Home » Simsalaboliek

Category Archives: Simsalaboliek

Puber van 12

Ze was een meisje van amper 12 jaar toen ze – uit eigen vrije wil en tegen de wens van haar ouders – in 1934 toetrad tot de Jungmädelbund (JM), de vrouwelijke tak van de Hitlerjugend.

Vader Robert, fervent Nazi-criticus en voormalig burgemeester moest met lede ogen toezien hoe zijn dochter, evenals zijn andere kinderen zich actief inzetten in de nazi-jongeren organisaties. Puberaal en tegendraads, maar.. ze was al een twaalfjarige, ze wist het zoveel beter. Ze meende de wereld en haar ordening beter te begrijpen dan haar ouders, de Nieuwe Orde lonkte en verleidde deze puber van 12.

De puber van 12 schoof als tiener van 14 enthousiast door naar de Bund Deutscher Mädel (BDM). Door haar enthousiasme en persoonlijke inzet steeg ze met ster binnen de BDM. Ze organiseerde moed- en uithoudingsvermogentests om het uiterste van zichzelf en de anderen te eisen en als Schar Führerin leidde ze een Mädelschar, een groep van drie Mädelschaften die bestond uit 45 meisjes.

Voor de tiener van 14 die het zoveel beter wist dan haar ouders kwam de ontnuchtering in 1937, toen haar broers door de Nieuwe Orde gearresteerd werden. De puber van 12 werd een ontgoochelde nazi-tiener van 16 die zich tegen de Orde keerde waarin ze eerst zo heilig geloofde, probeerde zich te verzetten tegen de macht die ze daarvoor had verdedigd. Ze verspreidde vluchtschriften en werd daarbij betrapt, opgepakt en veroordeeld.

Op 22 februari 1943 veroordeelde Rechter Roland Freisler van het Volksgerechtshof haar wegens hoogverraad tot de dood. Rond 17.00 uur die middag werd ze met de guillotine onthoofd, de witte roos geknakt.

Op 22 jarige leeftijd stierf Sophia Magdalena (Sophie) Scholl door de hand van de Nieuwe Orde die ze eens, jong en onwetend had geloofd, maar hoe kon zij dat weten, ze was nog een kind, een onvolwassen en onwetend mens, ze maakte een keuze als Puber van 12.

Augustus de oogstmaand

Klatschmohn

Overdag trekken dikke stapelwolken langs de lucht, dazen plagen grazend vee, kleurrijke vlinders fladderen van bloem naar bloem en krekels en sprinkhanen tjilpen in de struiken en het gras. In deze tijd is het goed om afscheid te nemen van het beeldscherm en jezelf onder te dompelen in deze natuurlijke wonderen.

Vertaald uit het Duits, 31 juli 2021 – Tekst: Wolf-Dieter Storl

De kosmische warmte voedt de geleidelijk rijpende druiven, vruchten en zaden. De Indianen zeggen dat het gezang van de vogels en het rijzende en dalende gezang van de krekels en andere insecten het rijpingsproces ondersteunen. Er zijn nu wetenschappelijke studies die suggereren dat er misschien iets aan de hand is.

Oogstmaand”, “snijmaand” of “oogst” noemden onze voorouders augustus, want nu begint de graanoogst. Het Graanoogstfestival, een van de oudste landelijke festivals, vindt zijn oorsprong in het Neolithicum.

De veldgewassen werden door de eerste boeren beschouwd als kinderen van moeder aarde. De aardgodin rouwt om haar. Zij was de oorspronkelijke Mater Dolorosa, de Moeder van Smarten die verzoend moest worden. En – dit is wat de oude historici denken te weten – soms was een mensenoffer nodig om dat te doen.

Lange tijd, tot aan de rand van de moderne tijd, geloofden de plattelandsmensen dat er een groeigeest, een “vruchtbaarheidsdemon”, aan het werk was op het veld. Het is de “graanwolf”, de stierkater, de graanbok, de graanbeer, het graanzwijn die zijn banen beweegt in het wuivende graanveld. Of het is de Korenmoeder die soms verscheen als een in het wit gehulde vrouw; het is de “oude”, de Baba van de Slavische volkeren. In Engeland heet de laatste schoof “John Barleycorn”, in Schotland is het de Cailleach, de “oude vrouw”.

In de voorchristelijke tijden waren er graanpriesters – ze droegen witte gewaden en hun haar was lang en samengeklit – wiens taak het was om het graan kort voor de oogst te zegenen door in de vier hoeken van het veld wat korenaren af te snijden en groene takken of Arnica in de grond te steken. Dit moest voorkomen dat de graanmolen het veld verliet.

Bilwisse – Goblins (“zij die wonderbaarlijke dingen weten”) werden deze priesters genoemd. Later werden ze onder kerkelijke invloed verklaard tot graanplagen, demonen die ’s nachts graan hakten en er vreemde patronen in achterlieten.

Zelfs in historische tijden maaiden mannen met zeisen door het rijpe korenveld; de vrouwen volgden en bonden de schoven vast. De groeigeest vluchtte voor de maaiers uit. Ten slotte, in het nauw gedreven, zocht hij zijn toevlucht in de laatste schoof. Deze werd opgesierd met bloemen – zon-gele Jacobkruiden, witte kamilles, rode en blauwe korenbloemen, rode klaprozen – en reed, tot gejuich, als een godheid op de oogstwagen het dorp binnen. Daarna werd de oogst uitgebreid gevierd en werden de goden gedankt. Dit oogstfeest, dat archaïsche, neolithische kenmerken heeft, werd in heel Europa op dezelfde manier gevierd.

De Keltische goden

Voor de Kelten was het oogstfeest in augustus een feest van vuur. Overal op de hoogten laaiden machtige vuren op. In de jaarlijkse cyclus stond deze viering lijnrecht tegenover het feest van Brigit, de godin van de lente. Hun feest – de christenen veranderden het in Lichtmis – was een feest van water; Het ijs en de sneeuw smelten en de zaden ontkiemen.

In de hete augustusdagen daarentegen veranderde de mooie, jonge zonnegod Belenos (Bhel) in de vurige, stralende vuurgod Lugus (Lugh), de “meester van alle kunsten”, de “leeuw met een vaste hand” , die verspilt wat is geworden om te verdorren en leidt tot ontbinding in een spirituele dimensie; het vertegenwoordigt het principe van perfectie en de vervulling van het lot.

Lugus is het vuur dat het staal verhardt, de hitte die het fruit, de bessen en vruchten rijpheid en zoetheid geeft. Hij haalt de melkrijpheid uit de granen en verandert ze in stevige, gouden pitten. Met zijn vuurademhaling verandert hij het maanachtige, vlezige groen van de kruiden in fijn gevederde, geurige structuren; hij verrijkt ze met geneeskrachtige, essentiële en vette oliën, balsems en harsen.

Hij is ook de terminator die corrupte heersers en meesters van leugens hun welverdiende dood brengt. Deze augustusbrand is zijn huwelijk met Annona (Rosmerta), de matrone met de hoorn des overvloeds, de graanmoeder, de kostwinner van de wereld.

Lugus

Overeenkomend met de Noord-Duitsers is Loki, de vuurgod, in wie de christelijke missionarissen de duivel zagen. Ook hij is een oogstgod. In de Noordse legende wordt gezegd dat hij het gouden haar van Sif, de godin van het korenveld en de vrouw van de onweersgod Thor, met zijn sikkel afsneed. De machtige Thor wilde er al zijn botten voor breken, maar Loki beloofde dat hij het komende jaar haar haar (het korenveld) weer zou laten groeien.

Broodmassa of Lammas

De Angelsaksen noemden het festival Loaf-Mass (of Lammas), de mis of viering van het eerste brood. Het was gebruikelijk dat de vrouw des huizes (het Engelse woord dame komt van het Angelsaksische hlofdige = brooddeegmenger) om brood te bakken van de korrels van de eerste met de hand geplukte schoof en deze te laten zegenen. Omdat het graan de basis van het leven is, was het een belangrijke cultus.

Voor mensen die in een ontgoochelde digitale wereld leven, zijn dit slechts oude verzonnen verhalen. Maar de natuur laat zich niet alleen beschrijven met cijfers, diagrammen, statistieken en dergelijke, maar ook met plaatjes. Zowel heidens als christelijk. Deze richten zich niet alleen op de hersenen, maar ook op onze ziel. De ware, picturale verbeeldingen voeden de ziel. De bevlogen jonge dichter Novalis wist dit al:

Wenn nicht mehr Zahlen und Figuren
Sind Schlüssel aller Kreaturen,
Wenn die so singen oder küssen
Mehr als die Tiefgelehrten wissen
Wenn sich die Welt ins freie Leben,
Und in die „freie“ Welt wird zurückbegeben,
Wenn dann sich wieder Licht und Schatten
Zu echter Klarheit werden gatten
Und man in Märchen und Gedichten
Erkennt die „alten“ wahren Weltgeschichten,
Dann fliegt vor Einem geheimen Wort
Das ganze verkehrte Wesen fort.

Vermanende Staven

Vermanende Staven als doorgeknoopt touw

Vastgebonden, Saamhorigheid, Koppelverkoop, Teamwork

Voorafgaand aan de komst van de religieuze systemen zoals nu bekend ontleenden voorgaande beschavingen wereldwijd hun kennis en weten aan de stand van de hemellichamen. Niet alleen om de wisselingen van seizoenen te bepalen maar bijvoorbeeld ook de meest geëigende momenten te benoemen om het land te bewerken, de jacht aan te vangen, te zaaien en oogsten of zich voor te bereiden op de komst van de koudere perioden.

Om dit en nog oneindig veel meer te kunnen voorzien werd gebruik gemaakt van de eeuwigdurende en repeterende standwisselingen en schijngestalten van Zon, Maan en Sterren. Niet alleen op het Zuidelijk Halfrond maar evenzo op het Noordelijk Halfrond.

Veel wereldburgers zijn bekend met de Zonnetempels van voorgaande Zuid-Amerikaanse beschavingen en die uit oud-Egypte, China of Azië om enkelen te benoemen. Ook op het Noordelijk Halfrond werd van exact dezelfde levensbelangrijke informatie gebruik gemaakt, informatie welke niet alleen door orale over-levering maar meerlagig aan opvolgende generaties overgedragen werd.

Dit alles door kennis te koppelen aan symbolen, tekens, vormen en kleuren, die op hun beurt weer werden verweven aan gebaren, gewoonten en repeterende rituelen, maar ook ondergebracht werden in taal en spraak.

Zoals gezegd spelen de Zon, Maan en sterren(beelden) hierin een be-palende rol, iets wat ze ook vandaag de dag spelen in bijvoorbeeld het jodendom, christendom en de islam om maar een paar wereld-religies te benoemen.

Zo is de islam net als het jodendom een op de maancyclus gebaseerde en gecreëerde religie maar is het volledig schatplichtig aan het voorafgaande – volledig aan de natuurlijke stand der dingen gekoppelde – pre-religieuze weten en inzicht. Enorme bouwwerken in de vorm van piramides, kunstig in rots en steen uitgespaarde tempels en megalithische bouwsels spelen een bepalende rol in kosmische kennisoverdracht.

De verschijningsvormen van de schijngestalten van de maan werden door de Noordse Volken op enig moment door middel van kerven vastgelegd in staafvormige, cirkel dan wel (k)ring- en hoefijzervormige objecten van o.a. steen, been, bot, hout. Bij aanvang van de door over-erving ervaren repeterende start werd de nieuwe levenscyclus bepaald door de eerste Volle Maan na het moment van de Winter Zonnewende door middel van de eerste kerf als start te ‘Staven’. Als het ware een ‘eerste-knoop-in-de-zakdoek’ aanbrengen.

De Winter Zonnewende vind plaats wanneer de zon op haar laagste stand aan de hemel staat, iets dat volgens de huidig geldende kalender voor het Noordelijk Halfrond rond de datum van 21-december plaats vind.

De bijbehorende schijngestalte van de maan in de opvolgende nacht is die van het Eerste Kwartier, dat wil zeggen dat de rechterzijde van de maan belicht is. De eerstvolgende Volle Maan werd door de Noordse Volken symbolisch verbeeldt door een open (k)ring boven de eerst aangebrachte kerf en werd daarmee de start van de nieuwe levenscyclus ‘gestaafd’.

Elke opvolgende dag werd per kerf vastgelegd – gestaafd – en werden de waargenomen (basis) schijngestalten van de maan aangebracht wanneer deze plaatsvonden. Het opvolgende Laatste Kwartier door middel van een (k)ring die alleen aan de linkerhelft open en aan rechter zijde gesloten/gevuld was, Nieuwe Maan door middel van een (k)ring die in zijn geheel gesloten/gevuld was en Eerste Kwartier die door middel van een (k)ring die alleen aan de rechterhelft open en aan linker zijde gesloten/gevuld was.

Op deze wijze werden alle vier bepalende maan-standen – (maan(d) periode na maan(d) periode – aangebracht die met de passerende seizoenen plaatsvonden tot aan het eeuwig repeterende moment van hergeboorte. Gekerfd in een staaf heeft deze een winter- en zomerzijde die – gekoppeld aan de schijngestalten van de maan. De zomerzijde geldt van 14 april tot 13 oktober en de winterzijde van 14 oktober tot 13 april.

Per woongebied en lengte en breedtegraad kan/zal dit iets verschillen. Ook de vastlegging in (k)ringvorm kan voor een zomerzijde en winterzijde gekozen worden. Het vastleggen van de maanstanden is een van de eerste taken waarmee begonnen wordt voor het opzetten van een Maan-Staf, een Kerf-Kalender of zo u wilt een Pineut (wachter). Aanvullende tekens en symbolen worden in opvolgende bijdrage aangekaart.

Dit is een eerste aanzet en is allesbehalve compleet in haar bewoordingen maar bedoeld om in gezamenlijkheid te komen tot het bewaren en herontdekken van eeuwenoude kennis en wetenschap die van elementair belang is om te begrijpen waarom de wereldreligies het van belang vinden zich deze kennis te ontvreemden en toe te eigenen en misbruikt wordt en tegen-gesteld en in het nadeel van de wereldbewoners toegepast wordt. Kennis is macht, neem terug wat van u is, keer het wiel met behulp van de Vermanende Staven.

(uw aanvullingen en correcties graag per BP)

Weldadige Welmoed

Afbeelding kan het volgende bevatten: wolk, lucht, buiten en natuur

De zon stond laag boven de kim, ze was nog jong en onervaren, het was pas twaalf dagen na haar ommekeer en hergeboorte. Op eerste dageraad van 112.233 jaarwielen NA Weldadige Welmoed (zoals de aanvang was benoemd door de volksplanting in Schubbekutteveen) wentelde sinds mensenheugenis de levens(k)ring van planeet Terra.

Het Finster, de donkerte, werd opnieuw verdreven door het welkome zonlicht en weldadige warmte. Terra werd weer vruchtbaar en ’t leven kwam in bloei, waarna de zon zich als in voorgaande eeuwen in eigen (k)ring terugtrok, ten ruste legde om dan na winterzonnewende opnieuw en overvloedig Terra te om-ringen met haar levensbrengend licht en warmte.

De zon be-paalt de daglengte, de maan de lengte van de nacht en niet volgens eeuwen later aangebrachte religieus georiënteerde en gewenste tijdsindelingen of aanvangsdata, maar door-en-middel van de oneindige repeterende krans-/(k)ring-loop van Zon, Maan en sterren.Weldadige Welmoed was de aanvang van de tijdrekening voor hen die in de Oostelijke Wouden ten Noorden van planeet Terra leefden. Als de Zon het laagst stond, daags voorafgaand aan het Finster en dat de Maan rechts de helft van haar gezicht liet zien, dan .. dan brak het nieuwe (k)ring/wiel aan.

Na drie op-volgende pogingen kroop de zon weer met haarlengtes hoger aan de kim in de (k)ring en was de eerstvolgende Volle Maan de meet-staaf/ maat-staf voor de (op)komende tijden waarin zaken zoals gezaaid, bevrucht, verzorgd, geoogst kon worden. Vandaag is het de 12e dag van 112.233 jaarwielen na Weldadige Welmoed, nu benoemd tot Januari 1 van het jaar 2021 NA Christus, OF zo men wil 5.781 jaar NA de wereldschepping zoals door Joden aangehangen wordt, OF 2.642 jaar NA de migratie van Mohammed naar Jathrib zoals de Islamieten bezweren, OF 4.717 jaar NA de kroning van de eerste Chinese koning, OF….

Allen gebruiken maan en zon als be-palende eenheid, zoals de oer-/ eerste volkeren en beschavingen die in de Oostelijke Wouden ten Noorden van de Terra leefden, eeuwenlang en voorafgaand aan de nakomende religieuze besturingssystemen. Zij …. schreven geschiedenis vanaf en NA Weldadige Welmoed.

Winterzonnewende

Afbeelding kan het volgende bevatten: vuur en nacht

Maandag, de 21e december 2020 is het weer zo ver, dan is het Winterzonnewende, het moment dat het Nieuwe Jaar(wiel) aanbreekt. Globaal gemeten telt deze dag 8 zonuren en is daarmee de kortste dag van het jaar. Drie kwartieren voorbij 8 uur stijgt de zon boven de horizon, rond 11 uur bereikt ze haar hoogste punt en staat ze het laagst in de zonnehoek. (14,5°)

8 Uur later, en een kwartier na 16 uur (2 x 8) zakt ze weer over de horizon. De bijbehorende maanstand is het Eerste Kwartier die drie kwartieren in de nacht van 21- 22 december haar schijngestalte inneemt. De Zonnewende is het officiële begin van de winter op het noordelijk halfrond en dat van de zomer op het zuidelijk halfrond.

Het jaar 2020 is een uitzonderlijk jaar en komen twee van de helderste planeten van het zonnestelsel, Jupiter en Saturnus, aan de nachthemel vlak naast elkaar te staan om (ogenschijnlijk) samen te smelten tot een superster, iets dat in 1623 voor het laatst plaatsgevonden heeft. In werkelijkheid staan ze miljoenen kilometers van elkaar verwijderd. De beide planeten stonden in het jaar 7 v. Chr. in dezelfde verhouding tot elkaar aan de nachthemel en is daarmee de astronomische verklaring voor de Bijbelse ‘Ster van Bethlehem’.

Op de kortste dag van het jaar wordt na drie dagen schijnbare stilstand de nieuwe zo(o)n geboren en begint de zon aan zijn eeuwige terugkomst, de dagen worden langer. Haar gele stralen vergroenen de aarde en maakt haar vruchtbaar. Het is het einde van de duisternis, het feest van het terugkerende licht wordt gevierd waarmee de terugkomst gevierd wordt van het nieuwe, het her-leven, van nieuwe gewassen.

Men viert blij uitbundig met vrienden en familieleden de terugkomst van het licht. Eten, drinken en muziek, het feest van de toekomst, van de verwachting en de hoop op een goede, gezonde, liefdevolle en vredevolle toekomst, zonder strijd, geweld, ellende en dood.

Het feest rond het verwarmende vuur van de boomstronk, een eeuwenoude traditie die terugvoert op een oud, voorchristelijk gebruik waarbij het houtblok (vaak eik maar ook vruchtboomhout) in de eigen haard opgestookt werd. De stronk werd aangestoken met bewaarde sintels van de voorgaande Midwinterviering en moest zo lang mogelijk brandende gehouden worden om geluk te brengen in het aankomende jaar.

Soms werd de stronk met wijn of gezouten water besprenkeld ter vergroting van voorspoed en bracht de as geluk en werd uitgestrooid over de te bewerken velden. Sintels ervan werden bewaard voor het opvolgende jaarfeest en gebruikt om het vuur brandende te houden en binnenshuis bewaarde as bood bescherming tegen bliksem.

Voordat het eeuwenoude feest ge-KERST-end werd, was (en is het nog immer) een van de belangrijkste wiel-feesten van het 8-spakige jaarwiel dat misschien wel te vertalen is als een meervoudige machtige codex dat inzicht geeft over leven, dood, zaaien en oogsten, zon en maan, winter en zomer. Zo is op een kwart-rond van het wiel – Drie Uur – (rond 21 maart) het aantal zonuren toegenomen tot 12 uren per dag en start daarmee het groeiseizoen.

Op het half-rond van het wiel – Zes Uur – (rond 21 juni) is het aantal zonuren tot ruim 16 uren (2 x 8) toegenomen en op driekwart-rond van het wiel – Negen Uur – (21 september) zakken het aantal zonuren weer onder de 12 zonuren per dag. Essentiële kennis die eeuwenlang middels wielfeesten overgedragen werd.

De bij Kerst gebruikte rituelen en symbolen zoals de kransen, de hulst met rode bessen, de appels en lichtjes in de bomen en de bomen zelf, het zijn in wezen gekaapte elementen aangevuld met religieus gewenste en bijgebogen aanhangsels. Zoals het Detri-Hair, dat van oudsher in de wiel-as van het 8-spakige rad werd afgebeeld en dat in veel kerken nog te zien in de vensters, de drie-hazen, het teken van vruchtbaarheid.

Winterzonnewende, de aarde is opnieuw zwanger, de natuur herleeft, geboorte van nieuw leven is aanstaand, de Nieuwe Zon die leven brengt. Het is de tijd van de Greenman – groenman/huilman.

Groen, Geel en Rood, dat zijn de kleuren die verbonden zijn aan de Winterzonnewende, en dit is wat ze symboliseren: Groen = de kleur die het levensvatbare gewas symboliseert – Geel = het zon/licht dat het gewas het leven (terug)schenkt en tot wasdom brengt – Rood = dat de voortzetting van het leven symboliseert, de doorlopende bloedlijn.

Een nieuw leven, een nieuwe tijd, het oude heeft afgedaan, al eeuwen wentelt wereldwijd het wiel: Winterzonnewende.

(Print uit – schrijf over – sla op!)

Versteende Vruchtbaarheid

In de (Hindoeïstische) Shri Bhairavar Tempel in India met een bewijsbare ouderdom meer dan 1000 jaar (en claims van duizenden jaren meer) zijn eeuwenoude en in steen uitgewerkte afbeeldingen te vinden van de menselijke voortplanting.

Op 8-zijdig gevormde pilaren zijn verschillende stadia van menselijke bevruchting tot aan geboorte afgebeeld. Te zien is hoe een spermatozoïde en eicel (in meerlagige en meerduidige afbeelding-en) bij bepaalde maan-stonde benaderd wordt en de verschillende stadia van de ontwikkeling van het kind in de moederschoot vanaf de conceptie tot aan de geboorte. Dit alles verweven met eeuwenoude astronomische en astrologische kennis, wetenschap, mystiek en symboliek.

Verbeelde kennis welke ook door vertellingen in orale overlevering voortleefde. Eeuwenoude kennis die wereldwijd gekend geweest is en waarvan door overlevering en uit restanten van diverse culturen en beschavingen kenmerkende elementen bewaard gebleven zijn tot aan de dagen van nu. Kenmerkend in alles is de positie & stond/stand van de hemellichamen, de stand van zon en maan in verhouding tot de sterren/ver-beeld.Bijgaand een afbeelding van een kind in volgroeide staat, afgebeeld in een zespuntige ster welke de moederschoot verbeeldt.

De 6-puntige ster symboliseert o.a. hoe man & vrouw (en dat ook al sinds mensenheugenis) enkel in symbiose en gelijkwaardigheid zichzelf overleven, zich kunnen voortplanten door nieuw leven te geven door zich te achten / 8-en. De man <=> naar boven gerichte driehoek = 6, vrouw <=> naar onder gerichte driehoek = 9. Deze twee driehoeken in elkaar vervlochten laat de zes-ster ontstaan, een seiz/sexter, een symbool dat oneindig en voor eigen (religieuze/occulte) doeleinden gekaapt is.

De twee cijfers geven (aan-elkaar-getekend) ‘Ge-evend’ de figuur 8 (6 + 9 = 8) en daarmee de onverbrekelijke en vruchtbare verbinding aangevend tussen man-en-vrouw die zich aan-elkaar hechten, zij zichzelf tot vruchtbaarheid ge-8/ge-echt, gehecht hebben, een eeuwig durend repeterend verband/verbond.

Merk op dat de navelstreng afgebeeld is in de vorm van het cijfer 8, de symbiose van 6 en 9, kind in moeder-schoot (de vrouw – 9) = de naar onder gerichte driehoek. Over-eeuwigende kennis van man en vrouw, die in echt/acht verbonden, ge-echt/ge-acht zijn, de eigen bloedlijn kunnen en blijven doorzetten, nieuw leven geven en daarmee de kring-loop = rond-gang van het oneindige bewerkstelligen.

De eeuwenoude symboliek is ook nu (nog) alom en rondom terug te vinden, ook in alle landen van West-Europa, in uw eigen provincie, gemeente, woonplaats, opgesloten in gebruiken, taal, gewoonten, rituelen, in gebouwen tot op begraafplaatsen toe en als men het eenmaal (h)erkend zal het ‘ik zie ik zie wat ik nooit zag’ zijn.

(Print uit – schrijf over – sla op!)

Shri Bhairavar Tempel, gelegen aan Tiruppur Road, de doorgaande weg van Palladam naar Dharapuram, Kundadam, Tamil Nadu, 638702, India, tel.: +91 4258 263 301 (illustratie: N.N.)

Poffert… een oud Groninger streekproduct?

‘Poffert’ is de naam van de tulbandvormige broodcake met een gat in het midden. In de provincie Groningen kent men de Poffert als een traditioneel streekproduct dat (echter ten onrechte) nogal eens geassocieerd wordt met makkelijke mondkost dat vaak door het armere bevolkingsdeel gegeten werd.

De Poffert werd oorspronkelijk in de wintermaanden, het voorjaar, volzomer en herfst gegeten en is allesbehalve armeluiskost. In werkelijkheid is het een met rijke symboliek overladen traditioneel feestbrood dat zijn oorsprong kent in pre-Germaanse tijden, vér voor de kerstening.

De schrijfwijze van dit verrukkelijke feestbrood kent plaatselijk kleine verschillen zoals Povvert en Povverd. Orale overlevering en daarbij optredende klank- en later schrijfverbastering is hiervan de reden. In vroeger tijden was – met name in Noord-Groningen – ook wel de naam Boffert in gebruik. Als hoofdmaaltijd of nagerecht wordt het vandaag de dag (liefst warm) gegeten, gedoopt in gesmolten roomboter en (bruine) suiker. Hierop zijn dan weer plaatselijk verschillende variaties, zoals het overgieten met spekvet, warme melk waarin al dan niet salie en/of suiker is meegekookt (Saliemelk), (appel)stroop, honing, (warme of koude) vanillesaus met rode bessen, etc.

De ingrediënten van een Poffert verschillen plaatselijk maar bestaat de receptuur hoofdzakelijk uit bloem, zout, suiker en rijsmiddel (in de vorm van gist of bakpoeder). Afhankelijk van de soort Poffert (de zoete of hartige variant) worden ei, melk, spek, vet, ui of worst toegevoegd. Vanillesuiker, saffraan en kaneel worden in de zoete variant ook veelvuldig gebruikt en neemt honing de plaats soms in van suiker. Als vulling kent de Poffert daarnaast ook appel, peer, krenten, rozijnen, sukade en diverse noten en diverse gedroogde vruchten.

Het beslag wordt in een ronde conische en van spiraalvormige inkepingen voorziene Poffertvorm gedaan. De meest gebruikte en bekende vorm is van vertind blik met een bijpassend deksel, de zogenaamde Poffertpan of Pofferttrommel. Nieuwe typen Poffertvormen zijn gemaakt van aluminium of bezitten een antiaanbaklaag. In vroegere tijden waren de vormen van geëmailleerd staal of vervaardigd uit geglazuurd keramiek.

Volgens traditie wordt de Groningse Poffert niet in de oven gebakken maar gegaard door hem in een pan met heet water als het ware klaar te stomen (au-bain-marie). Doordat de Poffertvorm afgesloten is en in een vochtige omgeving gegaard wordt is het resultaat een smakelijke broodcake. De gebruikte vulling zorgt niet alleen voor smaak maar zorgt er ook voor dat het niet te snel uitdroogt. Het in een pan met water garen – het letterlijk klaarstomen – heeft daarnaast een vrijwel vergeten betekenis. Het symboliseert vruchtbaarheid en kan gezien worden als kindje-in-moeders-schoot.

Dat achter de Poffert veel meer én oeroude symboliek schuil gaat is een onbekende wetenschap. Hoewel wereldbekend in eigen provincie als een typisch traditioneel Gronings gerecht heeft de Poffert een ongekende symbolische meerwaarde. Het kent een eeuwenoude, pre-christelijk, pre-Germaanse oorsprong met zelfs wereldwijde verspreiding en verwantschap aan oer-culturen. Van origine is de Poffert een ritueel feestbrood dat in het Groninger erfgoed perfect bewaard gebleven is. Het is wereldwijd bij gelijkblijvende symboliek onder verschillende variaties en vormen en door klinker- en klankverschuiving onder diverse andere benamingen bekend.

De wens naar voorspoed, veiligheid, vrede en vruchtbaarheid zijn bijbehorende kernbegrippen en spelen naast de kleuren groen, rood en geel en zwart ook cilindrische vormen een belangrijke rol. Bij het bereiden, door het nuttigen, het geven of ontvangen van dit ‘brood’ wordt al het goede toegewenst en afgesmeekt, verbindingen gelegd, banden gesloten, bonden geslagen en afspraken verzegeld. Bij huwelijk en geboorte maar ook bij het planten, zaaien, maaien, oogsten de seizoenswisseling, bij leven, dood en alle andere voor de mens zo ingrijpende zaken maakte het ‘brood’ altijd prominent deel uit van de bijbehorende rituelen. Poëtisch verwoord is het ‘brood’ (zo ook de Poffert) een synoniem voor hoop en belofte…., een gebed ineen.

Behalve in de provincie Groningen is Poffert onder deze naam bekend in delen van Drenthe. In het aan Groningen grenzende Duitse gebied Niedersachsen kent men het onder de namen Puffer, Puffet en Puffert. Op het eiland Ameland (her)kent men het onder de streekeigen naam Boffet’ – (in de plaatsen Hollem en Ballum). In het nabijgelegen Nes en Buren is het onder de naam Bolster bekend. Langs de Nederlandse oostgrens wordt de naam Pork gebruikt en in andere gebieden in Nederland, zoals in West-Friesland en de Zaanstreek staat het als Ketelkoek bekend. De in heel Nederland bekende Tulbandcake is direct verwant aan de Poffert.

Onder tal van andere benamingen is de tulbandvorige broodcake ver buiten de provinciegrenzen van Groningen en landsgrens bekend. Op details verschillend van receptuur, vorm en uitvoering, in naam en klank afwijkend maar van oorsprong en symboliek gelijk.

(Print uit – schrijf over – sla op!)

(Uittreksel manuscript ‘Poffert – Gekerstend Godenbrood’ – B. van Vondel – 2012)

Wheels of Fore-tune

Een foto van een schuurtje in een zijstraatje in een Gronings dorp, een van de vele honderdduizenden die er vandaag de dag nog steeds te vinden zijn en niet alleen in Nederland en België en dat in vele variaties, verschijningsvormen en benamingen. Het wiel van fortuin, het-maal-kruis, het-links-en-rechtsom-draaiende wiel van fortuin, het wheel of fortune, the Eye of Horus, het huil/uil-gat, het geboortekanaal, etc. Het overvloed en voorspoed afsmeken c.q. vragen verbeeldend in het op-gaande/op-staande geveldeel. Wheels of Fore-tune, de voor-spoed-vragende-wielen.

(Print uit – schrijf over – sla op!)

Gekaapt Voorjaar

Al eeuwenlang wordt wereldwijd het van oudsher stammende mei-feest gevierd, een vruchtbaarheidsfeest waarin eeuwenoude symboliek elkaar ontmoet en overlapt. Niet alleen bekend in de Germaanse, Saksische en Keltische culturen maar ook in nagenoeg alle culturen en tijden is dit ritueel bekend.

Het zich dansend vermengen rond de opgezette meiboom zoals de Maitanz, danwel het elkaar onderdompelen in kleuren zoals Holi-Phagwa hebben met elkaar de voortplantingsgedachte gemeen en is het pre-religieuze ritueel volledig gewijd aan leven, dood en hergeboorte. Dit herbevestigende vruchtbaarheidsfeest is door de later opkomende wereldreligies gekerstend, verketterd en verbannen en al naar gelang naar eigen wens en waarde aangepast en vervangen.

Vanwege haar propagandistische belangwekkendheid en waarde is het ritueel en de daaraan verbonden repeterende jaarperiode geclaimd voor diverse machtsgroepen. Zo claimden de socialisten op 1 mei de dag van de arbeid, richtte het Nederlandse koningshuis haar vereringscultus (Koninginnedag, later Koningsdag) rond deze datum. Ook de nationale herdenking- en viering betreffende de WO2 rond deze datum mag hiertoe gerekend worden. Met name het laatst genoemde heeft een grote denkomslag teweeg gebracht.

Met het aanbreken van de periode waarin al sinds mensenheugenis de hergeboorte en het nieuwe leven centraal staat, is in Nederland deze periode sinds 1946 steeds nadrukkelijker verbonden aan de tweede oorlog die de wereld geteisterd heeft. De wereld is helaas nooit vrij geweest van geweld en vallen er in de strijd om economische-, politieke-, militaire- en religieuze macht jaarlijks miljoenen slachtoffers.

Wereldwijd kent men specifiek voor ‘allen-die-ons- ontzield’ zijn jaarlijks aan het eind van de maand oktober, begin november een oeroud ritueel, in Nederland ook bekend als Allerheiligen. In de kern is het een oud pre-religieus ‘maan-wende-feest’ dat sinds mensenheugenis plaats vind ten tijde van het laatste maankwartier van de 10e maan van het volle maanjaar. Tijdens de maan-wende (halo-wende) is de dag en de nacht naar verhouding in evenwicht en breekt daarna de tijd van verdere verdonkering aan.

Het is ook het moment dat aan de periode van het binnenhalen van de oogst een einde is gekomen, de herfst/harvest is ten einde. Het is ook de periode waaraan men sinds mensenheugenis toegedicht heeft dat de scheidslijn tussen leven en dood, tussen de bezielden en ontzielden het meest fragiel is. Het is daarom ook juist specifiek dat tijdens deze periode in het teken staat van ‘allen-die-ons-ontzield’ zijn.

De meifeesten zijn herbevestigende oeroude rituele belevingen waar door middel van rituelen en gebruiken o.a. de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw nadrukkelijk gedemonstreerd en bevestigd werd, al sinds mensenheugenis bekende levensnoodzakelijke waardes en essentieel voor een vreedzaam, vruchtbaar, veilig en voorspoedig leven.

Daarom het pleidooi:

Lang leve het terugkerende voorjaar, ontsteek de vuren, ontkurk de wijn, eet, drink, geniet, vier feest en vier het leven!

Foto’s: Pixabay, Licensefree

Lentefeesten in de Lage landen

In heel Europa komen heidense groepen samen om het lentefeest te vieren. Het is geen feest van een bepaalde stroming of subcultuur maar een feest dat al eeuwenlang gevierd werd (en wordt), ingebed is in onze cultuur en verschillende vormen heeft aangenomen naar gelang de tijd, de streek of de mate van verchristelijking.

Uit welke stroming komt dit lentefeest dan?` Het was een vraag die me enigszins verbaasde. We kennen het als het lentefeest, Ostara of paasfeest in de verchristelijkte vorm. Hoewel er verschillen zijn, komen een aantal elementen doorheen heel Europa en dus ook in onze landen terug: het vuur, de lentetak- of boom, de haan of haas, eieren, ommegangen of rituele dansen. In onderstaand artikel vertel ik meer over de betekenis van deze elementen in de hoop dat dit mensen aanzet om het lentefeest ook thuis in het gezin of met vrienden te vieren. Wie de diepere betekenis begrijpt, kan bewuster de lente binnenhalen.

Rondom het vuur

Het maken van vuren bij de terugkeer van de lente is een zeer oud gebruik en is pas recentelijk als rituele afbakening in de lage landen verdwenen. Nog in de vorige eeuw verzamelden jongeren in Nederland en Vlaanderen geruime tijd voor Pasen zo veel mogelijk brandbaar materiaal. Met karren gingen ze van deur tot deur. In elke streek hadden ze voor deze ommetocht andere gebruiken en terugkerende liedjes. Tussen de verschillende vuurdorpen was er een ontzettende concurrentie. Elk dorp wilde het hoogste en mooiste paasvuur hebben en schrok er niet voor terug om hiervoor bij de buren hout te gaan stelen. Er was zelfs een sterk uitgesproken voorkeur voor ‘gestolen`hout wat wijst op een soort mana-geloof (het geloof van bezieling, kracht in dode voorwerpen). Ze namen de kracht , de heilagr van het concurrerende dorp mee. Dit liep soms uit op echte vechtpartijen waarin men oude voorjaarsgebruiken van de rituele mannenbonden herkent. Deze vinden vandaag nog altijd plaats in bijvoorbeeld het Balticum. Men probeerde vroegtijdig elkaars vuur te laten ontvlammen, het vuur van de concurrentie te bedwingen door het uit te stampen of elkaars materiaal te stelen. Het is begrijpelijk dat men weken op voorhand de wacht hield bij de vuurplaatsen. Het gold als een grote oneer als het vuur vroegtijdig werd aangestoken door de concurrentie.

Het vuur had een tweeledige betekenis: het was een vreugdevuur over de terugkeer van het zonnelicht maar tevens een reinigings- en vruchtbaarheidsvuur. Het licht van het land (`landa ljóme) maakte de omgeving vruchtbaar. Tot zo ver het licht reikte, reikte de vruchtbaarheid. Het vuur had een zegende kracht. In het midden stond meestal een houten staak met daarop een teerton. Deze teerton werd op een oud wagenrad gezet die door wrijving ontvlamde en de kern van het vuur liet ontvlammen. Een zinnebeeld van de terugkeer van de zon. Hierdoor noemde men deze vuren ook noodvuren, waarbij nood verwant is aan het oud-duitse nûan of het saksische nôd wat wrijving betekent.

Dat deze vuren teruggaan op een oud lentegebruik, lezen we in de synode van 742 waarin Bonifatius zich krachtig verzette tegen het godslasterlijke vuur dat `nodfyr` werd genoemd terwijl het vaticaan in de `Indiculus Superstitionum et Paganiarum` het uit hout gewreven vuur, nodfyr genoemd, ten strengste verbood.Over winterkoningen of janussen verbranden

Soms wordt de winter gesymboliseerd door een stropop die ritueel wordt verbrand op het lentevuur. Dit gebruik kennen ze nog in West-Vlaanderen. In Dranouter noemen ze dit borelle. Een klepelman luidt de lente in en loopt met de dorpelingen van vuurplaats tot vuurplaats waar strooien winterpoppen in brand worden gestoken. Ook in Nederland kende men dit gebruik. In het oosten maakte men een tweezijdige pop die men Janus noemde: het droeg de winter en de zomer in zich en stelde de lente voor. Het werd ritueel verbrand op de paasvuren. In Denekamp noemde men deze pop Judas.

Over paastakken en -haantjes

Paasboompjes verzinnebeelden de wereldboom of Yggdrasil. De boom die alle werelden verbindt en dus onze band met het goddelijke herstelt. Eigenlijk heeft een boom dezelfde betekenis als een vuur. Het richt zich op naar de goden. Bovenop prijkt vaak een haan. De haan is de aankondiger van de zon. Hij zit volgens de edda bovenop de levensboom en verwittigt de Goden als de reuzen en de krachten van de onderwereld oprukken naar de Godenwereld om de laatste strijd te voeren. De haan is dus symbool van waakzaamheid en bewaker van leven. Als je je ooit hebt afgevraagd waarom er op zo veel kerken een haan staat, heb je hier het antwoord. Ook dit is een gebruik dat al eeuwen in gebruik is in de Lage landen. Elke streek heeft zijn eigen paastakken.

Over eieren

Het ei is een universeel symbool voor vruchtbaarheid. Wie aan eieren denkt, denkt aan de lente en de nestdrang van duizenden vogels. Zowel in de Finse als in de Indische traditie ontstond de schepping van de wereld uit een ei. Dat in de lage Landen ook het ei belangrijk geweest zal zijn, blijkt uit een grafvondst te Worms. In dit graf van 320 v.o.t. bevonden zich 2 beschilderde ganzeneieren als grafgift. Het had dus duidelijk een rituele functie. In Engeland zijn er rituele putten gevonden, verscheidene eeuwen gevuld met ganzeneieren, waarvan men denkt dat ze vruchtbaarheid afdwongen bij kinderloze vrouwen.

Bij ons werden eieren prachtig versierd met zonnesymbolen of spiralen met het kleurpigment van een rode biet of saffraan. Ook het ei zelf was een mooi zinnebeeld: een gele zon in de witte oerwateren. In heel Europa kende men het gebruik van de eierommetochten: een groep jongeren ging van huis tot huis om eieren te vragen. Op het einde van deze tocht werd een grote eierkoek gebakken en volgde een feestmaal voor alle aanwezigen. Dit gebruik maakte ik nog een aantal jaren geleden mee in Catalunya. Het gaat dus over onze grenzen heen.

Via de heidense vereniging Traditie leerde ik het eiergooien over een vuur kennen. Dit gebruik was me niet meteen bekend maar leek me wel logisch: de wereld opnieuw scheppen door een vruchtbaarheidssymbool met het goddelijk vuur te verbinden. In Duitsland zijn ook streken waar men eieren over de huizen gooide om de huizen te zegenen en een vruchtbare periode toe te wensen.

Iedereen kent nog het verstoppen van gekleurde eieren voor de kinderen. Hoewel dit vaak vervangen wordt door chocolade eieren is dit gebruik nog aanwezig en wijst het naar het terugkeren van de vruchtbaarheid van het land. In sommige streken komen de christelijke klokken, in andere streken de haas. Dat dit dier verbonden wordt met vruchtbaarheid is niet zo raar: het is een dier dat snel nakomelingen kweekt en verschijnt vanaf de lente in onze velden.

Over ratels, hoorns en ommegangen

In Thorn, een dorpje in Nederlands Limburg, kende men tot enkele jaren geleden het paasratelen. Een gebruik dat weinig van doen had met het Christelijke Pasen. Het was een oud scholierenrecht dat deze ratelaankondiging door de schooljeugd gedaan werd. In grote groepen verzorgden ze een `heidens` kabaal met ratels en kleppen om de lente aan te kondigen. Hierin herkennen we de bekende ommegangen van de rituele mannenbonden. In verschillende Limburgse en ook Duitse steden waren in de middeleeuwen naast ratels ook hoornblazers in de weer. Het was een algemeen gebruik dat de torenwachter van de burgemeester na het inblazen van de lente een heildronk ontving. Men beweerde dat het blazen boze invloeden afweerde. Nog niet zo lang geleden werd op 30 april in Valckenburg deze traditie nog in ere gehouden.

En verder

Er valt zo veel nog te vertellen over oude lentegebruiken. Elke streek heeft haar eigen gewoontes en gebruiken. Slechts een klein stukje van de sluier is opgelicht. Wie graag de gebruiken van zijn eigen streek kent, mag altijd contact met me opnemen. Indien ik er informatie over vind, zal ik het zeker doorgeven. Het is ook niet nodig om het perfect zoals vroeger te doen. Nieuwe rituelen kunnen en mogen ontstaan. Zolang de intentie maar duidelijk is: het benadrukken van de terugkeer van de lente, de zon, de vruchtbaarheid. Zelf houd ik me het liefste op de doorgegeven tradities omdat het een rechtstreekse verbinding is met onze voorouders en dit toch een extra dimensie geeft.

Goedele Janssens, zondag 19 maart 2017 – www.gudela.be

Bronnen:
Grolman, H.C.A.: Nederlandse Volksgebruiken; Kalenderfeesten.
Rooijakkers, G.: Rituele repertoires. Volkscultuur in oostelijk Noord-Brabant, 1559-1853.
Van Gilst, A.: Het paasfeest in geschiedenis en volksgebruiken.
Van der Ven, J.:Ons eigen volk in het feestelijk jaar.
Wormhoudt, L.: Goden en sjamanen in Noordwest-Europa.