrokken waren, enkel Abdullah overleefde deze tragedie.

Oorlog en ellende, in eigen land veroorzaakt en uitgevochten door rivaliserende en elkaar op leven en dood bevechtende religieuze extremisten met financiële en wapentechnologie gesteund door economische gangsters uit West-Europa! Dood en verderf veroorzaakt door misleiding en bedrog, maar daar bleef het niet bij. De dood van Aylan werd welbewust en opzettelijk op een smerige wijze propagandistisch uitgebuit ten behoeve van een evenzo smerige politiek-correcte gevoerde politiek. Misleidende en bedrieglijke beeldvorming is al eeuwen vast onderdeel van oorlogvoering, evenals het op propagandistische wijze inzetten en misbruiken van kinderen. Propaganda is niets anders dan emotionele oorlogvoering. Aylan, die aanspoelde op het strand tussen de rotsen op de Turkse kust, werd voor een beter passende beeld-mis-vorming enkele tientallen meters verplaatst en met zijn hoofd naar beneden op de vloedlijn in het zand gelegd.

De daarvan genomen treurige foto gonsde met de snelheid van het licht digitaal over de wereld maar inplaats dat DAT het signaal voor de strijdende islamitische partijen in Syrië zou zijn om de wreedheden te stoppen of de financiering van de Jihadistische terreurgroepen te beëindigen werd de vluchtelingenstroom juist tot ongekende hoogte vergroot. Niet (militair) ingrijpen, vredebewerkeinde maatregelen of acties maar het openzetten van Europese grenzen voor een cultureel en religieus totaal verschillende migrerende mensenmassa. Een miljoenenvoudige volksverhuizing die niet uitsluitend uit vluchtelingen maar ook economische migranten, maar gevaarlijker nog, uit Jihadistische strijders bestaat! Een levensgevaarlijke en voor de burgers van West-Europa bedreigende ontwikkeling. Niet elke vluchteling is een vredelievende migrant. Geen ondenkbare fantasievoorstelling waarvoor veelvuldig gewaarschuwd wordt door ter zake kundige vredesactivisten en onderzoeksjournalisten, zowel uit binnen en buitenland alsook vanuit Syrië zelf, zoals de in Damascus woonachtige onderzoeksjournalist en activist Treka. De haat, mensverachting en wreedheid reist met deze extremisten mee en zal zich volgens hem laten gelden in de landen die zo ruimhartig hun grenzen voor hen openstellen. De oorlogsmakelaars houden nooit halt!

Hamza al-Khateeb

De dood van de 13-jarige Hamza al-Khateeb eind april 2011 zorgde voor grote beroering in de Syrische stad Daraa. Hamza zou door het Syrische leger zijn vermoord na eerst gruwelijk te zijn gemarteld en verminkt. De Syrische oppositie riep hem tot martelaar uit en verklaarde de knul tot boegbeeld van de Syrische revolutie.

Eerder die maand hadden anti-regeringsdemonstraties in de stad al voor een ontvlambare situatie gezorgd en ondernam het Syrische leger tegenmaatregelen om de rust te herstellen. Aangewakkerd en gevoed door religieuze tegenstelling binnen de islam kwam het eind april tot een gewapende confrontatie tussen gewapende militanten en Syrische politie. Op 29 april riepen radicale imams hun gelovige toehoorders op het politiedistrict te bestormen, de agenten te vermoorden, zich te vergrijpen aan de echtgenotes van de agenten en hen als sex-slaven (sabaya) te gebruiken.

Hamza zou als onschuldige toeschouwer aanwezig geweest zijn. De Syrische oppositie schilderde hem af als slachtoffer die, opgepakt door de Syrische veiligheidsdiensten, eerst uitvoerig gemarteld en verminkt werd om daarna met drie schoten om het leven gebracht te worden.

Naderhand bleek uit onderzoek van o.a. de onderzoeksjournaliste Eva Karene Bartlett en mensenrechtenactivist Kevork Almassian dat Hamza zich onder de door de imams opgezweepte mensenmassa bevond. Hij bevond zich zelfs – gewapend – vooraan in de wild schreeuwende meute die de verkrachting van de vrouwen als strijdkreet voerend in de aanval gegaan waren. Hamza werd daarbij drie keer in bovenlichaam en buik geraakt en stierf ter plekke aan zijn verwondingen. Zijn lijk werd door de opstandelingen meegenomen en weggevoerd en gehavend en al pas na enkele dagen aan zijn familie overhandigd. Sectie wees uit dat hij door kogels gedood was en waren er geen sporen van marteling of mutilatie.

Q-ship Baralong (8) – slot

Direct na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog startte het Britse Rijk met het leggen van een mijnenveld in de Noordzee. De waterwegen naar en van het Europese vasteland werden daarmee indirect tot oorlogsgebied gemaakt. Het Duitse Keizerrijk liet zich niet onbetuigd, maakte van hetzelfde laken en pak en strooide voor de kust van de Engelse eilanden eveneens een dodelijk zeemijnentapijt. De Royal Navy, toentertijd de machtigste zeemacht ter wereld, voer uit om haar eilandenrijk te verdedigen, de Kaiserliche marine deed dit -in kracht en macht beduidend daaraan onderworpen- eveneens.

Het Duitse Keizerrijk was door haar ligging en positie op het Europese vasteland bij lange na niet zo afhankelijk van scheepvaart als het eilandrijk. De zeewegen en de handelsvloot waren ten gevolge daarvan het meest kwetsbare onderdeel, de grootte en sterkte van haar marine was daaraan afgemeten. Oorlogen die in wezen altijd gebaseerd zijn op economische grondslag waren en zijn dan ook meer dan bedreigend voor het Mighty Albion. Om haar eigen belangen maximaal te beschermen werden onder Henry VIII in 1512 de Cruiser Rules opgesteld, bedoeld om in oorlogstijd de (voornamelijk eigen) koopvaardijvloot en handel te beschermen. Daarin bepaald was dat ongewapende neutrale koopvaardijschepen na het afvuren van een waarschuwingsschot door oorlogsschepen aangehouden en op lading gecontroleerd mochten worden.

Als de lading smokkelwaar (contrabande) bevatte, bestemd voor de vijand, mocht deze in beslag genomen worden waarna het schip en bemanning ongehinderd hun vaart mochten voortzetten. Wanneer het een vijandelijk koopvaardijschip betrof werden schip en lading als oorlogsbuit en bemanning en passagiers als gevangenen beschouwd. Indien het schip bewapend was en de bemanning zich tegen aanhouding verzette, c.q. vijandelijke acties ondernam tegen haar aanhouding werden ze als franc-tireurs (als burgers die oorlogshandelingen verrichten) beschouwd en als zodanig behandeld.

Onderzeeboten maakten net als oppervlakte schepen deel uit van de oorlogsvloten van het Britse en het Duitse rijk. Het Britse Rijk beschikte in augustus 1914 over 80 onderzeeërs, haar Duitse tegenpartij over 60 stuks waarvan 24 stuks operationeel. Op 6 augustus 1914 werden 10 hiervan naar de Noordzee gedirigeerd. Een van deze tien, de U-15, werd op 9 augustus 1914 voor de kust van Faeroe eilanden, door machinepech aan de oppervlakte gedwongen. Verborgen door de mist voerde men reparaties uit, te oordelen aan het hamergeklop dat opgemerkt werd door de lichte kruiser HMS Birmingham die daarop het vuur op de U-15 opende die daarop trachtte te ontkomen en langzaam vaart maakte. De Birmingham ramde de U-15 daarop op volle snelheid en sneed haar daarbij letterlijk doormidden. Door de impact week de buitenwand van de onderzeeër naar binnen waardoor de doorkliefde scheepsdelen iets waren toegedekt zodoende langzaam ten onderging nadat ze heel kort aan de oppervlakte tevoorschijn kwamen.

Het ene oorlogsschip had het andere oorlogsschip door een combinatie van schoten en rammen tot zinken gebracht en hoe gruwelijk ook, dat was niet in strijd met oorlogsrecht, gebruik of Cruser Rules. Het zich – in opdracht en uitdrukkelijk bevel – tegen aanhouding verzetten en vijandelijke acties ondernemen door al dan niet bewapende koopvaardijschepen was wel degelijk een regelrechte schending van de Cruiser Rules.

Door het op 31 januari 1915 legitimeren van het varen onder valse vlag, daarnaast het bewust niet voeren van vlag, vaandel of welke vorm van herkenbare (neutraliteits) tekens, het overschilderen van schoorsteenpijpen om herkenning te voorkomen, het varen van een verwarring veroorzakende ontwijkende zig-zag koers, het advies om bij aanhouding het daartoe gegeven bevel negeren, juist te proberen buiten bereik te komen en indien mogelijk de onderzeeër te rammen of anders tot onderduiken te dwingen staat lijnrecht tegenover de al eeuwen daarvoor gemaakte afspraken die in 1906 in het Verdrag van Londen werden gepreciseerd en bevestigd.

Hiermee schond het Britse Rijk ten ene male, overtuigend en onweerlegbaar de vastgelegde overeenkomst vooral en met name om haar tegenstrever – het Duitse Keizerrijk – in het algemeen en haar duikbootwapen in het bijzonder in een zo kwetsbaar mogelijke positie te manoeuvreren. Juist hierdoor slaagden de speciaal hiervoor in het leven geroepen Q-schepen erin talloze Duitse onderzeeërs tot zinken te brengen waaronder de U-27 en U-41 welke door de Baralong vernietigd werden. De zeeoorlog ontaardde onnodig in een nog dodelijker strijd met duizenden extra (burger)slachtoffers.

Oorlog is misleiding en bedrog, dat was toen en dat is vandaag de dag het geval. Het is vooral de media die het collectieve bewustzijn misleid en de publieke opinie in de gewenste politiek correcte koers voert.

Het is dan ook daarom dat Kapitein Daniel Dow in april 1915 voor de eer bedankte en het stuurwiel van de Lusitania die laatste vaart werd ingenomen door kapitein William Thomas Turner. Door emotionele spanning en stress kreeg Dow van een maagzweer en werd voor enige tijd met ziekteverlof naar huis gezonden om eind 1915 weer op de brug te staan, dat keer op die van de Mauretania. Gesteld kan worden dat het juist de gegeven instructies van de Britse overheid zijn geweest die met name de ondergang van de Lusitania en de Arabic bewerkstelligd hebben. Instructies die in strijd waren met de Cruser Rules en het Verdrag van Londen en die het vernietigen van vele duizenden mensenlevens tot gevolg gehad heeft. In dit opzicht heeft de Kaiserliche marine zich vanaf het begin van de Eerste Wereldoorlog juist wel en uiterst correct aan de geldende bepalingen gehouden, haar duikbootwapen na 18 september 1915 zelfs uit de Atlantische oceaan gehaald om verder escalatie te voorkomen.

Ruim twee maanden na de ondergang van de U-15, was het de U-17 die op 20 oktober 1914, ruim 26 kilometer vanaf de Noorse kust op het Britse koopvaardijschip Glitra stuitte. Het schip was onderweg van Grangemouth naar Stavanger. De U-17 hield zich correct aan de Cruser Rules, gaf een waarschuwingsschot voor de boeg, gaf met vlagsignalen opdracht tot stoppen, inspecteerde de lading en gaf de bemanning de gelegenheid om zichzelf met behulp van reddingsboten in veiligheid te brengen. Zonder gebruik te maken van haar dekgeschut of torpedo’s werd de Glitra tot zinken gebracht door het openzetten van kleppen in de kiel van het schip. De bemanningen van de U-17 aan dek en de Glitra in de reddingboten keken gezamenlijk toe hoe het schip onder water verdween waarna de U-17 onder commando van kapitein Feldkirchner de reddingsboten op sleeptouw nam en dichter bij de Noorse territoriale wateren sleepte. Daar werden de opvarenden van de Glitra in sleep overgenomen door de Noorse torpedoboot HnoMS Hai die de hele actie vanaf eigen territoriaal en neutraal gebied gevolgd had. In Skudeneshavn konden de Engelse opvarenden weer voet aan land zetten. De Glitra was het eerste Engelse koopvaardijschip dat als slachtoffer in de Eerste Wereldoorlog ten onder ging, pas in februari 1915 begon de Kaiserliche marine gericht haar duikbootoffensief.

Hoe succesvol ze was bleek in juli 1919. De totale Duitse verliezen bedroegen 460 schepen waaronder 200 onderzeeërs, de geallieerde verliezen waren meervoudig. Totaal 7.550 schepen werden door de Kaiserliche marine tot zinken gebracht waarvan bijna de helft Engelse schepen (3.740). Van de in totaal 163 vernietigde oorlogsbodems waren 111 Brits.

Q-ship Baralong (7)

In 1915 kelderde de Baralong, een gewapende Engelse hulpkruiser, de Duitse duikboten U-27 en U-41 en elimineerde conform de gegeven opdracht doelgericht de overlevende duikbootbemanningen. Hiermee schond het Britse Rijk doelbewust de door haarzelf opgestelde Declaratie van Londen (Laws of Naval War 1908-1909). De opdracht tot het plegen van oorlogsmisdaden was en is een flagrante schending van oorlogsrecht- en wetgeving.

Oorlog is misleiding en bedrog, een misdaad tegen de menselijkheid, het brengt het slechtste in de mens naar boven en geen volk, ras of religie kan zich hiervan vrijpleiten. Het verhaal achter de oorlogsmisdaad van toen is gelijk aan de misdaden die vandaag de dag en nu in Jemen, Syrië en waar ook ter wereld valselijk in naam van de vrijheid, vrede en democratie gepleegd worden.

In de vroege ochtend van 24 september 1915 werd de Engelse koopvaardijschip Urbino onderschept door de Duitse onderzeeër U-41. Met een vooraf afgegeven waarschuwingsschot voor de boeg werd de Urbino – onderweg van New York naar Hull – met vlagsignalen tot stoppen gedwongen. Conform de Cruser Rules werd een team naar het aangehouden schip gezonden om papieren en lading te controleren met als resultaat dat het het schip tot zinken gebracht zou worden. De bemanning kreeg opdracht en gelegenheid het schip door middel van de reddingboten te verlaten waarop de onderzeeër positie innam om het schip tot zinken te brengen. Nadat de scheepsbemanning zich op voldoende afstand had verwijderd werd met het dekgeschut van de U-41 de Urbino tot zinken gebracht toen iets na 9 uur ’s ochtends een snel naderend schip zichtbaar werd. Het was de onder Amerikaanse vlag varende en tot Wyandra herdoopte Baralong.

Door middel van vlagsignalen werd vanaf de U-41 aan het naderende koopvaardijschip opdracht gegeven de motoren te stoppen wat ze aanvankelijk leek te doen. Toen ze ruim binnen schootbereik was opende de Wyandra het vuur, raakte daarmee de commandotoren waarbij de aan dek zijnde bemanningsleden direct getroffen werd en de U-41 begon te zinken. De Wyandra koerste daarop over de laatste positie van de onderzeeër en wierp een dieptebom af met als gevolg dat de U-41 kort daarop half boven water achter het schip aan de oppervlakte verscheen. Na het afgeven van meerdere salvo’s en het afwerpen van twee extra dieptebommen verdween de U-41 voor altijd naar de bodem, een grote olieplas en wrakstukken aan de oppervlakte achterlatend.

Twee bemanningsleden hadden op miraculeuze wijze de ondergang overleefd, luitenant Iwan Crompton en stuurman Godou. Crompton raakte zwaargewond, Godou mankeerde nagenoeg niets. In de tijd dat de Wyandra de opvarenden van de Urbino uit de reddingsboten viste wisten Godou en Crompton zich in een van de ronddobberende lege reddingsboten van de Urbino in veiligheid te brengen. Dit bleef niet onopgemerkt met als resultaat dat de Wyandra zich op ramkoers begaf om de reddingboot te overvaren. Korporaal Fred Collins, die tijdens de ondergang van de U-27 het team leidde die de Duitse duikbootbemanning elimineerde verklaarde over de actie tegen de twee drenkelingen van de U-41: “The captain deliberately rammed the boat with the Baralong [Wyandra], chucked them back in the water. Eventually one of the blokes got back in and pulled his chum in again. Our marines and seaman cheered the German for doing that. We pulled them aboard.”

De beide overlevenden kregen een desondanks een koel ontvangst en werden opgesloten in een kleine ruimte waar gedurende de reis normaliter klein slachtvee als schapen en varkens opgesloten werd. Ook nu werd er bij de bemanning van het betrokken koopvaardijschip op aangedrongen geen woord los te laten over het tot zinken brengen van de Duitse onderzeeër. Tevergeefs, het nieuws lekte uit en zorgde de tweede actie van de Baralong voor veel ophef. Vooral onder Duitse marineofficieren was de verontwaardiging groot en werd geëist, beschuldigden hun Britse evenknieën van oorlogsmisdaden en eisten om berechting. Niet alleen in Duitsland leidde de actie tot grote verontwaardiging. Bij aanhouding van de Wyandra/ Baralong door de Duitse marine kon de bemanning er op rekenen als moordenaars terecht te worden gesteld.

Om schip en bemanning tegen wraakacties te beschermen werd ze naar de Middellandse zeegebied gezonden. Om haar identiteit verder te verhullen besloot de Britse admiraliteit de Baralong volledig uit haar registers te verwijderen en werd ze volledig geschrapt in het Lloyds Register. Daarnaast werd ze hernoemd naar haar zusterschip Manica waarbij ze ook het officiële scheepsnummer 112782 toegekend kreeg om zo haar verleden optimaal te wissen. Ook de Nicosian werd hernoemd om haar tegen eventuele represailles te beschermen en kreeg ze de naam Nevisian.

Het schip dat in oorsprong de naam Manica droeg werd in 1917 als hulpkruiser afgedankt maar kon ze door de naam truuk niet meer terugkeren onder haar oorspronkelijke naam. Het werd omgebouwd tot tanker en omgedoopt tot Huntball waarna ze onder gezag van de Anglo Saxon Petroleum Co Ltd in Honk Kong haar vaart voortzette.

Vervolg valt te lezen op Q-ship Baralong (8) – slot

Q-ship Baralong (6)

In 1915 kelderde de Baralong, een gewapende Engelse hulpkruiser, de Duitse duikboten U-27 en U-41 en elimineerde conform de gegeven opdracht doelgericht de overlevende duikbootbemanningen. Hiermee schond het Britse Rijk doelbewust de door haarzelf opgestelde Declaratie van Londen (Laws of Naval War 1908-1909). De opdracht tot het plegen van oorlogsmisdaden was en is een flagrante schending van oorlogsrecht- en wetgeving.

Oorlog is misleiding en bedrog, een misdaad tegen de menselijkheid, het brengt het slechtste in de mens naar boven en geen volk, ras of religie kan zich hiervan vrijpleiten. Het verhaal achter de oorlogsmisdaad van toen is gelijk aan de misdaden die vandaag de dag en nu in Jemen, Syrië en waar ook ter wereld valselijk in naam van de vrijheid, vrede en democratie gepleegd worden.

Na de vernietiging van de U-27 en het elimineren van haar bemanning liet kapitein Herbert Godfrey de Baralong koers zetten naar de kust. De gehavende Nicosian in sleepvaart achter zich meevoerend bemand door enkele leden van haar bemanning terwijl de overigen aan boord van de Baralong de thuisreis maakten. Van de 48 muilezel verzorgers was het overgrote deel Amerikaans staatsburger en deze kregen – net als alle opvarenden van de Nicosian – de dwingende raad zich niet uit te laten over de ondernomen actie tegen de U-27. Niet bij aankomst in Engeland en niet bij terugkomst in de USA. Zes van hen hielden zich tot aan hun terugkomst in hun thuisland aan deze raad waarna ze als burgers eind augustus 1915 hun mond wel openden en de ondergang van de U-27 wel aan de oppervlakte kwam. James J. Curran en Bud Emmerson Palen legden,net als de overigen, onder ede verklaringen af.

Ze gaven aan in eerste instantie blij te zijn dat een Amerikaans schip te hulp schoot nadat de Nicosian door de U-27 was gestopt en zij in de reddingboten moesten toezien hoe het schip lek geschoten werd. De dankbaarheid sloeg om in ontzetting toen de Baralong valselijk onder Amerikaanse vlag en wimpel de Duitse onderzeeër tot zinken bracht maar vooral hoe de overlevende bemanningsleden op beestachtige wijze werd afgemaakt. Beiden verklaarden dat op uitdrukkelijk bevel van kapitein Herbert Godfrey alle drenkelingen werden omgebracht “Get them all, take no prisoners”. De getuigenverklaringen zorgden voor veel publiciteit en zorgde voor algemene verontwaardiging, niet alleen in Duitsland maar zeker ook in de USA. Het overgrote deel van de Amerikaanse burgers was tegen enige vorm van inmenging of deelname en was daarnaast ook uiterst verbolgen over de Engelse blokkade die ook de Amerikaanse export grote schade berokkende.

Kapitein Herbert Godfrey werd voor zijn verdiensten beloond met de Distinguished Service Order (DSO) zonder uitdrukkelijke vermelding waarvoor deze aan hem verleend werd. Dat hij de bevelvoerend kapitein van de Baralong was bleef tot 1935 voor de buitenwereld verborgen. Pas met de publicatie van de door E. Keble Chatterton geschreven biografie Amazing Adventure kwam dit aan het licht. Daarin kwam naar voren dat Godfrey het bevel gevoerd had over de Baralong onder de schuilnaam William McBride. Niet lang na het tot zinken brengen van de U-27 werd Herbert Godfrey op 27 augustus 1915 overgeplaatst naar het duikbootwapen en kreeg hij het bevel over de Britse onderzeeër HMS E22 waar hij in samenwerking met het Q-schip Carrigan Head de jacht op Duitse onderzeeërs voortzette. Andrew Wilmot-Smith, tot dan kapitein op de Britse onderzeeër HMS E17, kreeg op 3 september 1915 het bevel over de Baralong welke omgedoopt was tot Wyandra. Onder die naam en onder commando van kapitein Andrew Wilmot-Smith zou op 24 September 1915 de U-41 tot zinken gebracht worden.

Vervolg valt te lezen op Q-ship Baralong (7)

Q-ship Baralong (5)

In 1915 kelderde de Baralong, een gewapende Engelse hulpkruiser, de Duitse duikboten U-27 en U-41 en elimineerde conform de gegeven opdracht doelgericht de overlevende duikbootbemanningen. Hiermee schond het Britse Rijk doelbewust de door haarzelf opgestelde Declaratie van Londen (Laws of Naval War 1908-1909). De opdracht tot het plegen van oorlogsmisdaden was en is een flagrante schending van oorlogsrecht- en wetgeving.

Oorlog is misleiding en bedrog, een misdaad tegen de menselijkheid, het brengt het slechtste in de mens naar boven en geen volk, ras of religie kan zich hiervan vrijpleiten. Het verhaal achter de oorlogsmisdaad van toen is gelijk aan de misdaden die vandaag de dag en nu in Jemen, Syrië en waar ook ter wereld valselijk in naam van de vrijheid, vrede en democratie gepleegd worden.

Donderdag 19 augustus 1915 stevende de Baralong op volle snelheid richting de laatst opgegeven positie van de Nicosian. Oorspronkelijk was ze uitgevaren om de duikboot van het reeds gezonken passagiersschip de Arabic op te sporen en tot zinken te brengen maar aangezien de duikbootaanval op de Nicosian amper ingezet was had kapitein Herbert Godfrey de steven richting het laatst genoemde schip gewend. Zo’n 80 mijl ten zuiden van Queenstown had de U-27 onder commando van kapitein Bernd Wegener de Nicosian in het vizier gekregen.

Conform de geldende regels had ze het schip met vlagsignalen tot stoppen gedwongen nadat ze tevoren een schot voor de boeg afgegeven had. Om papieren en lading te controleren begaf zich een team van zes bemanningsleden van de U-27 aan boord. Het schip bleek onderweg van New Orleans naar Avonmouth met een lading bestemd voor het Franse front vechtende Engelse leger welke o.a. bestond uit enkele honderden muilezels en munitie. De bemanning kreeg opdracht en gelegenheid het schip door middel van de reddingboten te verlaten waarop de onderzeeër positie innam om het schip middels haar dekgeschut tot zinken te brengen. Terwijl ze daarmee doende was doemde een snel naderend schip op aan de horizon. Het voerde de Amerikaanse vlag en had aan weerszijden grote geschilderde schilden waarop eveneens de stars & stripes afgebeeld stonden, de Baralong.

Toen ze tot op ongeveer een halve mijl genaderd was gaf ze door middel van vlagsignalen te kennen dat ze aanbood de geëvacueerde bemanning van de Nicosian te redden. Kapitein Wegener bevestigde de ontvangst van de signalen en stemde hierin toe. Hij gaf zijn bemanning opdracht het vuren te staken en voer links van de Nicosian terwijl de gemaskeerde Baralong naar de rechterzijde voer, daar waar de reddingboten zich bevonden. In de korte tijdspanne dat ze door de aangeschoten Nicosian van de U-27 gescheiden was liet ze haar dekschotten vallen en bracht ze haar drie stukken boordgeschut in stelling, zonder daarbij haar valse vlag te strijken.

Zodra de U-27 in haar vizier kwam opende ze het vuur en de raak geplaatste voltreffers zorgden ervoor dat de onderzeeër binnen een minuut kelderde. Enkel de op het dek en commandotoren staande bemanningsleden – ca. 15 mensen – slaagden erin zich van de directe ondergang te redden. Terwijl ze zich van een deel van hun zwaar wordende kleding ontdeden zwommen ze richting de touwen die zijlings van de Nicosian bungelden en waarlangs kort tevoren de reddingboten naar beneden gelaten waren.

Vanaf de Baralong werd op hen het vuur geopend waarbij ongeveer de helft van hen gedood werd. De overigen wisten de touwen te bereiken en werden drie van hen bij het opklimmen gedood. Een twaalftal op de Nicosian afgezette en gewapende bemanningsleden van de Baralong elimineerde op bevel van kapitein Godfrey vier overlevenden. De gewapende groep stond onderbevel van korporaal Fred Collins: “When he [Herbert] ordered me to get men aboard of the Nicosian to get the Germans out, his actual words were: ‘Don ’t forget Collins, no prisoners on board this ship. Get rid of them’.” Kapitein Wegner, de laatste U-27 overlevende, sprong weer van boord van de Nicosian en probeerde zwemmend de Baralong te bereiken. Half dobberend aan een reddingsboei hief hij een arm ten teken van overgave toen hij onder vuur genomen werd en kort daarna in de golven verdween.

Vervolg valt te lezen op Q-ship Baralong (6)

Q-ship Baralong (4)

In 1915 kelderde de Baralong, een gewapende Engelse hulpkruiser, de Duitse duikboten U-27 en U-41 en elimineerde conform de gegeven opdracht doelgericht de overlevende duikbootbemanningen. Hiermee schond het Britse Rijk doelbewust de door haarzelf opgestelde Declaratie van Londen (Laws of Naval War 1908-1909). De opdracht tot het plegen van oorlogsmisdaden was en is een flagrante schending van oorlogsrecht- en wetgeving.

Oorlog is misleiding en bedrog, een misdaad tegen de menselijkheid, het brengt het slechtste in de mens naar boven en geen volk, ras of religie kan zich hiervan vrijpleiten. Het verhaal achter de oorlogsmisdaad van toen is gelijk aan de misdaden die vandaag de dag en nu in Jemen, Syrië en waar ook ter wereld valselijk in naam van de vrijheid, vrede en democratie gepleegd worden.

Gesteund door haar alles overheersende formidabele zeemacht had het Britse Rijk in augustus 1914, direct na het uitbreken van de oorlog een marineblokkade rond de kust van het Europese vasteland ingesteld. Niet alleen Duitsland maar Nederland, Noorwegen en ook de USA ondervonden direct de gevolgen hiervan. Opvolgend verklaarde ze in november 1914 de hele Noordzee tot oorlogsgebied. Elk schip dat zich hier bevond liep het risico opgebracht of al dan niet gekelderd te worden als zich naar oordeel van de Engelsen contrabande aan boord bevond. Niet alleen specifiek militaire goederen en wapentuig werden als contrabande gerekend maar ook levensnoodzakelijke goederen vielen hier volgens de Engelse bepalingen onder. Daarnaast legitimeerde de Britse regering op 31 januari 1915 het varen onder valse vlag. Er kwam veel kritiek op deze eenzijdige maatregel, niet in de laatste plaats van Nederland dat hierdoor zwaar gedupeerd raakte maar ook van de USA dat economisch aanzienlijk te lijden kreeg. De grootste kritiek kwam echter van Duitsland die het een grove schending van het zeerecht vond en van mening was dat door het inzetten van het hongerwapen gepoogd werd de Duitsers tot overgave te dwingen.

In reactie hierop verklaarde admiraal Hugo von Pohl, opperbevelhebber van de Duitse vloot, op 4 februari 1915 met ingang van 18 februari 1915 de zee rond de Britse eilanden en het Engelse Kanaal tot oorlogsgebied. De zee ten noorden van de Shetland eilanden, het oostelijke deel van de Noordzee en een zone van 30 nautische zeemijlen langs de Nederlandse kust viel buiten het genoemde oorlogsgebied. Geallieerde schepen moesten er rekening mee houden dat ze – met in acht neming van het geldende zeerecht – aangehouden, in beslag genomen of tot zinken gebracht konden worden. Von Pohl verklaarde dat daarbij rekening gehouden werd met het lot van bemanning en passagiers maar dat deze niet absoluut gewaarborgd kon worden. De veiligheid van neutrale schepen zou in acht genomen maar kon geen absolute garantie gegeven worden aangezien Engeland het varen onder valse vlag had gelegitimeerd en haar eigen schepen onder valse vlag liet varen.

Het Britse Rijk beschikte in augustus 1914 over 80 onderzeeërs, haar Duitse tegenpartij over 60 stuks. Voor beide naties gold dat maar ze deels operationeel en geschikt was om ingezet te worden op de Atlantische Oceaan. Zonder dat er op dat moment al sprake was van een geordineerd duikbootoffensief vonden in oktober 1914 de eerste aanvallen plaats op Engelse vrachtschepen. Hierbij hield Duitsland de internationaal geldende Cruise Rules in acht. De hierbij in acht genomen procedure was dat de onderzeeërs aan de oppervlakte voeren, een waarschuwingsschot voor de boeg gaven en met signalen verordineerden de machines te stoppen. Daaropvolgend werden de papieren gecontroleerd en als daaruit bleek dat er contrabande aan boord was kreeg de bemanning opdracht en de tijd om zich middels reddingsboten in veiligheid te brengen waarna het schip in beslag genomen danwel tot zinken gebracht werd. Tot aan februari 1915 toe werden in totaal 19 Engelse koopvaardijschepen tot zinken gebracht.

Van Britse zijde werden begin 1915 verdere instructies gegeven die strijdig waren met de Cruiser Rules, waaronder het niet voeren van vlag of andere herkenbare (neutraliteits-) tekens, het overschilderen van de schoorsteenpijpen waarop normaliter ter herkenning het beeldmerk van de rederij zichtbaar was en het varen van een ontwijkende zi-zag koers. Bij aanhouding werd geadviseerd het gegeven bevel te negeren en te proberen buiten het bereik te komen en indien mogelijk de onderzeeër te rammen of anders tot onderduiken te dwingen. Het waren deze instructies die kapitein Daniel Dow in mei 1915 bewogen het commando van de Lusitania neer te leggen. Het in weerwil met de Cruiser Rules op ramkoers brengen om daarbij de onderzeeërs tot zinken te brengen zorgde ervoor dat Duitsland van de tot dan toe gevolgde procedures afstapte.

In de eerste maanden van 1915 werden door zowel door Engelse vracht- als passagiersschepen verscheidene ram pogingen ondernomen, zoals op 28 maart 1915 door de Engelse veerboot SS Brussels. Gehoor gevende aan de nieuwste instructies gaf bevelvoerend kapitein Charles Algernon Fryatt bevel om op volle kracht U-33 te rammen nadat ze daarvoor door haar tot stoppen gemaand was. Fryatt viel later in de oorlog in Duitse handen en werd hiervoor via een krijgsgericht ter dood veroordeeld en gefusilleerd. Deze strijdige instructies leidden tot verwarring en samen met diverse andere in strijd met het zeerecht gepleegde overtredingen hebben er zeker toe bijgedragen dat schepen tot zinken gebracht zijn die mogelijk dat lot bespaard had kunnen worden. Schepen waaronder de Lusitania en de Arabic. Na de ondergang van de Lusitania gaf de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken William Jennings Bryan het advies aan president Woodrow Wilson dat aan “ships carrying contraband should be prohibited from carrying passengers … it would be like putting women and children in front of an army.”

Bryan nam twee jaar later, op 7 juni 1917, ontslag om dat hij niet wenste mee te werken aan de oorlogskoers die door een kleine kliek machtswellustigen was uitgestippeld.

Vervolg valt te lezen op Q-ship Baralong (5)

Q-ship Baralong (3)

In 1915 kelderde de Baralong, een gewapende Engelse hulpkruiser, de Duitse duikboten U-27 en U-41 en elimineerde conform de gegeven opdracht doelgericht de overlevende duikbootbemanningen. Hiermee schond het Britse Rijk doelbewust de door haarzelf opgestelde Declaratie van Londen (Laws of Naval War 1908-1909). De opdracht tot het plegen van oorlogsmisdaden was en is een flagrante schending van oorlogsrecht- en wetgeving.

Oorlog is misleiding en bedrog, een misdaad tegen de menselijkheid, het brengt het slechtste in de mens naar boven en geen volk, ras of religie kan zich hiervan vrijpleiten. Het verhaal achter de oorlogsmisdaad van toen is gelijk aan de misdaden die vandaag de dag en nu in Jemen, Syrië en waar ook ter wereld valselijk in naam van de vrijheid, vrede en democratie gepleegd worden.

Op donderdagochtend, 19 augustus 1915, verliet de Baralong de haven van Queenstown. Ze was onderweg naar de positie waar het passagiersschip Arabic kort tevoren getorpedeerd en ten onder gegaan was. Kapitein Godfrey Herbert had opdracht de Duitse onderzeeër die hiervoor verantwoordelijk was (U-24) onschadelijk te maken. Evenals drie maanden daarvoor met de Lusitania het geval was lag de Arabic al op de oceaanbodem. Desondanks stevende de Baralong naar de laatst opgegeven positie om halverwege haar koers aan te passen. Reden daarvoor was de pas ingezette duikbootaanval op het vrachtschip de Nicosian, enkele tientallen kilometers verwijderd. In volle vaart stevende de Baralong hierop aan en zou kort na aankomst het vrachtschip voor haar ondergang bewaren, de U-27 tot zinken brengen en de bemanning op beestachtige wijze afmaken. Daardoor verleende de Baralong zich in het bijzonder en de Q-schepen zichzelf het onzalige etiket van oorlogsmisdadigers toe.

Het verhaal achter de duikbootaanval op de Arabic, ondernomen door de U-24, is een schoolvoorbeeld van een op dat moment gewenste politiek correcte, al dan niet gekleurde propagandistische weergave. In wezen is het gelijk aan de valse en manipulatieve wijze waarop vandaag de dag de berichtgeving plaatsvindt; een incomplete voorstelling van zaken, het weglaten van gebeurtenissen en details die niet welgevallig zijn en waar nodig met leugens passend aan elkaar gelogen. Navolgend in het kort de situatie zoals deze toentertijd geschetst werd en wat in werkelijkheid plaats gevonden heeft, daarbij gebruik makend van verslagen en ooggetuigenverklaringen toentertijd van zowel Engelse, Amerikaanse als Duitse zijde. Dit alles om het optreden van de Baralong in een bredere en beter passende context te plaatsen.

Volgens opgave van Engelse zijde werd het passagiersschip Arabic zonder enige aanleiding of waarschuwing vanuit het niets aangevallen en getorpedeerd door de U-24. Het schip zonk binnen 10 minuten en het was aan het kordate optreden van kapitein William Finch te danken dat het overgrote deel van de passagiers en bemanning de aanval overleefden. De kapitein werd vooral lof toegezwaaid voor de wijze waarop hij de passagiers (zoals altijd) vooraf de nood-ontschepingsprocedure had laten doorlopen, daaraan was volgens de lofbrengers het grote aantal overlevenden te danken. Volgens opgave van Duitse zijde was het juist de offensieve actie van kapitein Finch die leidde tot de ondergang van de Arabic.

Na de torpedering van de Lusitania in mei 1915 had de Duitse regering voorzorgsmaatregelen genomen om verdere escalatie door torpedering van passagiersschepen te voorkomen. In twee opeenvolgende en voor de buitenwacht geheim gehouden instructies werden de duikbootcommandanten op 1 en 5 juni 1915 uitvoerig geïnstrueerd om uiterst zorgvuldig te werk te gaan. Passagiersschepen moesten in principe met rust gelaten worden en mochten niet zonder meer aangevallen, en enkel onder strikte voorwaarden staande gehouden worden en dan pas tot zinken gebracht worden als de veiligheid van de opvarenden gegarandeerd was en zij van voldoende proviand en verdere verzorging verzekerd waren. Veel passagiersschepen ontliepen op deze manier en zonder het te weten meer dan eens het lot dat de Lusitania ondergaan had. Ook commandant Rudolf Schneider van de U-24 verklaarde meerdere keren passagiersschepen ongemoeid te hebben gelaten. Ook toen de Arabic in zicht kwam wendde hij zijn steven om buiten haar koers te blijven totdat hij tot de overtuiging raakte dat de Arabic een ramkoers inzette waarop hij bevel gaf het schip onder vuur te nemen waarna het zonk.

Wat buiten de aandacht gehouden werd maar zeer zeker onderdeel uitmaakte van de ondergang van de Arabic was het navolgende. Op woensdagmiddag rond twee uur in de middag verliet het vrachtschip SS Dunsley op 18 augustus 1915 de haven van Liverpool en was onderweg naar Boston. Tot donderdagochtend 19 augustus was de vaart voorspoedig verlopen tot ze rond 06.00 uur in het vizier kwam van de U-24. Deze vuurde een waarschuwingsschot af en gaf conform de internationaal overeengekomen Cruiser Rules opdracht het schip stil te leggen. Kapitein Philip Arkley negeerde echter het bevel en probeerde de Dunsley op volle kracht buiten bereik van de U-24 te brengen die daarop het schip met haar dekgeschut gericht onder vuur nam. Na enkele treffers werd de brug van het schip geraakt waarbij enkele bemanningsleden omkwamen. Nogmaals werd vanaf de U-24 middels seinen opdracht gegeven het schip onmiddellijk te verlaten. Daarop besloot kapitein Arkley het schip stil te leggen en stapte de bemanning over in twee neergelaten reddingsboten. Nadat nagevraagd was of alle opvarenden van boord waren kreeg Arkley het bevel zich snel van het schip te verwijderen waarna de U-24 met haar dekgeschut het schip verder onder vuur nam. Na enkele voltreffers boven en onder de waterlijn helde het schip met de boeg voorover in het water en was zinkende. Aangezien de U-24 geen gebruik maakte van haar torpedo’s maar haar vernietigingswerk verrichte met haar dekgeschut voer ze aan de oppervlakte en cirkelde ze rond haar prooi toen tegen 08.00 uur een groot schip opdoemde. Het was de Arabic die de Dunsley had opgemerkt en terwijl kapitein Finch de positie van het zinkende schip door liet seinen verlegde hij zijn koers hier naartoe.

Vrijwel alle opvarenden stonden aan dek en hadden hun aandacht bij de ondergang van de Dunsley terwijl de Arabic in een zigzagkoers op het schip toe voer. Finch volgde daarbij dezelfde instructies die kort tevoren ook de Lusitania gegeven waren. Instructies die strijdig waren met de gangbare Cruiser Rules en die ervoor zorgden dat kapitein Dow voor de laatste afvaart bedankte. Daarbij voerde het schip geen vlag of andere herkenbare (neutraliteits) tekens. De U-24 was op het moment dat de Arabic zijn koers verlegde nog steeds aan de oppervlakte terwijl haar periscoop ter herkenning enigszins omhoog stond. Nadat de Arabic opnieuw haar koers wijzigde en daarmee in rechte lijn op de U-24 afstevende was kapitein Schneider ervan overtuigd geramd te worden. De Arabic moest de U-24 zeker gezien hebben in de tijd dat de U-24 nog aan de oppervlakte voer.

Enkele dagen hieraan voorafgaand was de U-24 aan meerdere pogingen haar te kelderen ontsnapt. Eerst hadden zowel het jacht Valiant II alsook de trawler Majestic haar proberen te rammen en was ze onder vuur genomen door het bewapende lijnschip City of Exeter. Overtuigd dat de Arabic op ramkoers was gaf hij bevel te duiken en een torpedo af te schieten. De ondergang van het passagiersschip was hiervan het resultaat en terwijl veel van de opvarenden van de Arabic de torpedo op zich zagen afkomen en de ontploffing hoorden en voelden zonk het schip tegen 09.25 uur naar de diepte. Dat de ontscheping van de Arabic zo voorspoedig en vlot verlopen was had alles te maken dat vrijwel iedereen al aan dek stond en snel in de reddingsboten geëvacueerd konden worden. In tussentijd snelde de Baralong naar de opgegeven positie van de door de U-27 bedreigde Nicosian waar ze niet veel later ter plekke kwam.

Vervolg valt te lezen op Q-ship Baralong (4)

Dunsley & Arabic

The Sinking of the SS Dunsley & HMS Arabic on 19-08-1915

COMMANDER SCHNEIDER OF THE GERMAN SUBMARINE U-24

Regarding Identity: My name is Rudolf Schneider. I was born on February 13th, 1882, at Zittau in Saxony. My religion is Lutheran. I have never been punished by process of law.

Regarding the Facts: Early on the morning of August 19th, 1915, I sighted an English steamer at dawn, about 40 nautical miles south of Kinsale. The steamer was in a position which would have enabled me to approach her only above water. I ordered the signal to be given : “Leave the ship at once,” fired a warning shot, and observed that the steamer thereupon turned about and made off. By firing about ten shots I then forced her to stop and ascertained that it was the English steamer Dunsley. I gave the crew time to leave the ship in their own boats and then took her under gunfire until she was leaking. The weather was so fair that the crew were able to take to their boats in absolute safety. The boats set sails and made for the shore.

While I was still lying by the Dunsley and waiting to see whether she would sink, I saw a steamer of some size at a considerable distance advancing towards me. I steamed away from the Dunsley towards the course of the sighted steamer at first, for about a quarter of an hour, above water, then in a submerged state, intending to obtain her course by bringing her masts to bear in a line. As she drew nearer I saw that she was painted grey; superstructures were not recognizable. The steamer flew no flag; signs of neutrality and names could not be made out. As the steamer approached the Dunsley she took her course directly towards this vessel; then suddenly altered her course again and came directly towards me. In my opinion it would have been impossible to have taken aboard the occupants of the Dunsley’s lifeboats in the short interval of time that elapsed between altering the course toward the Dunsley and again steering towards me. This turning of the steamer towards the Dunsley and then the sudden alteration of course towards me, without paying the least attention to the lifeboats, were the more extraordinary, inas- much as steamers which, according to the nature of the situation, must assume that submarines are in the neighborhood, are accustomed to remove themselves with all possible speed and on a course in accordance with this purpose from the assumed vicinity of the submarines. I have myself observed on numerous occasions this manoeuvre on the part of enemy vessels.

That the Dunsley had been attacked must have been observed from the second steamer, since the Dunsley’s bow was already lying deeply in the water. The steamer now came directly towards me, so that the position of my submarine would have made it possible for her to ram me. She could also have observed me, since I had not only traveled above water for a quarter of an hour upon first leaving the Dunsley, but had subsequently been repeatedly obliged to show my periscope. I was, therefore, firmly convinced that she intended to ram me. I was the more convinced of this, since only as recently as August 14th of this year I was attacked in the Irish Sea by a large steamer which, without the slightest provocation, opened gunfire upon me. In order to forestall my being rammed I therefore determined to attack the steamer below water. I made a turn towards the north and fired a bow torpedo at her at right angles to her course. Through the periscope I estimated the angle for a speed allowance of twelve nautical miles, since I held the speed of the steamer to be a middling one. The torpedo struck her starboard quarter; the vessel sank rapidly. After the torpedo had been discharged, a great number of boats were observed — some fifteen — nearly all of which were completely filled. The weather was so good that in my opinion the safety of the people in the boats was assured.

That it was the Arabic which was concerned in these events I learned only several days after my return, upon reading the newspaper reports, by which I saw that the Arabic had been sunk in the neighborhood of the Dunsley.

In Answer to Questions: A considerable time before the occurrence which has been described, I had received order to spare large passenger steamers. The order that no passenger steamer at all was to be attacked without warning is of more recent date. In accordance with this order I had already, prior to the sinking of the Arabic, permitted several large passenger steamers, which I might have attacked, to pass by unmolested. For example, during the course of a previous distant cruise near the entrance to the Bristol Channel, I had permitted a large passenger steamer which I recognized as such to escape without molestation, despite the excellent opportunity afforded for attacking it. I may cite another instance which occurred during that cruise on which I sank the Arabic.

On the 14th of August of this year, in the Irish Sea, I sighted a large steamer astern. She belonged apparently to the Royal Mail Packet Company, and offered me an excellent chance to place myself in her path and attack her. But I recognized her as a passenger steamer, allowed her to pass by, and then took up a course which led away from her. In connection with this I would mention the fact that this steamer began on her own part to open upon me with artillery as soon as I found myself in a position from which I could no longer attack her.

Source: THE AMERICAN JOURNAL OF INTERNATIONAL LAW

Begrijpen & Ontdekken

Oktober 2018 is uitgeroepen tot maand van de geschiedenis, een themamaand met de doelstelling geschiedenis voor een breder publiek toegankelijker te maken. Voor 2018 is “Ontdek gisteren, begrijp vandaag” tot parool gekozen. 

Beter zou het zijn dit parool zo aan te passen dat Begrijpengrip en inzicht krijgen op het waaromvoorop staat.

Niet het ontdekken en voetstoots aannemen van vastgelegde & politiek correcte absolute waarheid waarbij de achtergronden onvolledig benoemd, deels weggelaten, deels weg gelogen en door antidateren volledig uit hun verband zijn gerukt. Niet kopiëren, na-praten of na-denken maar telkens weer en onophoudelijk kritisch onderzoek om de wereld van vandaag te kunnen begrijpen.

Waarheden die niet aan een continue uitdaging worden onderworpen, houden uiteindelijk op de werking van waarheid te hebben omdat zij door overdrijving tot leugen worden gemaakt” – John Stuart Mill, Engels sociaal-filosoof & econoom.