Home » Geschied-en-is (Page 5)

Category Archives: Geschied-en-is

War of the Worlds 2016

Het is eind oktober 1938 als de Amerikaanse nieuwszender CBC miljoenen Amerikaanse radioluisteraars de stuipen op het lijf jaagt. De verblufte en geschrokken burgers van New Jersey werden overvallen door angstaanjagende berichtgeving over een invasie van de Martianen. Het programma, dat begon als een normaal muziekprogramma, werd plotseling onderbroken met verontrustende nieuwsberichten. Martinanen met hun geavanceerde machines waren een allesvernietigende aanval begonnen, het leger stond machteloos en de invallers veroverden heel het land en trokken op naar New York.

Dat het om een gedramatiseerd radio-hoorspel ging hadden veel luisteraars niet meegekregen, ze hadden het intro gemist, genegeerd of schakelden later in. De Tweede Wereldoorlog doemde al aan de horizon waardoor de verzonnen nieuwsberichten bij veel verontruste Amerikanen de emotie het van de ratio kon winnen. Angstige burgers vluchtten massaal, bewapenden zich, trokken ten strijde. Men zag wat men dacht, wat men gelooft is waar… lichtflitsen van hittestralen, ooggetuigen meldden gruwelijke taferelen.

Het was alles farce en fictie, een door Orson Welles bewerkt SF-verhaal dat in documentaire stijl de burgers voorge-Google-d werd. Misleiding in optima-forma. De media als uiterst en effectief wapen dat als geen ander de emotie bespeelt en heel gericht en welbewust het menselijk brein aanstuurt. Op de keeper beschouwd het meest dodelijke wapen dat er bestaat, het controleert de geest, het bestuurt het denken, het laat geloven, het kleurt de gedachten, het misleid de mens. Dat dodelijke en giftige wapen, dat mensen tegenover mensen stelt, volken tegenover volken, religies tegenover religies, dat laat vechten voor ‘God, King and Country’ vernietigt meer dan mensen alleen.

Vandaag veel meer en bedreigender als toen, nu veel geavanceerder, veel directer en afgemeten. Via WI-FI en Whatsapp, Instagram, Linkedin en e-mail, via Facebook en Internet, scherp gespitste, dodelijke en dodende propaganda als informatie verpakt bedrog. Misleiding en gedachtebepaling van de ergste soort, zo manipulatief van opzet, zo vervuld van haat dat ‘de oorlog’ die miljoenen wereldburgers vrezen al woedt zonder dat ze het beseffen. Buren, vrienden, familieleden, dorps- en stad-, streekgenoten, landgenoten, ze richten de banieren, ballen de vuisten, trekken ten strijde tegen de nieuw gecreëerde vijand, nee, dat zijn niet Adolf Hitler of de Duitsers, nee dat zijn ze zelf..!

Een oneindig en niet te winnen monsterlijke veldslag om te komen tot een grenzeloos verdeelde wereld, de burgers in gevecht met zichzelf..

War of the Worlds

Der November Kaiser

Typscript:

“Uit het stuk (.) blijkt dat onze vertegenwoordiger te Brussel Van Vollenhoven op 9 november te 8.30 n.m. onze Minister van Buitenlandse Zaken Van Karnebeek schriftelijk heeft medegedeeld dat de Duitse Keizer die nacht of de volgende ochtend vroeg naar Nederland zou vertrekken. Van Vollenhoven had dit bericht mondeling gekregen van Von der Lancken Wakenitz, de vertegenwoordiger van het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken bij het Gouvernement-generaal in België.

Van Vollenhoven zond dit bericht per koerier naar van Karnebeek, die dit ’s morgens vroeg (+/- 4 uur) ontving en korte tijd later de koningin inlichtte. Tegelijkertijd zond Van Vollenhoven een andere koerier (Verbrugge van ‘s-Gravendeel) naar Eijsden om de grenswacht aldaar order te geven alle Duitse militaire auto’s door te laten. Deze koerier heeft zich evenwel ’s morgens te 4 uur gemeld bij de majoor-titulair Van Dijl te Maastricht met de mededeling dat de Duitse Keizer die nacht bij Eijsden over de grens zou komen.

Terwijl Verbrugge bij Van Dijl zat te wachten, kwam bij deze de telefonische melding van de grenswacht te Eijsden, sergeant Pinkaers, binnen dat een aantal Duitse auto’s met Duitse generaals aan de grens op toelating in Nederland wachtte.

Met de auto van Verbrugge is Van Dijl daarop met de luitenant-adjudant Brouwer naar Eijsden gereden. Daar bemerkte Van Dijl dat de Duitse Keizer zich bij het gezelschap bevond. Van Dijl heeft de Duitse Keizer toegestaan te Eijsden te wachten op de beslissing van hogerhand of hij al dan niet in Nederland zou worden toegelaten. Ook de Keizerlijke trein mocht naar Eijsden opstomen.

Van Dijl heeft onmiddellijk telefonisch en telegrafisch orders gevraagd aan de waarnemend opperbevelhebber Pop. In de namiddag kwam het bericht binnen dat de Keizer in Nederland werd toegelaten.

Volgens sergeant Pinkaers zouden de Duitse officieren tegen hem hebben gezegd: “Uw regering is geheel op de hoogte”. Deze mededeling is tegenover majoor Van Dijl niet herhaald. Integendeel, aan deze heeft de Duitse Keizer, toen Van Dijl hem mededeelde aan zijn regering om orders te hebben gevraagd, geantwoord: “Misschien willen ze mij niet hebben, dan smijt U me er maar weer uit”.

Het is mogelijk dat de Duitse officieren, die wisten dat de Nederlandse legatie te Brussel van het voornemen van de Keizer om naar Nederland uit te wijken was verwittigd, hebben aangenomen dat de legatie deze wetenschap reeds aan de Nederlandse regering had overgebracht. Deze feiten kunnen nog worden aangevuld door het eveneens vaststaande feit, dat generaal Van Heutsz in de voorafgaande dagen op het Grote Hoofdkwartier te Spa is geweest, waarvan de Belgische autoriteiten, na het vertrek van de Duitse Keizer uit Spa, de onmiskenbare bewijzen hebben aangetroffen.

Van Heutsz heeft dit bezoek ook nimmer ontkend – dit viel ook niet meer te ontkennen – doch aangevoerd dat hij reeds lang tevoren een uitnodiging had ontvangen om een bezoek te brengen aan het Duitse front. Dat hij echter tot dat doel een bezoek zou hebben gebracht aan het Grote Hoofdkwartier, toen er reeds werd onderhandeld over de wapenstilstandsvoorwaarden, is geheel onaannemelijk, zodat inderdaad dient te worden aangenomen dat dit bezoek verband heeft gehouden met ’s Keizers voornemen naar Nederland te komen.”

Weledelzeergeleerde Heer Mr. Dr. C. Smit, Historicus in antwoord op door
de Welgeboren Heer S. Witteboon gestelde vragen
29 mei 1967

 

 

 

 

The Fake & Fallen Soldier

Fallen Soldier ColourComment ils sont tombes – Hoe zij vielen

Onder deze aanhef verscheen op woensdag 23 september 1936 in het Franse weekblad VU een fotoreportage die de kort daarvoor uitgebroken Spaanse Burgeroorlog verbeeldde. Bovenaan op pagina 1.106 van de 445e editie prijkte een foto die sindsdien beeldbepalend & beeldvormend model staat voor deze moorddadige Spaanse broederstrijd. De foto waarop een stervende soldaat is afgebeeld kreeg wereldfaam onder de naam The Fallen Soldier, een andere betiteling dan de fotograaf ervan zelf eraan verbonden had, nl.: “Loyalist Militiaman at the Moment of Death, Cerro Muriano, September 5, 1936”.

Het was een meer dan unieke foto die de dan 22-jarige Endre Friedmann had weten te maken. Een toevalstreffer van een op de miljoen, een soldaat die dodelijk getroffen wordt en ter aarde zakt juist op het moment dat Endre de opnameknop van zijn camera indrukte. Een bijzondere foto die al vanaf het eerste moment onderwerp is van een slepende controverse en al jaren met stip & absoluut genomineerd staat voor de prestigieuze titel ‘The picture that fools the World’.

Op 22 oktober 1913 wordt de eerder genoemde fotograaf Endre als Endre Ernó Friedmann in Budapest geboren. Als 18-jarige wijkt de Marxistisch georiënteerde -Joods-Hongaarse- Endre in 1931 uit naar Duitsland en zet hij zijn eerste stappen op het journalistieke vlak. Niet schrijvend en woord-verbeeldend maar beeldvormend als foto-journalist wordt zijn route. In 1932 weet hij zijn eerste fotoreportage (een toespraak van Leon Trotski in Kopenhagen met de titel: De betekenis van de Russische Revolutie) afgedrukt in een Duitse krant.

Nadat in 1933 de Nationaal Socialisten in Duitsland aan de macht komen verruilt hij Duitsland voor Oostenrijk en vertrekt hij via Wenen naar Parijs waar hij later de drie jaar oudere Gerta leert kennen. Gerta Pohorylle is een Joods-Duitse emigrante van Poolse origine, die in 1934 naar Parijs vertrokken is. Gerta assisteert Endre bij zijn camerawerk, raakt op die wijze betrokken bij de persfotografie en ontwikkeld zichzelf ook tot een verdienstelijk fotografe. Endre raakt op zijn beurt sterk geïnteresseerd in Gerta maar deze houdt de boot op dit gebied wat af. Om hun Joodse achtergrond te maskeren bieden beiden hun fotografisch werk onder de fictionaire naam Robert Capa bij persagentschappen aan, zoals bij het fotopersbureau Alliance Photo.

De nickname Robert Capa komt niet zomaar uit de lucht vallen, ze is in directe lijn gelinkt aan de succesvolle Amerikaanse regisseur van Italiaanse afkomst, Francesco Rosario (Frank) Capra. De verbastering Cápa staat – vrij vertaald in het Hongaars – voor haai, een bijnaam die Endre voor zichzelf wel passend vind.

Als halverwege juli 1936 in Spanje de Fascistische Revolutie gestart wordt trekken zowel de 22-jarige Friedmann als de 25-jarige Pohorylle naar Barcelona om de mensenslachting op de gevoelige plaat vast te leggen. ‘La pequeña rubia’, oftewel ‘het kleine blondje’ zoals Pohorylle in Spanje al snel bekend raakt, wijst de persoonlijke toenaderingen waaronder een huwelijksaanzoek van Friedmann af en ontwikkelt zich al snel tot een onafhankelijk werkende oorlogsfotografe.

Op zaterdag 5 september 1936 maakt Friedmann een serie foto’s met waarop Republikeinse strijders ten velde afgebeeld staan en een ervan zal later wereldfaam verwerven. Op woensdag 23 september 1936 worden de door Friedmann geschoten foto’s afgedrukt in een twee pagina’s tellende reportage het Franse weekblad VU. Op de linker pagina (1.106) staan – heel opvallend – bijna twee identieke opnamen afgedrukt. Op de rechterpagina (1.107) een vijftal foto’s van op de vlucht zijnde vrouwen en kinderen.

Capa 1936-Frans blad Vu

Zowel Friedmann als Pohorylle zetten zich met verve in om het door de Franqistische Fascisten veroorzaakte ellende te vereeuwigen onder de versluierende cape Robert Capa. In 1937 brengt Life magazine een van de al eerder gepubliceerde foto’s uit in haar editie van maandag 12 juli. “Robert Capa’s camera catches a Spanish soldier the instant he is dropped by a bullet through the head in front of Córdoba”.

Friedmann is op dat bepaalde moment actief in een business-tour in Parijs om zijn eigen zakelijke belangen te behartigen. Pohorylle is druk doende in Spanje. Zij richt zich meer op de antifascistische intellectuelen zoals Hemingway en Orwell en voert foto-opdrachten uit voor o.a. de Franse krant Ce Soir, de bladen Life, Illustrated London News en de Volks-Illustrierte. Ze had de naam Greta Taro aangenomen, een samenvoeging van de voornamen van de Zweedse actrice Greta Garbo en Tarō Okamoto, een Japanse artieste om haar werk onder eigen label uit te brengen, het Photo Taro label. Het werk van Endre Friedmann blijft uitgebracht worden onder het pseudoniem Robert Capa. Terwijl Friedman in Frankrijk verblijft komt Pohorylle op maandag 26 juli 1937 onder bijzondere omstandigheden om het leven, Endre is er behoorlijk van ontdaan.

Het leven voor Endre gaat door en zijn ster als oorlogsfotograaf rijst succesvol, schiet succesvolle opnamen totdat hij op dinsdagmiddag 25 mei 1954 om 13.00 uur in Vietnam op een landmijn stapt en om het leven komt.

In 1975 is het de Engelse journalist en oorlogscorrespondent Phillip Knightley die in zijn boek The First Casualty uit de doeken doet dat de Fallen Soldier in werkelijkheid een gemanipuleerde foto is. Het is de start van een – nog immer voortdurende – slepende controverse. Terwijl Capa-gelovigen overtuigd zijn en blijven van de authenticiteit, menen toonaangevende historici, wetenschappers, fotografen en onderzoeksjournalisten het tegendeel al lang en breed bewezen te hebben. In 2003 claimde het Spaanse nieuwblad El Periodico in een artikel dat de bewuste foto niet genomen kon zijn in Cerro Muriano zoals beweerd maar in de buurt van het plaatsje Espejo. José Manuel Susperregui, een expert op het gebied van fotografische techniek en Universitair docent communicatie concludeerde dat Llano de Banda de werkelijke locatie geweest moet zijn.

Los daarvan bestaat er discrepantie over het moment van foto-opname, dat ze niet – zoals beweerd – in de namiddag genomen kan zijn maar in de ochtend. De Spaanse academicus Hugo Doménech toonde in 2008 in een documentaire aan dat Federico Borrell García, de als Fallen Soldier gedoodverfde persoon, onmogelijk de man op de foto kan zijn. Voor Jamie Hyneman en Adam Savage van het populaire wetenschappelijke wetenschapsprogramma Mythbusters zou het een interessante uitdaging zijn. Misschien ook voor u? Verplaatst u zichzelf eens in tijd en situatie, met een niet-automatische camera in de aanslag een ‘geluks-shot’ te maken van een man die op het moment dat u afdrukt dodelijk geraakt wordt en neerstort om niet veel later op exact dezelfde plek en tijd (zie o.a. de wolkenformaties en de ondergrond) nogmaals een ‘geluks-shot’ te maken van opnieuw een man die op het moment dat u afdrukt dodelijk geraakt wordt en neerstort.

Vraagt u zich af waar het vorige dodelijke slachtoffer gebleven is, is het een onverklaarbaar wonder evenals dat uzelf niet geraakt wordt terwijl u onveranderd op de zelfde plek, niet verder naar links, rechts, omhoog of naar onderen maar in dezelfde positie, staand in de vuurlinie, een nieuwe ‘one-in-a-million-shot’ schiet?

Myth Busted …. zouden Jamie Hyeneman en Adam Savage van het Amerikaanse populaire wetenschappelijke televisieprogramma zeggen.

Brothers in Arms – Kerstvrede 1914

Kerstvrede in 1914 | Battle Field WorkshopHet is Kerstavond 1914. Aan het Westelijk oorlogsfront in het Belgische St. Yvon zwijgen de wapens, en niet alleen daar. Al weken is de moordwoede luwende, het geluid verstild.

Veel van de mannen die nog maar enkele maanden daarvoor vol gejuich ten strijde trokken tegen de tot vijanden gebombardeerde mannen aan de andere zijde hebben – vaak op de meest gruwelijke wijze – het tijdelijke voor het eeuwige ingewisseld.

Een luguber openluchtslachthuis waar omgerekend 5000 mensen per uur worden vernietigd, een oorlogsspel dat behalve ontelbare mensenlevens (en dan nog maar alleen Engeland meegerekend..) meer dan 1 miljoen Engelse ponden per dag kost (!)

De burgers betalen met alles wat hen lief is, hun leven, hun have, hun goed…, de smeerlappen, de bankiers, de economische schurken wentelen zich in hun bloedgeld, toen NET als NU!

Een oorlog die in die eerste paar maanden goed was voor honderdduizenden nieuwe weduwen, wezen, verdriet en ellende. Een oorlog die in de eerste paar maanden al goed was voor meer dan 8.000 nieuwe Amerikaanse miljardairs.

Bloedgeldvampieren die nooit armer zijn geworden en in de opvolgende 100 jaar hun geroofde rijkdom en JUIST NU op grootse wijze misbruiken, ZIJ zeggen te weten wat goed voor u is. Hun enorme banktegoeden zijn in wezen geroofde bezittingen van miljoenen die hen nu als schapen om hun gestolen bezit aanbidden..

Op kerstavond 1914 verstomd het geluid van de dood en in plaats daarvan zingen rauwe mannenstemmen gevoelige liederen. Een warm gezongen ‘Stille Nacht’ in het Duits wordt gevolgd door ‘Adeste Fideles’, een oud kerstlied dat in alle talen vanuit de loopgraven wordt meegezongen .. ‘O Come All Ye Faithful – Kommt herbei, Ihr Gläubigen – Komt allen tezamen’.

In het Franse Fromelles kruipt een Beiers soldaat voorzichtig uit de loopgraaf, een lantaarn in de hand over dodenakker en niemandsland. De oorlog is even voorbij, van alle kanten kruipen mannen uit hun verstop en verstek, ruilen tabak, worst, cake & candy, spelen voetbal, geven elkaar een hand, wensen elkaar Frohe Weinachten und ein gutes Neues Jahr – Merry Christmas and a Happy New Year.

Het is de economische generaals een doorn in het oog, de slachting is gestopt, het zich verrijken van een klein aantal families en groepen ten koste van miljoenen hapert.. maar niet voor lang. De Geldduivels, de aanbidders van de Mammon brengen de slachting weer op gang.

De Franse soldaat Cervais Morillon beschrijft aan zijn ouders wat voor zijn ogen in Fromelles plaatsvindt:

“Lieve ouders, er gebeuren hier in de oorlog dingen die jullie niet zouden geloven. Ik zou ze ook niet geloofd hebben als ik ze niet zelf had gezien. De Duitsers en Fransen hebben elkaar hier voor onze loopgraven de handen geschud, het is ongelooflijk zeg ik jullie.”

Heel even, was het Brothers in Arms – de Kerstvrede 1914

Het Lugubere Kerstsprookje ’44

Duitse soldaten executie

Het is december 1944, in de vooravond van Kerst wordt in de Belgische Ardennen een verbeten strijd geleverd tussen de Geallieerde en Duitse legereenheden. Een eenheid Duitse commando’s van Otto Skorzeny, voert in buitgemaakte Amerikaanse uniformen en materieel achter de geallieerde linies operatie ‘Greif’ uit. De bedoeling hierbij is om bruggen op te blazen, verwarring te stichten en de geallieerde opmars tot staan te brengen.

Op zondag 17 december 1944 worden in de buurt van de Belgische plaats Aywaille drie Duitse commando’s opgepakt, het zijn de 24-jarige Wilhelm Schmidt (Gefreiter – 5 Kompagnie 23, Luftwaffen-Nachrichtenregiment), de 21-jarige Gunter Billing (Oberfahnrich – Marinenachrichtendienst) en de 23-jarige Manfred Pernass (Unteroffizier 3 Kompagnie 4, Nachrichten-Ersatzbataillon).

Zij zullen de Kerstdagen 1944 niet meer meemaken. In een snelrechtzitting worden de drie Duitse commando’s ter dood veroordeeld en op zaterdag 23 december 1944 voor een betonnen gebouwtje in de plaats Henri-Chapelle door een Amerikaanse vuurpeloton geëxecuteerd.

De executie van deze drie werd uitgebreid op foto en film vastgelegd. Fotograaf John Flora maakte hiervan een fotoreportage voor het Amerikaanse blad Life magazine die het fotomateriaal – een half jaar later – op maandag 11 juni 1945 opnam in een aantal pagina’s groot artikel. (https://books.google.nl/books?id=_EkEAAAAMBAJ&printsec=frontcover&source=gbs_ge_summary_r&hl=nl#v=onepage&q&f=false) – Volledige verslag vanaf pag. 47.

De foto’s van de drie geëxecuteerden werden handmatig bewerkt en gemonteerd tot een compacter fotobeeld.  Zo werd de foto met Manfred Pernass – die tijdens de executie uiterst rechts aan een paal gebonden was – iets verkleind aan de linkerzijde van de fotomontage geplaatst.

De foto waarop het lichaam van Gunter Billing rechts aan de paal hangt werd iets vergroot en hield zijn centrale plek in de fotomontage.

De foto met daarop het naar voren hangende lichaam van Wilhelm Schmidt – die tijdens de executie uiterst links aan de paal gebonden was – werd aan de rechterkant van de fotomontage geplaatst. Hierdoor werd er een unieke weergave gecreëerd.

Anders dan de onderstaande drie losse fotodelen werd de eindmontage zo in elkaar geplakt en ietwat geretoucheerd dat het op het eerste gezicht een idee gaf van een complete foto.

Drie Duitse soldaten

Uiterst opmerkelijk is dan dat een nagenoeg exacte afbeelding tevoorschijn komt in het door Nazi-jager Simon Wiesenthal in 1946 uitgebrachte boekwerkje KZ-Mauthausen Wort und Bild. Deze afbeelding is echter getekend en de uniformen van de mannen en de achtergrond is zijn vervangen voor gestreepte gevangenenkleding en een prikkeldraadomheining. De ondertekening van deze afbeelding luidt: SWiesentahl 45.

Wiesenthal fraude

Daaronder staat – in het Duits –  het volgende bijschrift te lezen:

“Markies De Sade zou met wellust zijn vervuld als hij een galg in dat concentratiekamp had gezien. Zijn trouwe volgelingen, de SS-beulen, zijn op executiedagen opgewonden. Het geeft afwisseling, niet steeds dat eentonige doodschieten en doodslaan, maar iets wat je kunt fotograferen. Er wordt gewed om rondjes bier hoe lang de gevangene het uithoudt. Hij mag niet te vroeg sterven. Als dat dreigt, wordt hij losgemaakt en zodra hij wat hersteld is verder gegaan. Tot meerdere glorie van de Duivel!”

Een uiterst giftige en suggestieve tekst met een niet verholen haat opwekkende boodschap, een letterlijk en figuurlijk valse boodschap waarbij met absolute zekerheid gesteld moet worden dat Simon Wiesenthal welbewust en opzettelijk zijn eigen haat vorm heeft gegeven door middel van een tekening waarvoor de drie Duitse commando’s – een half jaar eerder – ‘model’ gestaan hebben. Een verlaat en luguber Kerstsprookje.

Vuil Spel – De Spaanse Burgerslachting ’36/’39

FascesDe Spaanse Burgeroorlog van 1936-1939 had niet plaats kunnen vinden als het niet passend geweest was in de geopolitieke koers van het British Empire. ZIJ heeft het toegestaan dat haar geheime diensten (waaronder de MI6) een actieve rol speelden in de opzet van de Fascistische Staatsgreep in Spanje. De Spaanse Burgerslachting had niet plaats kunnen vinden indien een machtige Joods-Spaanse Multimiljonair deze staatsgreep niet met een miljarden dollars zware blanco cheque had gefinancierd. De Spaanse Burgerslachting had niet plaats kunnen vinden indien de betrokken Spaanse officieren en politici hun verantwoordelijkheid genomen hadden om de eigen burgers te vrijwaren van moord en genocide. De Spaanse Burgerslachting had niet plaats kunnen vinden indien het – uit Islamitische Marokkaanse soldaten bestaande – Afrikaanse leger zich buiten deze moordpartij gehouden had. Internationaal opererende politieke schurken, Banksters en leugenfabriekende media zijn – zowel toen als nu – verborgen achter elke oorlog. Het zijn de burgers, het zijn de mensen die – verdeeld in politieke kampen – zowel slachters alsook de slachtoffers zijn.

In het voorjaar van 2018 wordt ‘Vuil Spel’ uitgebracht door Uitgeverij de Blauwe Tijger.

Sir Nevile Henderson & Versailles 1919

Voor velen is de Eerste Wereldoorlog een nagenoeg vergeten oorlog, een oorlog die nauwelijks in de schaduw staan kan van een oorlog die nagenoeg alle aandacht naar zich toetrekt, de Tweede Wereldoorlog. Heel opmerkelijk! Zonder de aanleidingen en oorzaken van deze oorlog helder te hebben, maar meer nog de afhandeling en af-making ervan zou een een voortzetting in een Tweede Wereldoorlog nagenoeg onvoorstelbaar zijn geweest.

Een heel dodelijk, en giftig hangijzer in de voortzetting en het opnieuw uitbarsten van de volkerenmoord zijn de bepalingen geweest die de overwinnaars de overwonnenen hebben opgelegd in het – foutief als ‘verdrag’ betitelde ‘ – Verdrag van Versailles’. In wezen was van een ‘verdrag’ geen sprake, dat is immers een overeenkomst in overeenstemming en aangegaan door alle partijen en daar was geen sprake van. Duitsland had geen enkele stem in het kapittel en kreeg slechts kort tevoren het verdrag als onveranderbaar opgelegd eisenpakket ter ondertekening voorgelegd. Een on-rechtvaardig verdrag dat eerder de betiteling dictaat verdiende. Een verdrag waarover veel, en in het bijzonder ook afwijzend is geschreven en waar – objectief bekeken –  over de volle breedte en terecht al voor de ondertekening veel kanttekeningen geplaatst werden. Voor veel politici en militairen was dit verdrag een van de grootste missers in de geschiedenis en zou de opkomst van het Nationaal Socialisme hieraan mede te wijten zijn.

Een van de criticasters van dit verdrag was de Engelse ambassadeur in Duitsland Sir Nevile Henderson. In zijn in 1942 uitgebrachte essay “Herinneringen van een diplomaat 1889-1942” schreef deze diplomaat dat “er een grote, ja zelfs cardinale leemte in het Verdrag van Versailles (zit). Dit bevatte geen bepaling, dat na een bepaalde periode (b.v. drie of vijf jaar) zou worden nagegaan, of het, waar nodig door onderhandeling, moest worden herzien. Het zou dwaas zijn, als het komende vredesverdrag niet zulk een bepaling zou bevatten.”

“In Versailles had men het oude Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk zorgvuldig ontleed volgens de principes van de zelfbeschikking en de nationaliteit, maar te zelfder tijd had men een microcosmos ervan, Tsjecho-Slowakije geheten, in het leven geroepen met volkomen verwaarlozing van dezelfde principes om een soort bufferstaat voor Duitsland te vormen. Het had 15 millioen bewoners, daarvan was ongeveer de helft, tussen de 7 en 8 millioen Tsjechen, meer dan 2 millioen waren Slowaken, bijna 3,5 millioen Sudeten-Duitsers, ongeveer 1,5 millioen Hongaren en de rest Polen, Roetheniers en Joden.”

“Aan anderen werd toegekend wat aan Duitsland onderzegd werd toen in 1919 zowel de Oostenrijkers als de Sudeten-Duitsers om aansluiting bij het Rijk vroegen. Bovendien wilde het geval, dat meer dan 2 millioen van de Sudeten-Duitsers niet binnen Bohemen woonden, doch vlak aan de grens in de bergdistricten. Het was een van de grote, kapitale fouten van het vredesverdrag van Versailles.”

 

 

USA minister Bryan tégen deelname WOI

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, de democraat William Jennings Bryan had zich vanaf het begin verzet tegen Amerikaanse deelname aan de (Eerste Wereld)oorlog, wat hem in bepaalde kringen niet bepaald populair maakte.

Zo had hij de euvele moed gehad om de familie te bekritiseren die – in zijn ogen – de oorlog had georganiseerd, de Rothschilds. Het resultaat hiervan was dat Bryan direct bestempeld werd als een ‘antisemiet’.

Hij reageerde daarop als volgt: “Our opponents have sometimes tried to make it appear that we were attacking a race when we denounced the financial policy of the Rothschilds. But we are not — we are as much opposed to the financial policy of J.P. Morgan as we are to the financial policy of the Rothschilds.”

Uit principe wenste Bryan niet mee te werken aan de oorlogskoers die door een kleine kliek machtswellustigen was uitgestippeld en hij nam uit protest op 7 juni 1915 zijn ontslag, een ongekende stap! Volgens senator Robert Marion La Follette was Wilson de vertegenwoordiger van “a little group of willful men, representing no opinion but their own….”.

Amerikaanse bankiers & WOI

Al meteen na de Amerikaanse deelname aan de Eerste Wereldoorlog in april 1917 gonsde het van de geruchten dat het juist de bankiers en de industriëlen geweest waren die ervoor gezorgd hadden dat Amerika niet neutraal langs de kant was blijven staan. De Amerikaanse burgers waren fél tegen inmenging, nauwelijks 5% was vóór actieve militaire deelname aan de ‘Europese Oorlog’; het was niet alleen daarom dat de propagandaleus ‘He kept us out of the war’ zo effectief gebruikt kon worden om Woodrow Wilson voor een nieuwe periode op het Washingtonse pluche te laten kiezen.

Fré Morelvasthoudend, volhardend met open geest, niet links of rechts, maar VRIJ-denkend.

Veel Amerikanen voelden zich dan ook verraden toen de regering Wilson in april 1917 tegen de verkiezingsbeloften in tóch ten strijde trok om de wereld gereed te maken voor democratie – to make the world safe for democracy”. Zestien jaar later en vér na afloop ervan werd in 1934 op aandringen van organisaties zoals Womens International League for Peace and Freedom besloten de rol van de commercie te onderzoeken.

Onder voorzitterschap van Gerald Prentice Nye, de 42-jarige Republikeinse Senator uit North Dakota, werd het Senate Munitions Investigating Committee (SMIC) gevormd, dat zich bezig hield met de machinaties die voorafgegaan waren aan de Amerikaanse oorlogsdeelname. In het SMIC, dat al snel als Nye-comité bekend zou raken, namen naast Nye zelf ook Arthur H. Vandenberg, Bennett Champ Clark, Alger Hiss en Homer T. Bone plaats.

Nye was geen onbekende of doorsnee politicus, hij stond bekend om zijn vasthoudende en doortastende manier van optreden in de strijd tegen corrupte politiek, Gerald the Giant-Killer was zijn bijnaam. Op 4 september 1934 begon onder grote publieke belangstelling de openbare zitting van het comité dat in een periode van 18 maanden 93 zittingen hield en meer dan 200 getuigen ondervroeg, waaronder de bankier John Pierpont Morgan en de industrieel Pierre Dupont.

Nye voorspelde dat, als het onderzoek afgerond was, er duidelijkheid zou zijn over de ware aard en achtergronden van de Amerikaanse oorlogsdeelname en dat het geen zaak zou blijken van ‘Nationale Eer’ of van Landsverdediging, maar alles puur gebaseerd zou blijken te zijn op materieel voordeel van een kleine toplaag: we shall see that war and preparation for war is not a matter of national honor and national defense, but a matter of profit for the few.”

Nye had geen loze voorspelling gedaan en de belastende informatie stapelde zich op. Onder andere het telegram van de Amerikaanse ambassadeur in Engeland Walter Hines Page van 5 maart 1917 kwam boven water. In dat telegram riep hij president Wilson op om Amerika uit economische motieven aan de strijd te laten deelnemen. In december 1934 werd dit ‘Page-Telegram’ door het ‘Nye-comité’ openbaar gemaakt. Generaal Smedley Butler verklaarde in 1934 dat Our boys were sent off to die with beautiful ideals painted in front of them. No one told them that dollars and cents were the real reason they were marching off to kill and die” (Onze jongens werden op pad gestuurd met mooie idealen, maar niemand vertelde ze dat dollars en centen de werkelijke redenen waren waarom ze moesten marcheren, doden en gedood moesten worden.)

De Amerikaanse deelname was voor een kleine toplaag enorm profijtelijk. Het zou ervoor zorgen dat alleen al in het jaar 1917 meer dan 18.000 nieuwe Amerikaanse miljonairs geboren werden. Zo zou bijvoorbeeld de firma Dupont haar omzet van 1914 tot 1918 zien stijgen van $5.000.000,– naar $82.000.000,– een omzetverhoging waarvoor (niet alleen) de Amerikaanse burgers betaalden met geld, goed en leven. Begin 1936 werd de Nye-comité abrupt ontbonden, het net begon zich te veel te sluiten en het gewroet van Nye werd te lastig.

De senaat blokkeerde de fondsen, zogezegd uit woede, omdat Nye het gewaagd zou hebben de voormalige Democratische president Woodrow Wilson over zijn graf heen te hebben belasterd door deze ervan te beschuldigen belangrijke informatie achtergehouden te hebben aan het congres, informatie die er mogelijk voor had kunnen zorgen dat Amerika buiten de Europese oorlog gebleven zou zijn. In een rede die Nye in 1936 hield liet hij weten dat alle gevonden bewijzen tezamen de conclusie rechtvaardigde dat het vooral de bankiers geweest waren die er voor gezorgd hadden dat Amerikaanse deelname aan de Europese Oorlog onvermijdelijk was.

Rotterdamse Holocaust 14 mei ’40

Historici houden zich nog steeds bezig met de vraag of het bombardement ook anders had kunnen aflopen, of het niet voorkomen had kunnen worden. In 2021 is het precies 81 jaar geleden dat Rotterdam werd gebombardeerd, waarbij de binnenstad volledig werd verwoest. Tussen de 800 en 900 mensen kwamen daarbij om het leven.

Telegram RotterdamIn de archieven is een document gevonden met het officiële verzoek van de Duitse bevelhebber Schmidt in Rotterdam om de aanval af te blazen omdat er nog werd onderhandeld. Dat bevel heeft de piloten van de bommenwerpers nooit bereikt.

Volgens historicus Jantje Steenhuis van het Stadsarchief Rotterdam hadden de Duitsers haast met hun opmars door Nederland, na de inval op 10 mei 1940. Ze stuitten op meer weerstand dan ze hadden verwacht en ze vreesden bovendien dat de Engelsen Nederland te hulp zouden schieten. Het besluit om Rotterdam te bombarderen kwam van de hoge Duitse legerleiding, onder druk van opperbevelhebber van de Luftwaffe, Hermann Göring. Generaal Schmidt kreeg de opdracht het verzet in Rotterdam met alle middelen te breken. Schmidt stelde Rotterdam in de ochtend van 14 mei een ultimatum van twee uur voor overgave. De Nederlandse opperbevelhebber Winkelman probeerde tijd te winnen door te vragen om een nettere en ondertekende brief.

Uitstel

Intussen stegen in Duitsland al tientallen bommenwerpers op voor het bombardement dat gepland stond om 13.20 uur. Tot twee keer toe stuurde Schmidt telegrammen naar zijn legerleiding om de aanval uit te stellen. Die gecodeerde berichten moesten via verschillende zendmasten verstuurd worden naar Duitsland en dat kostte tijd. Vanaf de grond kon er ook niet direct contact gemaakt worden met de vliegtuigen. Tot zijn schrik zag Schmidt om 13.20 uur de zware Heinkel bommenwerpers de stad naderen. Hij liet vanaf het Noordereiland rode lichtkogels afschieten om duidelijk te maken dat de aanval niet doorging. De eerste groep vliegtuigen zag die signalen niet en liet de bommen vallen op het centrum van Rotterdam. Het tweede eskader zag ze wel en boog af.

Capitulatie

“Als de Nederlanders meer haast hadden gemaakt met de capitulatie na het eerste ultimatum had het bombardement mogelijk nog voorkomen kunnen worden”, meent Jantje Steenhuis. De Duitse legerleiding wilde Nederland hoe dan ook op de knieën dwingen en dreigde met een nieuw bombardement op de stad Utrecht. Daarop gaf de Nederlandse bevelhebber Winkelman zich gewonnen en tekende een dag later de capitulatie van Nederland.

Bron:  http://nos.nl/artikel/2035600-had-bombardement-op-rotterdam-echt-niet-voorkomen-kunnen-worden.html