Home » Geschied-en-is (Page 2)

Category Archives: Geschied-en-is

Kamp Auschwitz – 1919/1921

AuschwitzAnders dan algemeen en voor absolute waarheid aangenomen wordt kent het in Polen liggende kamp Auschwitz een andere start en heeft het verrassend andere wortels. Niet de Duitsers maar de Amerikanen hebben dit kamp in de nadagen van de Eerste Wereldoorlog opgezet als quarantaine-, en krijgsgevangenkamp dat eveneens dienst deed als vluchtelingenkamp. De voornaamste reden voor het opzetten van dit kamp in de plaats Oświęcim (Oswiecim) zoals ze in het Pools genoemd wordt was de bestrijding van de toentertijd heersende Tyfusepidemie.

Wat vooraf ging

Het grondgebied van Polen was in de jaren voorafgaand aan de Franse Revolutie meerdere malen herverdeeld. Het land was in de jaren 1792, 1793 en 1795 onder Russisch, Oostenrijks en Pruisisch bestuur gebracht en had het land effectief opgehouden te bestaan. Het was keizer Napoleon Bonaparte die natijd een deel ervan als Hertogdom Warshaw herschiep (1807-1815) waarna het na de Congressen van Wenen (1815) tot een personele unie met Rusland gebracht werd onder de naam Congres Polen. Na oproer en opstand verloor Polen in 1831 haar relatieve zelfstandigheid en zelfbeschikking en werd min of meer bij Rusland ingelijfd. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog streden Poolse eenheden binnen het Habsburgse (Oostenrijkse) leger onder aanvoering van maarschalk Jozef Pilsoedski tegen de Russische troepen aan het oostfront. Op 6 augustus 1914 zetten Pilsoedski’s eenheden vanuit het relatief autonome Galicië de aanval in op het Russische deel van Polen. In 1916 leidde dit onder supervisie van het Duitse Keizerrijk (t/m 1918) tot de vorming van het Regentschapskoninkrijk Polen. Pilsoedski greep de nederlaag van de Centralen en de wapenstilstand van 1918 aan om de onafhankelijkheid uit te roepen waarmee het Regentschapskoninkrijk Polen werd opgeheven. Na de wapenstilstand van 1918 werd door de grootmachten bepaald dat uit het voormalige Duits- en Oostenrijks Polen, samen met Russich-Polen een nieuwe staat werd gevormd. Niet instemmend met de Oostelijke landsgrens die in eerste instantie gelijk gesteld werd met de Curzon-linie trok Pilsoedski ten strijde tegen Rusland. Een Groot-Poolse staat ontving in zekere zin geallieerde ondersteuning, een katholieke bufferstaat in het oosten was in geopolitiek belang van de geallieerden. Het sinds 1914 door oorlog, honger, dood en ellende geplaagde land beleefde geen vrede maar werd in een nieuwe strijd geworpen die uiteindelijk tot 1921 voortgezet zou worden.

Gedurende deze strijd werden in maart 1919 de ‘Grote Vier’ (zoals de overwinnende geallieerde grootmachten aangeduid werden) door de Engelse minister van buitenlandse zaken Lord Curzon erop gewezen dat met name in het Oosten zoals Polen, Oekraïne, Servië, Roemenië en andere oostelijke staten geteisterd werd door een snel naar het westen verspreidende Tyfus epidemie. Steden als Wenen, Krakau en Boedapest werden reeds door deze door luizen verspreidde epidemie belaagd, miljoenen Oost-Europeanen werden hierdoor bedreigd en sloegen op de vlucht richting het westen.

Op 29 mei 1919 verklaarde de nieuwe Poolse minister van gezondheid Dr. Thomas Janiszweski dat er een Cordon Sanitaire ingesteld werd van de Baltische staten t/m de Middellandse Zee om zo de epidemie te stuiten. Op dat moment waren in Polen naar schatting meer dan een miljoen mensen met Tyfus besmet en vielen er wekelijks honderdduizenden slachtoffers door de epidemie die zich als een woudbrand naar het westen verplaatste. Het plan van Janiszweski kwam er op neer dat personen die met tyfus (of andere ziekten) besmet waren geïnterneerd en afgezonderd moesten worden. Grondig gereinigd, ontsmet en geschoren, dat hun kleding ontluisd en gedesinfecteerd diende te worden (zo nodig vervangen) en zolang in quarantaine gehouden moesten worden totdat zij geen bedreiging meer voor de volksgezondheid vormden en met een ‘Certificate of Delousation’ ontslagen werden.

Generaal John J. Pershing bevelhebber van het AEF (American Expedition Force) welke op de nominatie stond om naar de USA terug verscheept te worden kreeg op 25 juni 1919 van president Woodrow Wilson het bevel deze taak op zich te nemen. Pershing droeg Colonel Harry L. Gilchrist van het Army Medical Corps op zich bij Dr. Thomas Janiszweski te melden en de strijd tegen de tyfusepidemie in Polen op zich te nemen. De Gilchrist-eenheid werd de American Polish Thypus Relief Expedition (APTRE) later hernoemd tot  American Polish Relief Expedition (APRE) met haar hoofdkwartier in Warshaw.

Door haar uitstekende spoorwegverbindingen werd de op vijfenzeventig kilometer van het in Krakow gesitueerde Bacteriologische Laboratorium liggende plaats Oświęcim als meest geëigende plaats voor het ‘Quarantine and Refugee Station’. Haar gunstige ligging vanwege de vele omringende ruime landerijen welke uitermate geschikt waren voor de noodzakelijke voedselvoorziening was ook een belangrijk punt. Daarnaast konden de krijgsgevangenen direct ingezet worden bij teelt en oogst en zo de lasten die Polen daardoor te dragen had te verlichten. Medio augustus 1919 werd Kamp Auschwitz operationeel en ontving het gemiddeld 5.000 tot 6.000 personen per dag, voor het merendeel krijgsgevangenen. Foden sterilizer hand

Uit Amerikaanse, Engelse, Franse en Duitse militaire voorraden werden grote aantallen stoom-sterilisatoren, autoclaven en mobiele badinstallaties aangeleverd. De Foden-Tresh stoom-sterilisator, al dan niet mobiel/door paardentractie of gemotoriseerd voortbewogen, maakte vast onderdeel uit van de enorme hoeveelheid benodigde ontluizingsapparatuur.

Krijgsgevangen Bolsjewieken die nauwelijks gekleed en slecht gevoed waren stonden met graagte hun schamele en van luizen vergeven bovenkleding af in ruil voor ondergoed, zeep en schoeisel uit Amerikaanse legervoorraden. Samen met het ontvangen aardappelrantsoen verdween de kledij gedurende een half uur in de stoom-sterilisatoren waarna luizen vernietigd en de aardappels gaar in ontvangst genomen werden.

WW1_US_DELOUSINGvehicle

Delousing Bolsjewists 1919

We have found lately that the Bolsheviks have taken to putting patatoes in the pockets of their clothes as they go in the sterilizers – on getting back their sterilized clothes they have naturally enough fine boiled patatoes. This is quite a popular way of getting them to [have] to clothes sterilized. The Q.M. (Quarter Master) passes out each man his raw potatoe (sic) ration, and there is always a line up now at the machines ”

De met papiersnippers gevulde slaapzakken werden geregeld met dieseldamp gereinigd, het zand in de barakken op gezette tijden verschoond terwijl het ongedierte in de barakken zelf onder supervisie van de Zweedse arts Vamos met cyanide werd vergast. Het uitvoerende personeel moest speciale gasmaskers ophebben van het type “Drägerwerke Lübeck” dat ook een kleine zuurstofcilinder bezat omdat het dodelijke gif niet goed gefilterd kon worden. Kleine hoeveelheden HCN waren al dodelijk. Al eerder was Sulphuric Acid en Sodium Cyanide gebruikt. Het ongedierte in de gebruikte treinstellen en wagons werd in afgesloten tunnels door vergassing onschadelijk gemaakt. Aan het einde van 1920 zat het werk van de American Polish Relief Expedition erop en op 4 januari 1921 werd de eenheid van haar taak ontheven en officieel opgeheven.

In september 1939 viel het Duitse leger Polen binnen om halverwege november haar campagne te staken. Na vijf maanden werd op 1 april 1940 het kamp Auschwitz officieel als gevangenenkamp voor het Duitse leger opgeleverd. Met de komst het eerste gevangenentransport van dertig Duitse criminelen die op 20 mei 1940 arriveerden werd Auschwitz opnieuw gebruik genomen.

 

Macht achter de macht

0 RDe waarheid is – erkent Clémenceau aan de vooravond van zijn dood -, dat wij, onder verschillende benamingen, nooit door iets anders geregeerd zijn dan door kleine groepen, wier belangen met idealistische praatjes werden gestoffeerd. Over de democratische kliekregeringen zou heel wat te zeggen zijn – Clémenceau kan dit weten -. Hun geschiedenis verschilt niet aanmerkelijk van de andere. Ik zie niet, dat gedurende 2000 jaar, sinds Aristophanes, het regeringsstelsel veel veranderd is.” (*) Vandaag de dag laat zien dat er niets veranderd is, waardeloze nep-politici die als trekpoppen aansturen op oorlogen.

Georges Eugène Benjamin Clémenceau was een Frans staatsman, arts en journalist. Als een van de heftigste radicale politici tijdens de eerste decennia van de Derde Franse Republiek kreeg hij de bijnaam De Tijger. Hij is vooral bekend geworden als de premier van Frankrijk gedurende de Eerste Wereldoorlog en als onverzoenlijke onderhandelaar die het verslagen Duitsland (en daarmee ook het na-oorlogse Europa) het Verdrag van Versailles als wurg ketting om de nek legde.

(*) Artikel ‘Achteraf Bezien’ in “L’ Illustration”, 27 november 1926. Gepubliceerd in: Nieuwe Vormen van Oorlog en Hoe die te Bestrijden – B. de Ligt, – pagina 8 – NV Uitgeverij ‘De Tijdstroom’ – Huis ter Heide, 1927

Jo de Boekhouder

Jo KleimanIn de naam Johannes Kleiman herkennen veel mensen de boekhouder die in 1933 de administratie van het bedrijf Opekta, het bedrijf van Otto Frank, op zich neemt. Ook staat hij bekend als een van de helpers die Anne Frank en de overige onderduikers in het Achterhuis bijgestaan heeft.
Minder algemeen bekend zal zijn dat Kleiman een kleine 10 jaar eerder als 28-jarige boekhouder naast de 48-jarige Luxemburger Jacques Heuskin tot procuratiehouder benoemd werd van de op 22 november 1923 in Amsterdam opgerichte bank M. Frank & Zonen. Heuskin als representant van één van de geldschieters achter de schermen, onkel Hermann Geiershöfer, eigenaar van een Luxemburgse handschoenenfabriek en Jo Kleiman als broer van zakenrelatie Willy Kleiman.

Willy Kleiman bestierde in Nederland het insecten bestrijdings en ontsmettingsmiddelen bedrijf CIMEX dat op haar beurt zakelijke verbindingen had met het Duitse bedrijf Tesch & Stabenow. Dit in 1924 opgerichte en in Hamburg gevestigde bedrijf was marktleider op het gebied van bestrijdingsmiddelen én leverancier van het door de Duits-Joodse wetenschapper en Nobelprijswinnaar Fritz Haber ontwikkelde ongedierte verdelgingsmiddel Zyklon-B. Als de eerder genoemde bank M. Frank & Zonen op 15 december 1924 alweer zijn deuren sluit verhuisd de bank administratief naar het privéadres van Jo Kleiman aan Rombout Hogerbeetsstaat 21 in Amsterdam. Na enkele maanden werd Jaques Heuskin ontslagen maar Jo bleef in functie. Hij kreeg als verantwoordelijk procuratiehouder volledige volmacht en trad in 1925 bij het bedrijf van zijn broer Willy – CIMEX (dat in het Latijn insect of wandluis betekent) – aan het werk.

De Piramide van Austerlitz

Austerlitz_jpg

Anders dan sommige geschiedschrijvers willen laten geloven was de ‘piramide van Austerlitz’ niet gemaakt als tijdverdrijf door verveelde Franse soldaten en zeker niet als eerbetoon aan keizer Napoleon ter ere van de veldslag bij Austerlitz.

Het was het legerkamp van de Franse soldaten onder de rook van de stad Utrecht dat die naam droeg en waar die kunstmatige heuvel naar vernoemd werd. De Engelse invasie op het eiland Walcheren in 1809 maakte een eind aan alle havenplannen, de soldaten moesten hun spaden verruilen voor geweren om de Engelsen een voet dwars te zetten.

Het was een oud plan uit de 15e eeuw dat de bedoeling had om door middel van een te graven ‘Eemse Vaart’ Utrecht met de Zuiderzee te verbinden. Een ambitieus plan voor de aanleg van een Utrechtse zeehavenproject waaraan koning Lodewijk zijn medewerking verleende. In 1670 had de Utrechtse ‘Dolle Jonker’ Everard Meyster met de gedachte rondgelopen om dat oude plan te realiseren en lanceerde hij daaroverheen ook nog eens een plan voor een enorme stadsuitbreiding. Om de geplande nieuwbouw goed in de gaten te kunnen houden had hij aan de westelijke rand van het uitbreidingsgebied het landgoed ‘Oog in Al’ laten aanleggen, om alles goed in het oog te kunnen houden.

De aanleg van een Utrechtse zeehaven zou de absolute machtspositie van de Amsterdamse haven ondergraven en Utrecht tot een nieuwe handelshoofdstad kunnen maken. Toen een select groepje investeerders in het najaar van 1808 het geactualiseerde ‘Dolle Jonker’ plan aan koning Lodewijk voorlegden, was hij daarvoor dan ook direct te vinden. De in Nederland gelegerde – voor de telkens uitgestelde invasie in Engeland bedoelde – Franse troepen werden voor het zeehavenproject ingezet. In maart 1809 zou met de werkzaamheden worden begonnen, net even buiten de stadswallen en tussen Splinterburg en Baarn. Ook hier zou apotheker Hendrick Keetell aantekeningen van bijhouden en in zijn dagboek was te lezen dat buiten het Wittevrouwenbolwerk de keizerlijke huzaren ‘met schoppen, spaden en cruywaeghens’ begonnen waren om het havenbekken uit te graven. De uitgegraven losse zandgrond werd daarop met proviandwagens naar legerkamp Austerlitz gereden en vormde daar een ca. 20 meter hoge heuvel die later de naam ‘piramide van Austerlitz’ zou meekrijgen.

 

 

Adolf & Otto – ‘Alte Kämpfer’

Adolf Hitler soldaat 1 Otto Frank IJzeren KruisAdolf Hitler en Otto Frank dienden in hetzelfde leger en kregen allebeide het IJzeren Kruis 2e klasse. Hierboven zijn beide gedecoreerde soldaten naast elkaar te zien, links Adolf, rechts Otto.

Toen de (eerste en grootste) wereldoorlog in 1914 uitbrak, hesen miljoenen jonge mannen in Oost en West zich in het militaire uniform. Nog nooit had de wereld zo’n grote en beestachtige mensenslachting meegemaakt. Moord- en doodslag met officiële goedkeuring en elk nam daar zijn plaats in, de een als keukenhulp, de ander als soldaat, weer een ander als postbezorger, de ander als officier. Een gruwelijke mensenvernietiging waarbij het afslachten van 5.000 mensen per uur eerder regel dan uitzondering was. Wie zich verdienstelijk gedroeg en ook nog wist te overleven werd daarvoor beloond met kruis en erelint.
In het Duitse leger werd het IJzeren Kruis in verschillende waarderingen uitgereikt. Het IJzeren Kruis tweede klasse werd ca. 5.000.000 keer uitgereikt. Het kruis werd aan een lint op de linkerborst gedragen. Het werd alleen op de dag van de uitreiking en tijdens ceremoniële bijeenkomsten gedragen. Meestal werd alleen een strook van het lint door het tweede knoopsgat van het uniform gedragen.
Adolf ontving deze onderscheiding in december 1914, van Otto is het precieze jaar waarop hij deze onderscheiding kreeg wat onduidelijk. Historische bronnen spreken van 1915, 1917 en 1918. Het IJzeren Kruis 1e klasse werd veel minder vaak verleend, namelijk 218.000 keer. Adolf ontving in augustus 1918 het hoger in rang staande IJzeren Kruis 1e klasse op voorspraak van de (Joodse) adjudant Hugo Gutmann.
De toekomst had voor de beide gedecoreerde ‘team-genoten’ in het verdere verloop van de geschiedenis een heel eigen en ander verhaal in petto.

Sarie Marais – het Boere Strydlied

sarie-marais

Het lied Sarie Marais dat ook veel oudere Nederlanders nog wel kennen, was in de Boerenoorlog (1899-1902) hét lied dat door de Boerenstrijders gezongen werd. Het was het te vergelijken met dat van Lily Marlene dat de zangeres Marlene Dietrich een paar decennia later zou uitbrengen. 

Het lied werd oorspronkelijk geschreven door de Zuid Afrikaanse dichter en journalist Jacobus Petrus Toerien (1860-1920) in 1889 en was een lofzang op de jonge Susara Margaretha (Sarie) Maré. (1868-1939) In feite was het een bewerking van het strijdlied uit de Amerikaanse Burgeroorlog Sweet Ellie Rhee.

Onder het pseudoniem van Jepete dichtte Toerien – journalist van het blad Di Patriot – zijn regels niet voor zomaar een lief Elsie. Op 19 december 1884 zou hij met Marie Maré, de dochter van Jacob Maré, trouwen. Jacob Maré was overigens een belangrijk man, hij was lid van de uitvoerende raad van Transvaal. Het lied had aanvankelijk niet dezelfde tekst en het aantal coupletten zoals het later bekend werd, maar werd het al zingende verder ontwikkeld. Geruchten gingen dat generaal De Wet het 4e couplet erbij heeft geschreven. Een speling van het lot was er overigens verantwoordelijk voor dat de naam Maré verbasterd werd tot Marais.

Het lied van Sarie Marais ging over de hele wereld. Krijgsgevangen Boerenstrijders importeerden het lied naar hun gevangenkampen in Portugal, St. Helena, de Bermuda’s en Ceylon. Tot op de dag van vandaag gebruiken de Girl Guides uit Sri Lanka (het vroegere Ceylon) dit als lijflied.

Het lied werd in vele talen vertaald, zoals in het Frans, Italiaans en het Russisch. Het Franse Vreemdelinglegioen, de Britse Royal Marines en het seinerskorps van Paraguay hebben het als regimentsmars aangenomen en bij veel wandelevenementen in Nederland werd/wordt het Sarie Marais (vaak meerstemmig) onder het lopen gezongen. Dat met Kakies* de in Khaki geklede Engelsen bedoeld werden is voor vrijwel de meesten onbekend. Sarie, de vrouw van het lied, stierf in alle armoede op 22 december 1939, op 73 jarige leeftijd. Haar graf ligt vlak bij het Vrouwenmonument in Bloemfontein.

Sweet Ellie Rhee

Sweet Ellie Rhee, so dear to me, Is lost forever more
Our home was down in Tennessee, Before this cruel war

Refrein:
Then carry me back to Tennessee, Back where I long to be
Amid the fields of yellow corn, To my darling Ellie Rhee.

Sarie Marais

My Sarie Marais is so ver van my hart, maar’k hoop om haar weer te sien.
Sy het in die wyk van die Mooi Rivier gewoon, nog voor die oorlog het begin.

Refrein:
O bring my trug na die ou Transvaal, daar waar my Sarie woon.

Daar onder in die mielies, by die groen doringboom, daar woon my Sarie Marais.

Ek was so bang dat die Kakies(*) my sou vang, en ver oor die see wegstuur;
Toe vlug ek na die kant van die Upington se sand, daar onder langs die Grootrivier.

Refrein:
O bring my trug na die ou Transvaal, daar waar my Sarie woon.

Daar onder in die mielies, by die groen doringboom, daar woon my Sarie Marais

Die Kakies is mos net soos ’n krokodille pes, hulle sleep jou altyd water toe;
Hul gooi jou op n skip vir ’n lange, lange trip, die josie weet waarnatoe.

Refrein:
O bring my trug na die ou Transvaal, daar waar my Sarie woon.

Daar onder in die mielies, by die groen doringboom, daar woon my Sarie Marais Chorus:

Verlossing die kom en die huis toe gaan was daar, terug na die ou Transvaal;
My lieflingspersoon sal seker ook daar wees, om my met ’n kus te beloon.

Refrein:
O bring my trug na die ou Transvaal, daar waar my Sarie woon.

Daar onder in die mielies, by die groen doringboom, daar woon my Sarie Marais

 

Nederlandse (niet-) Neutraliteit WOI

schansweg-moelingenIn het begin van de Eerste Wereldoorlog had het Duitse leger door gebruik te maken van Nederlands grondgebied de neutraliteit – formeel gezien – geschonden, zónder dat hieraan door Nederland consequenties verbonden waren. Zuidelijk van de plaats Eijsden ligt bij Moelingen een gemeenschappelijk Nederlands/Belgisch landweggetje (de Schansweg) waarlangs op 4 augustus 1914 enkele Duitse pelotons marcheerden in de hoop via de Maasbrug van Vise de rivier over te steken. De route die genomen moest worden (voorbij grenspaal 43) voerde onvermijdelijk over Nederlands grondgebied en was daardoor wel degelijk sprake van schending van de Nederlandse neutraliteit.

Fré Morelvasthoudend, volhardend met open geest, niet links of rechts, maar VRIJ-denkend.

Bij het begin van dat weggetje ziet men grenspaal no 43. Even verderop, links in het weiland, ziet men dan ook grenspaal 44. Het weggetje loopt precies tussen deze twee palen door, langs een restaurant en dan recht naar de Maas waar men ook nog grenspaal no 45 kan zien. Vandaar ziet men de overkant. Volgens het grensverdrag tussen Nederland en Belgie was dit weggetje (alleen lopend te begaan) gemeenschappelijk bezit en het is derhalve haast zeker dat de Duitsers bij hun opmars naar de Maas dus ook op Nederlands gebied hebben gelopen.”

Het gehoopte doel werd overigens niet bereikt, de brug was al door het Belgische leger opgeblazen. De schending had echter geen consequenties en werd met de mantel der liefde bedekt waardoor de gedachte van niet neutrale en pro-Duitse Nederlandse opstelling steeds vastere voet kreeg bij de Entente-machten. Niet alleen het verleende keizerasiel in november 1918 maar ook de openstelling van de Nederlandse grens voor de terugtrekkende Duitse legers in die maand leverde een stroom van kritiek op. In de nacht van 18 op 19 november 1918 werd het de Duitsers toegestaan via de Maasbrug bij Maaseik de Maas over te steken en via Roosteren en Susteren naar de heimat terug te keren. Het betrof hier in hoofdzaak etappentroepen die in Noord-België gelegerd waren. Per spoor is de bezetting van Turnhout (een regiment infanterie) via Baarle-Nassau naar Kaldenkirchen (niet ver bij Venlo vandaan) vervoerd. Via station Hamont werden met lazarettreinen Duitse gewonden via de grensplaats Budel over Nederlands grondgebied naar Duitsland gerepatrieerd en een klein aantal soldaten heeft zich via Zeeuws Vlaanderen teruggetrokken. Alles bij elkaar betrof het hier zo’n 70.000 soldaten.

Islamitisch Sonderlager Wünsdorf (WOI)

moskee-wu%cc%88nsdorf

Nadat de grote mensenslachting in 1914 zijn aanvang genomen werd Duitsland geconfronteerd met het onderbrengen van een enorme toestroom aan krijgsgevangenen. De Duitse soldaten waren erg beducht voor deze van hen cultureel zo verschillende, vreemde soldaten met hun bijzondere strijdmethoden. Bij de waarschuwingskreet Die Schwartzen kommen (de Zwarten komen) werden veel soldaten bijna gek van angst. Door het grote aantal gevangen genomen soldaten met verschillende achtergronden kreeg met name Duitsland te maken met onbekende problemen.

Mohammedanen hadden uit godsdienstige motieven een levensgroot probleem met varkensvlees, Brahmanen op hun beurt met alles wat met rundvlees te maken had, Bengaalse Thakurs aten zelfgebakken, ongedesemd brood met rijst en zo was er een breed scala aan exotische bijzonderheden. Voor het eerst in de Europese krijgsgeschiedenis moest een nieuw soort opvangkampen worden ingericht, in totaal zou Duitsland 175 gevangenkampen inrichten. De enorme cultuurverschillen, het was zeker in én binnen Europa van die tijd een ongekend iets.

Door de verscheidenheid aan gewoonten, gebruiken, rituelen en godsdiensten en niet in de laatste plaats door de verscheidenheid aan talen konden de krijgsgevangenen niet zonder meer bij elkaar worden ondergebracht. In eerste instantie werden de gevangenen in verzamelkampen ondergebracht maar traden al gauw onderlinge problemen op. Engelse en Franse krijgsgevangenen konden het maar moeilijk met elkaar eens worden terwijl de autochtone Engelsen en Fransen met weer- en tegenzin gelijk gesteld werden met de door hen in de wereldstrijd meegetrokken koloniale soldaten.

De Duitse overheid zag zich door de veelvoud aan culturen, gebruiken, onderlinge tegenstellingen en religieuze verschillen genoodzaakt de Entente Cordiale gevangenen onder te brengen in aparte kampen. Als naar elkaar toevloeiend kwik sloten Engelsen, Russen en Fransen zich vanzelf aan zoals vandaag de dag gebruikelijk is in Amerikaanse gevangenissen waar zwart, blank, latino etc. elkaars nabijheid zoeken. In Sonderlager werden de gevangenen opgevangen naar nationaliteit, etniciteit en religie. Islamitische gevangenen werden onderverdeeld in twee aparte stromingen, Noordafrikanen in het Sonderlager Wunschdorf bij Zossen en Tartaren in Zossen-Weinberge. Speciale deel-kampen werden ingericht voor Bantu’s, Sudanezen, Indiërs, etc.

Het Islamitische Wünsdorfer Sonderlager bezat een eigen moskee, had een lager-imam en werden de Islamitische krijgsgevangenen, zoals alle andere gevangenen, in de gelegenheid gesteld hun geloof te belijden. Over deze Duitse kampgeschiedenis is weinig achtergebleven in het collectief geheugen, dat men alles in het werk gesteld had om de gevangen genomen vijanden naar eer en geweten te behandelen is een onbekend gegeven. De behandeling van de door geallieerden krijgsgevangen genomen Duitse soldaten week daarentegen schril af, geallieerde de gruwelpropaganda heeft daar zeker een prominente rol in gespeeld.

Pierre Minuit & de aankoop van Manhattan

pierre-minuitPierre Minuit (ook wel Peter Minuit of Peter Minnewit genoemd) werd een in het huidige België geboren. Hij werd als zoon geboren uit de Antwerpse koopliedenfamilie Jehan Minuit en Sarah N. Nadat de Spanjaarden Antwerpen hadden ingenomen vertrok de protestantse familie Minuit in 1581 naar de Duitse landen. Pierre zou in goede bekendschap raken, samen met Willem Usselincx en Blommart participeerde hij in de W.I.C. (West Indische Compagnie) Pierre trouwde een rijke koopmansdochter uit Kleef: Gertrud Rae(d)ts. Pierre stond bekend als diamantslijper en met het geld dat zijn vrouw inbracht steeg hij in de diamanthandel. In 1625 tond Pierre op de lijst van de directeurenvergadering van de W.I.C. in Amsterdam.

Op 24 mei 1626 zou Pierre als directeur-generaal van Nieuw België in naam van de W.I.C. Manhatten gekocht hebben voor “een scheet en 3 knikkers” ter waarde van het schamele bedrag van 60 guldens. Behalve een melding over de vermeende aankoop van de Lenape-indianen door  Peter Schaghen is een originele koopakte of ander oorspronkelijk stuk nooit overlegd. De aankoop mag op zijn minst gerekend als uiterst discutabel, mogelijk zelfs als één van de grootste onroerendgoedzwendels beschouwd worden.

Aankoop Manhattan

In 1626 kochten onze voorvaderen het eiland Manhattan van de Indianen voor een schappelijke prijs van f 60,– aan ijzerwaren en glaswerk. Als bijzonderheid zij hier nog vermeld dat kort na het afsluiten van de koop bleek dat de verkopers niet de rechtmatige eigenaren van Manhattan waren, zodat de toen nog doortastende Hollanders besloten niet tweemaal voor eenzelfde gebied te “betalen” en het dan maar liever gewapenderhand in bezat te nemen.”

Bron: 11 Wallstreet, Amerikaanse beursindrukken, pag. 12, C.C.P. Ingwersen Jr, Sijthoff Uitgeverij 1956

Gabrielle Petit

Gabrielle PetitGabrielle Alina Eugenia Maria Petit werd in 1893 geboren in het Belgische Doornik (Tournai). Gabrielle Petit spioneerde in de Eerste Wereldoorlog voor de Engelse Geheime Dienst waarvoor ze op 1 april 1916 door de Duitsers geëxecuteerd werd.

Na het overlijden van haar moeder werd Gabrielle samen met haar zuster in een katholiek weeshuis ondergebracht in Brugelette, 25 km ten noorden van Bergen (Mons). Op 16-jarige leeftijd verliet ze het weeshuis om zelfstandig verder door het leven te gaan. Als verkoopster verdiende ze in de stad Brussel haar inkomen. Als op 4 augustus 1914 Duitse troepen de grens van België overschrijden zijn de beide landen met elkaar in oorlog. Door haar gewonde verloofde Maurice Gobert over de Nederlandse/Belgische grens te helpen raakte de dan 21-jarige Gabrielle op haar manier betrokken bij de oorlog. In Nederland aangekomen gaf ze aan Engelse officials de informatie door over de door haar opgemerkte Duitse troepentransporten.

Ze besluit te gaan spioneren voor de Engelse Geheime Dienst en volgde hiervoor in Engeland een korte training. Ze slaagde erin in 1914 terug te keren naar het bezette België. Gabrielle meldde zich als vrijwilligster bij het Belgische Rode Kruis wat haar in staat stelde zich makkelijker door het land te verplaatsen. Tot haar taak behoorde o.a. het doorgeven van troepenverplaatsingen en het over de Belgisch/Nederlandse grens smokkelen van gestrande soldaten en oorlogsvrijwilligers. Daarnaast zorgde ze voor de verspreiding van het ondergrondse Franstalige blad La libre Belgique en assisterende ze bij de clandestiene postservice Mot du Soldat. Gabrielle werd uiteindelijk in februari 1916 verraden, opgepakt en gevangengezet in de St. Gilles gevangenis in Brussel. Op 1 maart 1916 werd ze wegens krijgsverraad bestaande uit verspieding ter dood veroordeeld. Een vuurpeloton maakte op 1 april 1916 op het executieterrein in Schaarbeek een einde aan haar leven, haar lichaam werd ter plaatse begraven. Na afloop van de oorlog werden haar overblijfselen overgebracht naar de plaatselijke begraafplaats. In Brussel werd op het St. Jansplein een monument voor haar worden opgericht en in haar geboorteplaats Doornik (Tournai) is een plein naar haar vernoemd.

Gabrielle Petit was één van de elf vrouwen die in de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers geëxecuteerd zijn. Door inzet van de Engelse propaganda zou Rode Kruis verpleegster Edith Louise Cavell van deze elf wereldwijd de meest bekendheid verwerven.