Home » Simsalaboliek (Page 2)

Category Archives: Simsalaboliek

Ik zie, ik zie, wat ik niet zag

Oude volksvertellingen in de klas…

De aarde draait in een eivormige baan om de zon, die gele bol die leven op aarde mogelijk maakt. Snijd je een hardgekookt ei in de lengte doormidden dan zie je hetzelfde, de gele ronde dooier, die het leven van een kuiken mogelijk maakt met daar omheen in een eivormige baan het eiwit. De lagen van een ui, met in het midden een kern net als de lagen van de aarde met in het midden een kern.

Allemaal symbolen die met elkaar te maken hebben. Eeuwenoude symbolen op grafzerken en op gevels van huizen of raamkozijnen die we sinds het einde van W.O.2 niet meer gebruiken en waar geen aandacht meer aan wordt geschonken. Toch zijn deze symbolen nog terug te vinden in oude panden en op oude begraafplaatsen.

Wat betekenen deze symbolen? Ze hebben allen te maken met leven en dood, met de zon en de maan. Wat zijn hunebedden en waar werden voor ze voor gebruikt? Ze zijn niet alleen in Drenthe te vinden maar ook op andere plekken in Europa en de wereld. Een oud sprookje, over het vergaren van kennis en dat kennis macht brengt. Hoe een rijke man zijn arme knecht ervan probeert te weerhouden om kennis te vergaren uit angst zijn macht kwijt te raken aan een arme. Kennis en macht is voor de rijken en niet voor de arme, gewone burger.

Een greep uit de inhoud van de tweede gastles dit jaar van Bert van Vondel waar onze kinderen weer van mochten genieten en weer veel van hebben opgestoken en wij als leerkrachten uiteraard ook. Bert kan zijn verhalen op zo’n boeiende wijze vertellen dat kinderen een hele middag geboeid naar hem luisteren. Luisteren met een opdracht. Doe je ogen dicht, vorm je eigen beelden en vertel aan het eind wat je uit het sprookje heb gehaald.

Het was weer boeiend, leerzaam en interessant. Dankjewel Bert en tot de volgende keer!

Ineke Doddema en Hendrik Lubben, Fusieschool Muntendam.

Hûne-bid

In Noord-Nederland & Duitsland staan de megalithische bouwsels (mega-groot, litos-steen) bekend als Hunebedden. Massieve stenen en prehistorische bouwsels waaraan toegeschreven is dat ze als grafheuvels gediend moeten hebben, dit o.a. op basis van dierlijke en menselijke bot restanten.

Dat bij uit- en opgravingen evenzovele voorwerpen en symbolen geborgen zijn die direct betrekking hebben op voortplanting, leven en vruchtbaarheid, in combinatie met opbouw, vorm en ligging en de van oudsher toegekende benaming ondersteunt de stelling dat deze bouwsels eerder als heiligdom dienst deden.

De benaming ‘Hüne’ (grab/bett) komt van het middelhoogduitse woord ‘Hiune’ en het Nederduitse woord ‘Hûne’ wat reus(achtig/groot) betekent. Tot in de 17e eeuw bedacht men met ‘Hünegrab’ een plaats waar reuzen begraven waren en deden vele mythische volksverhalen de ronde waarin reuzen een rol speelden. Niet alleen in de Noorse mythologie (zoals in de Edda) maar in volksvertellingen wereldwijd spelen reusachtigen een bepalende rol. De aanduiding had niet specifiek de lengte maar werd daarmee eerder de grootte en bepalende invloed daarmee aangegeven.

Met het woord ‘Hiuni’, ‘Hiune’ werd niet enkel iets groots of reusachtigs aangeduid maar werden daarmee door de Germanen oer-volkeren uit eerdere, voor-oudere tijd aangeduid. Uit het oud-germaans stammen de aanduidingen ‘Hūniz’,‘Hūnaz’,‘Hūniz’,‘Heuniz’ dat directe woordverwantschap heeft met ‘Hund’,‘Hûne’,‘Hond’. De Germanen aanbaden hun voorouders en goden in de vrije natuur, op natuurlijke heuvels en hoogtes op open plaatsen door bomen omringd. Op deze heilige ‘Hainen’ riepen, aan-beden/bidden/beden zij hun ‘Hiuni’, ‘Hiune’, ‘Hûne’.

(Foto: Hunnebed / hi-one-bid – Japan)

He(i)lig-dom(en)

Anders dan aangenomen wordt hebben grote stenen bouwconstructies die vandaag de dag bekend staan als prehistorische grafkamers c.q. knekelhuizen een andere duiding en betekenis. Deze megalithische (mega-groot, lithos-steen) hune-bedden welke ook onder de typering dol-men (Ta-el-/-ma-en, tafel-steen) bekend staan, kennen wereldwijde verspreiding en zijn niet beperkt tot Noord-Nederland c.q. West-Europa.

De opbouw en structuur van deze bouwsels kenmerkt zich o.a. door dekstenen van uitzonderlijk groot formaat, ondersteund door massieve draagstenen, vaak in een tunnelvormige op-bouw, al dan niet met aarde overdekt. Niet enkel dierlijke en menselijke knekels maar evenzovele voorwerpen en symbolen die direct betrekking hebben op voortplanting en vruchtbaarheid maken deel uit van de vondsten die bij uit- en opgravingen geborgen zijn.

Ook de ligging en situering van de toe-gang is in de regel zo gesitueerd en vormgegeven dat ze, als was ze een geboortekanaal uit steen en aarde en in combinatie met het opkomen van de zon, het vruchtbare seizoen, de hergeboorte aanduiden. In wezen moeten deze constructies beschouwd worden als prehistorische heiligdommen waar eeuwenoude kennis geborgen, geëerd en overdragen werd, die oude en voorgaande beschaving(en) ontleenden en deelden van reeds lang vergeten, aan zon, maan en sterren ontleende, weten en kennis.

(Afbeelding: Wikipedia – dolmen, Penhap, Île-aux-Moines, Morbihan)

As voor het gewas

Houtas, afkomstig van sociale houtvuren zoals het traditionele Paasvuur en Sint Maartensvuur waar uitsluitend, onbehandeld en gekloofd (snoei)hout verbrand wordt, heeft vele goede toepassingen. Niet alleen bevat het voor de groei van het gewas belangrijke en steeds schaarser wordende macro- en micronutriënten, maar wordt het ook voor diverse andere doeleinden ingezet en gebruikt.

Loofbomenhout verdient de voorkeur boven naaldhout. Harde houtsoorten, in het bijzonder eikenhout, bevat vijf keer meer aan voedingstoffen dan naaldhout. Het is van belang dat het hout voor gebruik voldoende gedroogd is met een ideaal vochtpercentage tussen de 16% en 20%. De in het hout aanwezige mineralen en sporenelementen blijven na verbranding in de houtas behouden. Macronutriënten zo als calcium (Ca), fosfor (P), silicium (Si), kalium (K), magnesium (M), zwavel (S), maar ook Micronutriënten zoals koper, zink, mangaan, chroom, molybdeen en ijzer.

Door het toedienen van houtas als bemesting wordt o.a. het watertransport in de plant bevorderd en zorgt het voor betere knolvorming, bloemvorming, knopontwikkeling, kleur, bewaarbaarheid, bloei, vruchtzetting en wordt de kwaliteit aanzienlijk verbetert. Veel planten hebben deze stoffen nodig om gezond te blijven en goed te groeien. In moes- en siertuinen, grasvelden, (sommige) bessenstruiken en fruitbomen is het een prima natuurlijke bemesting. (Bos- en veenbessen en rododendrons niet!) Tomaten, paprika’s, kool en aardappelen, in wezen alle gewassen komen beter tot hun recht en ontwikkeling met voldoende en juiste bemesting. Houtas is sterk geconcentreerd, volledig in water oplosbaar en voor de plant snel opneembaar.

Houtas dient daarom vochtvrij en afgesloten bewaard te worden en aan het begin van elke groeiperiode gedoseerd aan de planten te worden toegediend. Bij lentebegin wordt de houtas dun over de grond, groentebeddingen en graslanden uitgestrooid. Niet uitstrooien in de volle zon of bij regenachtig weer en vooral gedoseerd, het minuscule bodemleven, de harde werkers die als taak hebben de aarde vruchtbaar te maken, verdragen slecht grote en plotselinge schommelingen in bodemzuurgraad.

In februari kan het dun over het gazon worden uitgestrooid waardoor minder mosvorming optreedt en er een mooiere grasmat ontstaat. In maart verdient het aanbeveling om bij bessenstruiken en fruitbomen een handjevol as te strooien. Slakgevoelige plantjes kunnen in april met een kringetje as om de plant beschermd worden, zolang de as niet verwaaid of door regen wegspoelt wordt. Bij het planten in mei kan in elk plantgat voor tomaat, kool en alle vruchtgewassen een lepel houtas worden toegevoegd. In juni kan over de bieten-, wortel- en uienbedden een dun laagje as worden uitgestrooid. Houtas kan ook goed met de teelaarde/potgrond vermengd worden die vaak in supermarkten aangeboden wordt maar die in de regel marginaal voedingstoffen bevatten. Gooi het niet op de composthoop, dat vertraagt het composteringsproces en gebruik het niet buiten het groeiseizeon, dat heeft geen nut. Het verdient aanbeveling om enkele keren per groeiseizoen bij te mesten waarbij ongeveer 1 kilo per tien vierkante meter aanbevolen wordt.

Dof geworden zilver kan prima opgepoetst en gepolijst worden met houtas en aangekoekte metalen pannen worden weer glanzend schoon met een mengsel van houtas en water. Ook glas kan weer prachtig glanzend worden opgewreven met wat houtas op een droge doek. Met houtskoolresten is houtas in de winter prima geschikt om sneeuw op tegelpad en weg te laten smelten en is het geen belasting voor het milieu zoals strooizout dat wel is en kan het ook gebruikt worden om vetvlekken te verwijderen op cement of stenen. Strooi houtas over de vetvlek, laat het intrekken en veeg de as natijd op.

Vreugdevuur & hergeboorte

Tijdens het sinds mensenheugenis gevierde en van oorsprong pre-religieuze lentefeest Ostara maken traditionele vreugdevuren deel uit van vruchtbaarheidsfeesten. Met deze vuren wordt niet alleen symbolisch de terugkeer van de zon en het nieuwe leven gevierd, maar dragen de asresten van deze vuren al eeuwenlang direct bij aan bodemvruchtbaarheid en hergeboorte van de natuur. Onze voorouders bezaten op het gebied van teelt en natuurlijke voortplanting onnoemelijk meer kunde dan de gemiddelde mens van vandaag de dag aan ecologische kennis bezit.

De asresten van houtvuren bezitten belangrijke mineralen die noodzakelijk zijn voor de groei van alle gewassen. De voor de groei onontbeerlijke mineralen en sporen blijven in houtas behouden. Macronutriënten zoals calcium (ca), fosfor (p), silicium (si), kalium (k), magnesium (mg), zwavel (s), maar ook micronutriënten zoals koper, zink, mangaan, chroom, molybdeen en ijzer. De kern van een boom, het verharde gedeelte, bestaat bijna puur uit deze mineralen die bij verbranding in de as achterblijven.

Afhankelijk van de houtsoort en de manier waarop het verbrandt wordt verschilt het mineralen- en sporenpercentage. Nat hout brandt niet efficiënt en schoon. Gekloofd en goed gedroogd hout met een gemiddeld vochtpercentage dat tussen de 16 en 20% schommelt en dat losjes gestapeld wordt zodat er veel zuurstof bij kan geeft het hoogste rendement. Snoeihout tot enkele centimeters dikke takken drogen al snel in tot dit vochtpercentage zonder gekloofd te zijn.

Elk type hout heeft zijn eigen specifieke eigenschappen, harsvrij hout zoals loofhout heeft de voorkeur boven naaldbomenhout dat minder geschikt is. As van hardhout soorten zoals eik, beuk of esdoorn bevat het grootste percentage aan macro- en micronutriënten en hebben het beste effect in de (moes)tuin. Eikenbomen bevatten bijvoorbeeld vijf maal zoveel mineralen in de as dan as van naaldbomen. Naast eik, bevat de houtas van beuken, essen, linde, wilg, populier, elzen, berk en fruitbomenhout percentsgewijs iets lagere maar qua bemesting goed bruikbare voedingsstoffen. Vuren, gebrand van populieren- en esdoornhout, verspreiden een nare stank met een scherpe, prikkelende geur.

Bij lentebegin wordt de houtas dun over de grond, groentebeddingen en graslanden uitgestrooid. Niet uitstrooien in de volle zon of bij regenachtig weer en vooral gedoseerd, het minuscule bodemleven, de harde werkers die als taak hebben de aarde vruchtbaar te maken, verdragen slecht grote en plotselinge schommelingen in bodemzuurgraad.

Het verbranden van snoeihout is – volledig onterecht – de laatste jaren in een slecht daglicht geraakt vanwege vermeende milieuschade- en CO2 belasting.

Het is juist het (mee)verbranden van bewerkt, gelakt, geverfd en gelijmd hout die zorgt voor een verhoging van de dioxine-emissie. Hout is – in tegenstelling tot alle andere natuurlijke brandstoffen – een van de meest ideale, klimaatneutrale brandstoffen. Bomen nemen de CO2 die bij verbranding vrijkomt uit de lucht op en leggen dit vast in hun stam, takken, bladeren, wortels en in de grond. De CO2-uitstoot die bij verbranding vrijkomt wordt weer door bomen en ander gewas opgenomen en blijft daardoor netto 0, er wordt geen CO2 aan de atmosfeer toegevoegd.

Voorwaarde daarbij is wel dat evenzoveel aangeplant en behouden blijft als gekapt en verstookt wordt. CO2 welke vrijkomt door het verbranden van brandstoffen verkregen uit olie, kolen en in mindere mate in gas, verbruikt door schepen, motorvoertuigen en vliegmachines, kunnen enkel gecompenseerd worden door aanplanting van bomen, struiken en planten.

Opgelegde en per wetgeving ingevoerde stookbeperkingen voor snoeihout en sociale houtvuren zoals het traditionele Paasvuur en Sint Maartensvuur zijn ingegeven door onwetendheid en niet anders te verstaan dan micromanagement, met andere woorden het zicht niet hebben op het grote geheel maar zich wel blind staren op details. Zo stoot één opstijgende Boeing 747 bijvoorbeeld evenveel ultrafijnstof uit als 1 miljoen vrachtwagens, zijn megacontainerschepen verantwoordelijk voor een grotere milieubelasting dan alle motorvoertuigen ter wereld samen en is het verbranden van wierook en kaarsen even belastend als het roken van sigaretten in dezelfde ruimte.

Tolle-runt & Tegen-rat

De dag was voorbij en met z’n allen schoven ze aan rondom het houtvuur. Eikenbomen en een dikke laag struikgewas omringden de open plaats in het bos. Het was behaaglijk warm in de door grote keien gevormde wielvormige kring. Zestien in totaal en verschillend van formaat markeerden grote bolderkeien de buitenrand.

De vier grootsten bolders van ruim vier voetlengtes hoog waren gepositioneerd op de vier windrichtingen terwijl vier – in formaat een voetlengte kleinere – bolders daar tussenin waren geplaatst. De ruimtes tussen de acht grotere bolders waren opgevuld met acht kleinere die op hun beurt weer een halve voetlengte in grootte verschilden.

Net als alle andere hadden de vier grootste een meerlagige duiding, ook de vier jaargetijden en seizoenen werden door hen gesymboliseerd, evenals de vier natuurelementen aarde, water, lucht en vuur. Met de vier in formaat opvolgende bolders symboliseerden de acht bolders de verschillende maanstanden die op hun beurt weer bepalend waren voor levensnoodzakelijke kennis over zaaien, jagen, oogsten en slachten. De acht kleinste bolders completeerden de kring van in steen opgeslagen kennis, de zestien bolders van het Huginn.

In wezen en in letterlijke zin waren de bolderkringen niets anders dan een in drie (k)ringen gevormde encyclopedische almanak waarin meerlagig de gedachten opgeslagen en verzameld waren over licht en donker, warm en koud, leven en dood. Het collectief gedeelde weten verschafte zo inzicht in de lengte van dagen en nachten, het stijgen en dalen van temperatuur, groei en voortplanting en van eb en vloed. Een krans gemaakt van keien ter grootte van een voet verdeelde de afstand tussen de grote bolderkring en de vuurplaats die op haar beurt omringd was door keien van kleiner formaat.

Van binnen naar buiten vormden de drie in afstand van elkaar gelijk uitdijende (k)ringen zoals waterkringen in een vijver na inworp van een steen. Elk schoof aan binnen de buitenste ring van grote bolders. Het feit dat ieder ongeschonden zijn plaats weer ingenomen had zorgde voor tevredenheid en warme voldoening. Plaats en positie was niet willekeurig maar was deze door persoonlijke vaardigheden, eigenschappen, kennis en kunde bepaald.

Aan de noordzijde, tegen de noordelijke bolder zat Muninn, een breed geschouderde, langharige en roodbaardige man met heldere ogen, gehuld in een ruime huidenmantel. Rechtsopvolgend van hem zaten de meest kundigen, elk met zijn of haar kennis op het gebied van kruiden, gezondheid of de jacht, maar ook zij die kennis droegen van zon, maan en sterren en de onderlinge samenhang en hun directe invloed. Kennis die in erfelijke lijn overgedragen was en in de bloedlijn doorgegeven werd.

Kennis en wetenschap van levensbelang, die door elk in eigen kring op toer = draai beurt in woord, vorm en verbeelding met de kring gedeeld werd. De kennis werd door elk tolle(nd)/draaiend-runt = de ring, het wiel, het rad rond (to-le-rant) gedeeld en ten teken dat ze duidelijk ontvangen en begrepen was werd ze regelmatig met in-stemmend geluid begroet door de andere kringleden. Muninn bezat door overerving een uiterst vaardig geheugen waar alle gedachten gerangschikt opgeslagen en op elk moment onder in-stemmend geluid weer uit-gesproken, uit-gebeeld en uit-getekend werden.

Wie voor-zijn-beurt (eerder-dan-zijn-buur) of tegen-het-runt/rond/rat/rad zijn stem liet horen ontving geen in-stemming, de overigen onthielden zich van stem, hielden zich stil, reageerden ont-stem/mend. Wie tegendraads is, draait zich tegen-het-rad in, draait link(s) opvolgend, is (s)link(s), is tegen-spoed-ig, is in-tolerant. Wie het rad-op-volgt, draait recht/s opvolgend, doet recht(s), is raad-op-volgend, volgt voor-spoed(ig) het rad/rand/rant en is tolerant. Zoals de zon centraal staat voor de aarde die linksgericht daar om heen draait en de maan een linkerbaan om de aarde beschrijft, zo draaien alle sterrenconstellaties daardoor schijnbaar rechtsom langs de aardehemel, zo ook staat het vuur centraal in de bolderkringen en hebben aarde, maan en sterren hierin hun plaats. Al sinds mensenheugenis in eeuwige tijden en wereld wijd.

(Pictures: Wikipedia/Pixabay Licensefree en eigen afbeeldingen. Jaarwiel, Heidendom zonnewiel, Sumerische zonnegond/ster afbeelding)

Schuilen onder ’t Hemelschip

In Noord- en Oost Nederland maken ze nog steeds deel uit van het landschap, de streekeigen boerenschuren. Dat deze qua vormgeving nagenoeg gelijk en schatplichtig zijn aan de duizenden jaren oude Langhusen uit de Vikingtijd zal velen niet direct bekend zijn.

Van oorsprong zijn de Langhusen zo opgebouwd dat het ietwat gebogen dak gedragen wordt door een constructie van houten draagbalken. De (lage) zijmuren zijn in deze constructie niet dragend maar dichten de afstand tussen grond en dakconstructie. De driehoekige (en ten opzicht van het dak verticaal dan wel terug leunend geplaatste) opening bovenin aan de beide dak-einden werd van oorsprong iets overhangend overkapt en diende dezen ter door- en ontluchting onder andere voor de rookgassen. Die daken werden gezien als omgekeerde schepen met de kiel naar de zon, maan en sterren gericht, naast praktische vormgeving ook een grote symbolische waarde. Ter afwering en bescherming van kwade geesten en invloeden werd op de nok een (be)middelaar bevestigd. Mens, dier en goed hadden toegang via zijingangen.

Duizenden jaren later hebben de traditionele boerenschuren in de basis nog veel van de oorspronkelijke vorm behouden. De muren aan de lange zijden zijn hoger opgetrokken terwijl de muren aan de voor- en achterzijde vaak een dubbele hoogte hebben.

Ook de toegang is in de loop der jaren daar naartoe verplaatst. Het korte afgeschuinde dak aan voor en achterzijde wordt wolfskap genoemd en het daarboven geplaatste driehoekige houten schot met (h)uil en doortocht opening heeft nu de naam uilenbord. In tegenstelling tot wat algemeen aangenomen wordt is dit niet specifiek en typisch Fries, net als de middelaar en zwanen- c.q. bogensymboliek.

Foto’s: Wikipedia – licensefree & eigen foto’s (Longhus in de Lofoten, boerenschuren in Noord-Drenthe en Noord-Groningen)

Maan boven het raam

Vermanen en (af)weren

De gemetselde bogen boven de ramen, de drie opvallende (vaak witte) stenen aan de zijkant en boven de raamvensters en de gekleurde en geblokte steentjes in de raambogen. Wat veel mensen niet (meer) weten is dat deze versieringen niet zomaar gebruikt zijn maar dat ze oeroude erfsymbolen zijn die het huis en de bewoners beschermen en veiligheid en voorspoed bieden.

Bert van Vondel

Vroeger waren de raamvensters van huizen veel kleiner. De dikkere stenen muren houden meer warmte binnen dan een stuk glas maar kleine raamopeningen zorgen er ook voor dat er geen ongewenste visite naar binnen kon komen zoals inbrekers, kwade of boze geesten en spoken. Om deze te verjagen werden in oude tijden beschermtekens boven de raamopening gehangen of verwerkt, zoals de geluk brengende afbeelding van een slang. Ook de hulp van zon, maan en sterren – eeuwenlang de drie belangrijkste elementen voor geluk, vrede en voorspoed – werd gevraagd. De maan kan wel als de meest belangrijke van deze drie gezien worden.

De maanboog, de kromming waarlangs de maan langs de hemel beweegt, was als symbool alleen zo krachtig en waardevol dat ze boven raamvensters werd aangebracht. Vaker nog wordt ze dubbel afgebeeld omdat ook de betekenis meerlagig is. In welke vorm en uitvoering het ook is aangebracht, de betekenis is hetzelfde. Wat de tekens laten zien, wat ze symboliseren, is de opkomst (< wassende maan), het hoog(s)te punt (O volle maan) en de teruggang (> afnemende maan) <O> Het is niet alleen de maan die zo opkomt en weer terug gaat, maar ook het leven van een mens en de manier waarop de natuur steeds weer opnieuw geboren wordt, dat er een begin is, een hoogtepunt en een eind.

Aan de ene kant is het een ‘Ver-manen-d’ teken. Vermanen betekent zo iets als waarschuwen, dat je maar goed blijft opletten. Aan de andere kant is het een teken van de wassende maan, de volle maan en de afnemende maan voorspoed en levensteken tegelijk. Niet alleen de verschillende maanstanden maar ook de sterren kregen hun plek boven het raam, vaak neergezet in en soort van mozaïeksteentjes, op stand gemetselde stenen of zelfs uitstekende stenen.

Door de eeuwen heen is de betekenis van de oeroude erfsymbolen langzaam aan verdwenen, maar toch werden ze nog zo aangebracht dat de belangrijke symboliek bewaard bleef. De opkomst, het hoog(s)te punt en de teruggang bleven duidelijk herkenbaar. Soms in de vorm van kapitaal-stenen, soms door stenen boven het raamvenster te beschilderen en soms enkel door een stenen boog boven het raam (of door-gang/ deur-opening) te metselen.

(eigen foto)

Pineut

De Pineut, die achter op het dak de (w)acht houd, het huis, de hoeve en de haard beschermd. De Pineukel die recht staat voor acht-ing en voorspoed voor wie onder dak zoekt en aangeboden is.

Als je in het Noord-Oosten van Nederland om je heen kijkt zie je de Pineut (of ook wel Dympeltje) vaak nog op de achterkant van boerderijen staan. Op het dakeinde en uit de dakpannen uitstekende, wit geschilderde stompe paaltjes.

Als je goed oplet zie je ze ook op andere gebouwen, zoals arbeiderswoningen maar ook grotere herenhuizen, kerken en andere gebouwen. Altijd op het eind van het huis, de plek waar het ook zijn eeuwenoude en mystieke plaats heeft. Verspreidt door heel Nederland zijn ze ook hier en daar op huizen te vinden. Heel veel mensen zijn allang vergeten wat hoe dat ding heet wat daar uit het dak omhoog steekt. Veel van die uitsteeksels zijn van het dak verdwenen, vaak van het dak af gezaagd omdat de waarde en betekenis vergeten is.

De Pineut, die ook bekend is onder veel andere namen, staat in de regel achter op het dak de wacht te houden en beschermd het huis en alles wat er in is. Hij is als symbool voor in het Raadselrad terug te vinden en bekend als Uh/Uhn. Deze klank is terug te vinden in de andere namen die er aan vastgekleefd zijn, zoals de Een, de Pin, de Pen, Pen(is) een rechtopstaande streep. Woorden die daar weer aan vastzitten zijn bijvoorbeeld Peen (ook een oud Nederlands woord voor wortel) en een oud Nedersaksisch woord zoals Pineukel. Dat woord bestaat uit twee letterstukken, Peen en Eukel wat zoiets betekent als Pin met een Eikel (er boven op). Pineut is ook een woord dat uit twee letterstukken bestaat en ligt de combinatie van Pin en Uit (uiteinde) voor de hand. De Pinuit/Pineut staat ook als laatste letterlijk achteraan op het dak.

Als er gezegd wordt dat je de Pineut bent, dan ben je de laatste, dan ben je eigenlijk de sigaar, of met een ander woord de lul (penis of piemel) allemaal woorden waarbij je ook een recht opstaande lijn kunt bedenken. De Pineut die achter blijft en op (w)acht staat zorgt voor bescherming van het huis zelf, de mensen die er in wonen, het huisvee dat vroeger achter in het (boeren)huis stond, maar ook een teken van en voor vruchtbaarheid. Aan het kortste eind trekken betekent dat het zaad van de Pineut tot leven gebracht moet worden om nieuw te beginnen. De Pineut was eigenlijk een soort van vroegere heidense beschermengel.

De Pineut staat bekend onder veel namen, dat hangt er een beetje vanaf in welk deel van Nederland/Europa of de Wereld waar de bent. Andere woorden waarmee hetzelfde bedoeld wordt zijn Pinacle, Dupe (Engels) Piron, Pine (Frans) en als je zoekt zul je nog veel meer woorden hiervoor vinden. In Groningen stond en staat het ook wel bekend als het Dympeltje, Dumpeltje, Tempeltje. De machtige beschermer die vroeger achter op elk huis stond waarbij het cijfer 8 een belangrijke plaats heeft werd ook op andere plekken gebruikt, zoals bij een Poortzuil en Grafzuil. Door de tijd zijn de mensen het gebruik en de symbolische kracht van de acht (8) vergeten en vaak zie je de Pineut die er nog op het dak staat als een zielig aangekleed recht paaltje.

Een Pineut boven op het uiteinde van een naar achteren hellend dak staat dat Wolvekap/Wolfskap genoemd wordt. Aan de binnenkant van het dak wordt aan twee schuine Spanten een horizontale Hanebalk bevestigt en daaraan vast wordt (in-het-midden) een Makelaar (be-middelaar) vastgemaakt die dwars door het dak steekt en aan de buitenkant daarvan wordt dan het 8-vormige Tempeltje gemaakt. De Pineut staat van oorsprong dus eigenlijk altijd achter op het gebouw/boerderij/huis/kerk. Voorop staat de schoorsteen, boven de vuurplaats, open haard of kachel. Op oude Groninger arbeiderswoningen waarop geen Wolvekap zat en een rechte achtermuur hadden stond ook een Dympeltje achter op het dak. Ook daar werd aan de binnenkant van het dak aan de schuine Spanten een horizontale Hanebalk bevestigt waar een Makelaar op stond die dwars door het dak steekt. Aan de buitenkant wordt dan op de makelaar het 8-vormige Tempeltje gemaakt. Langzaam maar zeker verdween de 8 en werd het een simpel betimmerd wit paaltje met een plat dakje.

De Pineut vind je ook weer terug als Poortzuil zoals hier met daar bovenop een bol of als wachter op de hoeken van een oud fabrieksgebouw. De ‘acht’ wordt gevormd door vier driehoeken die tegen elkaar aan staan, vier piramides eigenlijk en als je dan van bovenop kijkt dan zien je ook de 8 (verdwijn) punten.

Je vindt de vorm ook symbolisch terug in allerlei tuingebouwtjes die vroeger heel gewoon waren en vaak bij grote herenhuizen of boerderijen in de tuin stonden.

En op begraafplaatsen vind je de Pineut-(w)achter ook terug op oude Grafzuilen en Zuilen die om een graf heen kunnen staan. Ook bij grensscheidingen, als markeerpalen, als erfwachters op een goed. Ook hier is het de Pineut, die als laatste de (w)acht houd.

In verband verbonden

De hu(i)s-band om het huis

Mensen die afkomstig zijn uit andere delen van de wereld kijken naar alles in Nederland met nieuwe ogen. De huizen, de gebouwen, ze zijn zo anders als bijvoorbeeld Ghana of Libanon. De meeste Nederlanders valt het niet eens meer op, voor hen is het normaal dat de huizen in Nederland er zo uit zien als ze er uit zien. Vaak zijn de huizen gemaakt van rode bakstenen met wat versieringen in de muur, rondom het raam of deur.

Bert van Vondel

Wat de meeste mensen niet (meer) weten is dat deze versieringen niet zomaar gebruikt zijn maar dat ze oeroude erfsymbolen zijn die het huis en de bewoners beschermen en veiligheid en voorspoed bieden. Bijvoorbeeld de vaak wit gestreepte steenlagen aan de voorkant van het huis, de gemetselde bogen boven de ramen, de drie opvallende (vaak witte) stenen aan de zijkant en boven de raamvensters en de gekleurde en geblokte steentjes in de raambogen.

Oorspronkelijk werden drie witte steenlagen in de muur verwerkt, niet alleen aan de voorkant van het huis maar helemaal rondom. Deze drie banden werden op de zelfde hoogte en in de zelfde verdeling als de raamvensters gemaakt. Eerst een witte band aan de onderkant van het raamvenster, de tweede witte band op de plek waar het bovenste raamvenster begon en de derde en laatste witte band aan de bovenkant van het raamvenster. Het cijfergetal 3 is belangrijk, dat heeft meerdere betekenissen zoals bescherming, vruchtbaarheid en leven. Door deze drie witte banden in de buitenmuur van het hele huis aan te brengen werd er een band om het huis gelegd. Een Huis-band/Hus-band, de verzorger en beschermer. Het huis en alles wat er in het huis was en leefde werd beschermd door het verband/verbond dat er omheen was aangebracht.

De raamvensters waren belangrijk voor de afstand en hoogte van de witten banden. Het bovenste-licht maakte een-derde deel uit van het totale raam, twee-derde het onder-lich. Vensters zijn niet alleen lichtopeningen in het huis. Het is tegelijk ook bescherming/afscherming. Als het donker is maakt het verschil vanuit welke kant je door het raamvenster kijkt. Van buiten naar binnen kijk je in het licht, van binnen naar buiten kijk je in het duistere donker van de nacht, het onbekende, het  finstere, daar komt ook de naam fenster/Venster vandaan.

Vroeger waren de raamvensters van huizen veel kleiner, vaak niet groter dan een of twee handen. Niet alleen omdat de dikkere stenen muren meer warmte binnen hielden dan een stuk glas maar ook om er voor te zorgen dat er geen ongewenste visite naar binnen kon komen zoals inbrekers of kwade en boze geesten en spoken. In die oude tijden werd daarom vaak een beschermteken boven de raamopening gehangen of verwerkt. Een slang werd vaak als gelukbrengende en beschermende talisman aangebracht.

Toen de woningen later anders en groter gebouwd werden, werden drie witte banden rondom het huis en de raamvensters gemaakt om tegen al het onbekende en duistere te beschermen. De gemetselde bogen, de drie opvallende stenen rond om de bogen en de gekleurde en geblokte steentjes in de bogen zijn ook oeroude erfsymbolen die het huis en de bewoners beschermen en veiligheid en voorspoed bieden.

(eigen foto’s)