Home » Articles posted by Beheerder

Author Archives: Beheerder

Hocus Pocus History..

.. we decide what you will see

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog staat het voorjaar, en met name de maand mei, in het het teken van vieren en herdenken. Anders dan in vroeger tijden is het niet de terugkeer van nieuw leven en de hoop op een vruchtbare toekomst maar staat juist ellende en vernietiging in het middelpunt van de belangstelling. Decennia lang en generaties later zijn en worden dood en haat telkens weer tot nieuw leven gewekt. Her-beleven, her-denken en na-spelen van alle grauwe gruwelijkheid heeft niet geleid tot wereldvrede of oorlogseinde. Nie wieder Krieg maar tot op de dag van vandaag worden wereldwijd massaal mensenlevens geofferd. Misleiding en bedrog zorgt ervoor dat wij als mens niet bijleren omdat we van nature geneigd zijn de ons voor-gestelde zaken zonder meer voor absolute waarde en enig weten aan te nemen.

Zo weten ‘wij’, want zo is het ons (in elk geval in West-Europa) geleerd, dat we onze vrijheid in 1945 vooral te danken hebben aan de Amerikanen. Met D-Day, de landing op 6 juni 1944 in Frankrijk, bracht Amerika Europa de vrede en verlossing. Ook in de oorlog die daarvoor Europa geselde en waarbij miljoenen mensen omkwamen was het Amerika dat de vrijheid bracht, zo is het beeld dat ons geschetst wordt. Oorlogsleed Europa aangedaan door Deutsche Untermensen, eerst aangevoerd door Kaiser en later door der Fuhrer. Over aanleiding en oorzaak van genoemde twee, maar ook eerdere en latere oorlogen valt veel te zeggen. De Amerikaanse president Woodrow Wilson had hierover een uitgesproken oordeel. Op 5 september 1919 liet hij zich uit over de aard van de zojuist gevoerde oorlog en andere oorlogen: “is er een man of vrouw – ik zou zelfs zeggen, is er een kind – die niet weet dat de oorsprong van oorlogen in de moderne tijd de economische en commerciële concurrentie is? Dit was een economische en handelsoorlog”.

Wat de (na-oorlogse) geschiedschrijvers vastleggen is niets anders dan een politiek-correcte versie en weergave. Ze doet zelden tot nooit recht aan de werkelijkheid en staat in dienst van de overwinnaar(s). Anti-dateren, verdraaien of verzwijgen zijn hierin enkele kenmerkende aspecten. President Wilson had een punt; op 6 april 1917 bracht hij Amerika de oorlog binnen en werd daarmee de lompe boerennatie de grootste speler in het moordspel. Alleen al in 1917 werden uit de door hen gefinancierde dood meer dan 18.000(!) Amerikaanse miljardairs geboren. Met de Amerikaanse inmenging werden haar economische belangen vergroot en beschermd. Amper zeven maanden later werd op 11 november 1918 de wapenstilstand getekend. Amerika lauwerde zich de vrede toe, maar trok in werkelijkheid wereldmarkt & macht naar zich toe. Dit alles ten koste van in totaal 35.000.000 slachtoffers, waarvan 9.500.000 gedode militairen!

De Amerikaanse verliezen – lees mensenlevens – in WOI bedroeg 114.000 soldaten, gelijk aan 1,2% van het totaal. De verliezen van haar toenmalige coalitiepartner Rusland bedroeg 1.700.000 soldaten, ca. 18% van het totaal, zonder markt- of machtsvergroting. Hiermee vergeleken is voor WOII een gelijksoortige berekening te maken. Op 6 juni 1944 braakt Amerika met landingsvaartuigen tegelijk troepen en wapentuig op Franse stranden om elf maanden later – op 7 mei 1945 – de Duitse wapenstilstand getekend te zien. Amerika wierp zich opnieuw de vredeskrans toe maar trok in werkelijkheid meer (wereld)markt & macht naar zich toe. De verliezen van haar toenmalige coalitiepartner Rusland bedroeg 23.600.000 soldaten, Amerika moest 418.500 dode soldaten afschrijven, omgerekend 1,8 % in vergelijking met het verlies van mensenlevens aan Russische kant(!). Oorlogsbuit en plunderzucht hebben zeker bijgedragen aan de Amerikaanse bloeiperiodes net na de beide oorlogen zoals de ‘roaring twenties’ en de ‘fifties’. Het zijn de economische machthebbers, de machtige bankiers, de banksters die als overwinnaars uit deze en alle andere oorlogen tevoorschijn komen, maar dat staat niet vooraan in welk geschiedenisboek dan ook. Als dat ons weten en onze kennis zou zijn, zou het liegen en bedriegen gestopt kunnen worden en daarmee ook het slachten van mensen, maar… Geschied-en-is .. is gelijk aan Hocus Pocus History, we decide what you will see!

 

Het Joods Nationaal Tehuis van Mussert

Op 7 mei 1945 werd NSB-leider Anton Mussert in zijn kantoor aan de Vijverberg in de Haag gearresteerd. Precies een jaar later, op 7 mei 1946, werd hij op de Waalsdorpervlakte geëxecuteerd. Tijdens zijn gevangenschap liet hij zich ontvallen dat het lot der Joodse Nederlanders heel anders geweest zou zijn als men toch maar naar hem had geluisterd. Als men het door hem opgestelde plan had aangenomen, had dat mogelijkerwijze tienduizenden joodse mensenlevens kunnen redden, aldus zijn stelling. Wat hield deze in?

Op 14 november 1938, vijf dagen na de kristallnacht in Duitsland van 9 november, lanceerde NSB-fractieleider d’ Assembourg officieel het plan voor de vorming van een Joods Nationaal Tehuis, het zogenoemde Guyana-Plan. In de volksmond kreeg het de naam Plan Mussert mee en was het door Mussert zelf geïnitieerd, dit tegen het advies in van zijn Politieke Raad. Volgens dit plan moesten de Nederlandse, Franse en Engelse Guyana’s worden samengevoegd tot een 1.500.000 vierkante kilometer groot land, waar alle Joden uit Europa naar toe zouden kunnen verhuizen. Later dat jaar zou Mussert hierover in de nationaal socialistische krant Volk & Vaderland een artikel publiceren. Het plan werd later in het Engels uitgebracht onder de titel “The United States of Guiana; the Jewish national home.” Mussert had zich in deze dan ook laten inspireren door de Britten die al vóór 1938 met de gedachte speelden om joodse immigranten door te geleiden naar Engels Guyana.

Het Nederlandse parlement zat met het NSB-voorstel behoorlijk in haar maag, niet in de laatste plaats door de achter de schermen vermoedde Joods-Zionistische bemoeienis en liet het voorstel voorlopig onbeantwoord. De op gang gekomen vluchtelingenstroom uit Duitsland baarde de Nederlandse regering wel zorgen en om deze te reguleren nam ze op 15 december 1938 maatregelen om illegale en ongecontroleerde grensoverschrijding tegen te gaan. Met een aanpassing in de wet werd in het voorjaar van 1939 alle politieke organisaties in het Rijk (zoals de NSB, die zich nadrukkelijk als organisatie en niet als politieke partij affilieerde) verboden buitenlandse lidmaten in haar geledingen te hebben. Op die wijze probeerde men invloedrijke Joodse NSB-ers elke politieke invloed op de Nederlandse politiek te ontzeggen.

Men richtte haar beleid vooralsnog op de opvang van Joodse vluchtelingen binnen Nederland en dat in een centraal vluchtelingenkamp. Op 19 februari 1939 besloot men tot de oprichting van één Centraal Vluchtelingenkamp in Nederland. Het was vorstin Wilhelmina die bepaalde dat het opvangkamp niet in haar achtertuin opgetrokken mocht gaan worden zoals gepland, maar op het Drentse platteland in de nabijheid van de plaats Westerbork. In augustus 1939 begonnen arbeiders in de werkverschaffing met de bouw van het kamp. Als dan op 1 september 1939 Duitse troepen de grens met Polen oversteken en twee dagen later, op 3 september 1939, Engeland en Frankrijk aan Duitsland de oorlog verklaren verdwijnt het Plan Mussert naar de achtergrond. Door de wereldontwikkelingen wordt het niet meer behandeld en pas na in januari 1946 wordt het weer in de aandacht gebracht. Het in 1937 opgerichte Freeland League for Jewish Territorial Colonization pikt het NSB-plan weer op en vroeg in februari 1946 een onderhoud aan met de Nederlandse minister-president Wim Schermerhorn. In maart 1946 vond dat overleg plaats en toog men vol enthousiasme aan de slag om te komen tot een Joods Nationaal Tehuis zoals door Anton Mussert voorgesteld.

In januari 1947 diende J.C. Brons, de gouverneur van Suriname, een voorstel van de Freeland League in bij de Staten van Suriname die het voorstel op 14 februari aannamen. In juni 1947 stemden de Staten van Suriname met 7 tegen 5 in met het voorstel. Echter, de oprichting van een Joods Nationaal Tehuis in Suriname zou de realisatie van een Zionistische staat in Palestina in gevaar brengen en stuitte op fel verzet in Surinaamse Zionistische kringen. Met het uitroepen van de staat Israël op 14 mei 1948 verdween het Guyana-plan van Anton Mussert finaal van de aardbodem.

Gestolen ster, staat en erfgoed

Op 14 mei 2018 herdenkt de staat Israel haar 70 jarige bestaan. Een bijzondere creatie die zich trots tooit met geroofde zaken.

De zespuntige ster bijvoorbeeld waaraan de naam mogein David oftewel Davidsster toegekend is. Het bijzondere daaraan is dat dit symbool nooit en te nimmer ooit als joods symbool gekenmerkt is. Aan dit heidense en gekaapte symbool is ooit een joodse sage gevoegd van David die op de vlucht was en zich in een nauwe grot verstopt had. Een spin weefde snel een (6-d/radig) web voor de ingang waardoor de achtervolgers in de waan gebracht werden dat de gevluchte David daar niet langs gekomen kon zijn. De islam bediend zich eveneens van dit sprookje en laat een achtervolgde Mohammed onderweg naar Jahtrib in een nauwe grot kruipen waarvoor een spin supersnel een web weeft. Beter goed gejat dan slecht bedacht zullen we maar denken. Het verhaal en de duiding achter de Ur-ster is van heel andere aard en heeft te maken met voortplanting, geslachtsverkeer, gelijkheid  en gelijkgewicht tussen de seksen. De grot staat in deze voor het veilige en leven brengende geboortekanaal.

Het door het zionisme gekaapte religieuze joodse vehikel is – net als de islam – een op de maan georiënteerde geloofsleer. Wet en wetenschap, ooit wereldwijd verbreid in alle beschavingen en volkeren dat vanwege haar onschatbare waarde gekaapt en toegeëigend is. Daarnaast spelen in het jodendom als de islam evenzo de stand van de zon en sterren een allesbepalende rol, net als in de tijden van voorgaande beschavingen waar jodendom, islam of christendom nergens te bekennen was. Pasen, Pinksteren, de Hadj.. volledig schatplichtig aan eeuwen voorafgaand al gevierde en bestaande wielfeesten, nu van een eigen Midden-Oosters sausje voorzien. Dat nu aan het jodendom en de islam op basis van een blut-und-boden theorie exclusief een werelddeel geëigend kan worden is reinste humbug en flauwekul.

De voor-vaderen en oer-beschavingen en de aan elkaar nu zo te vuur en te zwaard bekampende religies die de vrede zeggen voor te staan maar dood en verderf praktiseren hebben niets met elkaar van doen. De oer-beschavingen en hun weten, hun kennis en kunde worden stil- en doodgezwegen, evenals de wereldwijd verspreide kolossale megalithische bouwsels. Hoe bijzonder dat juist in het jodendom en de islam het gebied rondom Jeruzalem zo’n zwaar religieuze duiding heeft. Bijzonder ook dat letterlijk en figuurlijk juist de grondsteen van deze geheiligde stad gelegd is door de vaderen der voorlopende oer-beschavingen. (https://en.wikipedia.org/wiki/Western_Stone)

Aan de basis van het westelijk deel van de latere stadswal ligt een van de grootste megalieten, een steen van naar schatting 500.000 kg, qua vorm en uitvoering gelijk aan de wereldwijd gebruikte en terug te vinden megalithische bouwwerken zoals te vinden in Zuid Amerika, China, Rusland en Egypte om maar een paar gebieden te noemen.

De ster, de symboliek en het erfgoed.. het is allemaal jatmoos!

De Lusitania-medaille: Misleiding & Bedrog

Op vrijdag 7 mei 1915 wordt ’s middags om tien over drie de Engelse hulpkruiser Lusitania getorpedeerd door de Duitse onderzeeër U-20. De afgevuurde torpedo zorgde ervoor dat het 45.000 ton zware schip binnen 18 minuten naar de bodem zonk. Ruim 1.200 burgers kwamen om het leven. Ook de in Amsterdam geboren en met de Nederlandse musicus Philip Abas getrouwde Beatrice Landesman, zij verdronk samen met haar twee dochters, de 6-jarige Isabel en 2-jarige Beatrice.

In haar ruimen vervoerde het als passagiersschip aangeduide schip in het geheim Amerikaans wapentuig waar Engeland zo om stond te springen, zoals de 5.000 stuks 3 inch granaten verstopt tussen 90.000 kilo boter, kaas en spek, geleverd door de Bethlehem Steel Company. Daarnaast duizenden ontstekingsmechanismen geproduceerd door de Amerikaanse wapenindustrie en de door Remington Small Arms Co. geleverde 4.3 miljoen patronen .303 geweermunitie. Daarmee was (niet alleen) het voorste vrachtruim volgeladen met alles waaraan het Engelse leger zo dringend nodig had aan het front.

Als protest tegen het zinloze moorden en oorlogshandel van de hypocriete oorlogsbankiers ontwierp de in München woonachtige kunstenaar Karl Goetz in augustus 1915 een sarcastisch bedoelde herinneringsmedaille die hij in een kleine kring verkocht. De satirisch bedoelde medaille had echter een storende fout, Goetz had de datum foutief vermeld: 5 mei 1915.

Eén van deze eerste medailles kwam in Engelse handen die haar gebruikten voor hun oorlogsleugenmachine en werden ze in grote aantallen in Engeland en Amerika gekopieerd. In doos met oorkonde te koop voor vijftig dollarcent per stuk of 12 voor 3 dollar. Een geslagen bewijs ter herinnering aan het moorddadige Duitsland en de door dat smerige rijk begane moord op hulpeloze vrouwen en kinderen. Bij het kopiëren van de medaille maakten de geallieerde kopiisten echter (eveneens) een storende fout. Op de geallieerde kopie was de maand mei in het Engels aangegeven. Er stond MAY in plaats van het Duitse MAI. Goetz en de geallieerde vervalsers produceerden daarop een verbeterde versie waarop de datum en de maand wel goed stond: 7 MAI 1915.

Voorzijde:

De zinkende Lusitania met aan dek duidelijk herkenbare oorlogs-spullen, kanonnen, vliegtuigen etc. Met bovenaan de vermelding Keine Bann Ware (geen ban-goederen = geen verboden goederen) met onderop de tekst: Der Grossdampfer Lusitania durch ein Deutsches tauchboot versenkt (het stoomschip Lusitania door een duitse onderzeër tot zinken gebracht) en daaronder de eerste – foutieve – datum van 5 mei 1915

Achterzijde:

Een skelet die de dood moet voorstellen verkoopt de kaarten aan het Cunard Line loket. Bovenaan de medaille staat te lezen: Geschaft über alles (handel gaat boven alles). Links staat een man de krant te lezen waarop in het Duits U-Boot Gefahr (gevaar voor U-boten) te lezen staat terwijl achter hem de figuur van de Duitse ambassadeur graaf Johann-Heinrich von Bernstorff (met hoge hoed) te zien is die waarschuwend zijn rechter vinger omhoog houdt, herinnerend aan de waarschuwende advertentie die Duitsland geplaatst had in de Amerikaanse kranten.

Kapte Mutse Mythen

Oeijt was geeneenz in oerdur tied een kudde mutse mythen.
Knap korstig woeren ze, de Sal, de Sul en Sille-mythen.
Scheeldboon gewoon, gralt vlaaibaar niet en derpe krumme schieten.
De Maangescheen was groetelijk groon voor Sal en Sul en ook voor Sillevieten.
Zo ongesteerft gebeerlijk was ze, hoort an
iek gekleeftaan ons, zo prieten Sal, en Sul en ook Sillenieten.
De aangebidheid was gevoerd, de schiering blas gewormen.
De Mythen mutsten dapperdoor in flora adorietie, ze kapten zich vol schijne schoon in bederen belekking.
Ze prieten ‘oooh’ en knikten ‘aaah’ en kreunden ‘laaa’, dat deden vyze mythen.
De maan is vloer en vrochtig kreunden ze die plichtig mutse mythen,
de Sal, de Sul, de Sil en …ook de grymme Zyle Piyten.
Silllesul en Sal-a-mythen, vare rienden, wors-de hand.
De vloedig bies en graan is moeth en slieten stak hun missen.
Ohhh en Ahhhh daarnaah noch de Laaa.. die kapte mutse mythen!

Marokkaanse bevrijders WO2 mythe

In de Tweede Wereldoorlog hebben Marokkanen meegevochten in Zeeland, zo luidt het verhaal, en ze zijn daar begraven. Dat laatste klopt. Het eerste niet. Jaarlijks worden ze herdacht op de Franse militaire begraafplaats in het Zeeuwse Kapelle: honderden soldaten die het in mei 1940 opnamen bij gevechten in Zuid- Beveland en Walcheren tegen de Duitsers. Steun van Nederlandse soldaten hadden ze niet want die waren er vandoor.

Behalve de namen van gesneuvelde Fransen kom je er Marokkaanse namen tegen. Ook zij, zo gaat het verhaal, vochten in Zeeland mee tegen de Duitsers. “Sprookje,” zegt onderzoeker Jan Hey uit Hengelo.

(Bron: HP de Tijd – 2004)

Hey is de deskundige bij uitstek als het gaat om geallieerde militairen die in de Tweede Wereldoorlog op Nederlandse bodem zijn gesneuveld. In het begin van de jaren tachtig kwam hij in het bezit van het archief van het Rode Kruis. Alle toenmalige duizend Nederlandse gemeenten gaven plichtsgetrouw de buitenlandse slachtoffers door aan het Rode Kruis. Later verfijnde hij het systeem, zegt hij, en vergissingen zijn nagenoeg uitgesloten. Zeker, op het Franse militaire kerkhof in Kapelle zijn Marokkaanse militairen begraven, zegt Hey. Maar niet omdat ze daar hebben gevochten. “Ze zijn verdronken bij de evacuatie van de geallieerden bij Duinkerken. Ik vermoed dat het schip waarop ze zaten, is getorpedeerd.”

Waar de mythe van die Marokkaanse soldaten in Franse dienst precies vandaan komt, is moeilijk te achterhalen. Duidelijk is wel dat een belangrijke rol is weggelegd voor de 54-jarige Marokkaanse opbouwwerker Mohamed Achahboun. Hij woont sinds 1970 in ons land en is vanaf 1989 als adviseur bewonersaangelegenheden in dienst van Stichting BOOG in Den Haag.

Achahboun is gebiologeerd door de krijgsverrichtingen van zijn landgenoten in de Tweede Wereldoorlog. Twee jaar geleden – op zaterdag 3 mei 2003 – hield hij een lezing in de Laurenskerk in Rotterdam in het kader van het thema Marokkanen in de Tweede Wereldoorlog, georganiseerd door het Landelijk Bureau ter Bestrijding van Rassendiscriminatie. Achahboun beweerde bij die gelegenheid bewijzen in handen te hebben dat de in Kapelle begraven Marokkaanse soldaten in de meidagen van 1940 in Kapelle en omgeving tegen Duitse SS-eenheden hadden gestreden. Tientallen Marokkaanse soldaten zouden bij de felle gevechten zijn gesneuveld. Een aantal zou op de Franse militaire begraafplaats liggen; daarnaast zouden 63 Marokkanen in massagraven zijn ondergebracht. De mythe, die in Marokkaanse kringen al de ronde deed, kreeg nu het predicaat echt gebeurd.

Het verhaal verspreidde zich razendsnel. Vorig jaar greep het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes de vermeende heldenrol van de Marokkanen aan om hun jonge landgenoten op het goede pad te brengen, na de beschamende taferelen tijdens de dodenherdenking in 2003 in Amsterdam. Toen ging na afloop een groepje jongens voetballen met kransen en bloemstukken. Enrico Bartens, die zichzelf een ras-Amsterdammer noemt, schreef in het boekje Mo ’40-’45 dat de voorvaderen een felle strijd hebben geleverd tegen de Duitsers. In het kader van hun opvoeding zou vorig jaar een bus met Marokkaanse jongeren naar Kapelle afreizen om de jaarlijkse herdenking bij te wonen. In Kapelle zijn die echter niet gesignaleerd. Wel woonde het PvdA-Kamerlid Khadija Arib de herdenking bij, samen met enkele landgenoten.

De Rijksvoorlichtingsdienst vergrootte de spraakverwarring door een persbericht de wereld in te sturen waarin de rol van de Marokkanen in de schijnwerpers werd gezet. Dat was weer tegen het zere been van de Franse ambassade, die vond dat alle media-aandacht ten onrechte uitging naar de Marokkanen in plaats van naar de Franse soldaten van wie wel onomstotelijk vaststaat dat ze zijn omgekomen bij de gevechten in Zeeland.

Voor verwarring zorgde een jaar geleden ook een interview in Elsevier met de inmiddels 84-jarige Moughit ben Daoud, die drie jaar geleden de dodenherdenking in Kapelle bijwoonde. In Elsevier zei de gewezen veteraan dat hij als sergeant deel uitmaakte van het Franse leger dat naar Zeeland was gestuurd om de Duitse opmars te stuiten. Bij gevechten in Zuid-Beveland zouden meer dan honderd Marokkaanse soldaten in Franse dienst om het leven zijn gekomen. Daoud ontsnapte door in de Westerschelde te springen. Ze zouden urenlang hebben gezwommen tot ze door een Nederlander werden opgevangen. Na een paar dagen te zijn ondergedoken, zouden ze lopend naar Frankrijk zijn teruggekeerd.

Mohamed Achahboun, nu: “Die man zuigt dat toch niet uit zijn duim?! Ik vind het heel kwalijk dat hij voor fantast wordt uitgemaakt. Elsevier is een alom gerespecteerd weekblad, dat zich niet kan permitteren om verzinsels af te drukken.”

Archivaris Frank de Klerk van de gemeente Kapelle viel echter bijna van verbazing van zijn stoel toen hij het verhaal onder ogen kreeg. “Het komt me erg ongeloofwaardig over. In mei is het zeewater nog erg koud. Hou kun je in die omstandigheden dan uren in de Westerschelde zwemmen? Na een paar minuten ben je al onderkoeld. Maar ik denk niet dat er sprake was van opzet. Naar ik heb begrepen, heeft Daoud in heel Europa gevochten. Zoveel jaar na dato is het moeilijk om precies te weten waar je overal bent geweest.”

Ook onderzoeker Jan Hey kan het artikel niet plaatsen. Tijdens zijn navorsingen ontdekte hij dat het Zevende Leger vrijwel uitsluitend uit Fransen bestond. “Ze waren ook wat ouder dan gemiddeld. Velen hadden nog in de Eerste Wereldoorlog gevochten.” Hij is geen Marokkaanse namen tegengekomen. “Ik vind het onbegrijpelijk dat het relaas van die Marokkaanse sergeant voor zoete koek is aangenomen. Het verhaal klopt voor geen meter.”

Ook militair-historicus dr. Jan Schulten gelooft niet dat in Zeeland Marokkanen hebben gevochten. Op verzoek van de burgemeester van Kapelle, oud-militair Siebe Kramer, verdiepte hij zich in de vraag wat zich in de meidagen van 1940 precies op Zeeuwse bodem heeft afgespeeld. Schulten heeft slechts één Marokkaan kunnen traceren die bij oorlogshandelingen op Nederlandse bodem het leven heeft gelaten: een parachutist, die in 1945 bij Franse luchtlandingen in Drenthe is gesneuveld. De andere achttien in Kapelle begraven Marokkanen zijn, denkt Schulten, verdronken bij de evacuatie van de Brits/Franse troepenmacht bij Duinkerken, van 26 mei tot 4 juni 1940; de Marokkanen zijn pas in juni en juli aan de Hollandse kust en bij Terschelling, Vlieland en Schiermonnikoog aangespoeld.

Jan Schulten: “Theoretisch is het denkbaar dat die aangespoelde Marokkaanse soldaten in Zeeland hebben gevochten. Van degenen die zich uit Zeeland hebben teruggetrokken, is waarschijnlijk een aantal in Duinkerken aangekomen. Bij de verscheping zouden ze dan kunnen zijn verdronken. Maar dat is heel onwaarschijnlijk. Het ligt meer voor de hand dat de verdronken Marokkanen tot de ingesloten Franse eenheden behoorden die naar Engeland zouden worden overgebracht. En dat geeft weer voedsel aan het verwijt van Franse kant dat de Britten in de eerste boten mochten vertrekken en dat de Franse soldaten pas aan het eind van de evacuatie aan de beurt waren, en dat ze waren aangewezen op gammele bootjes.”

Achahboun blijft volhouden dat het verhaal over zijn landgenoten uit betrouwbare bronnen komt. Inmiddels overleden Kapellenaren zouden hem hebben bezworen dat ze Marokkaanse soldaten naar hun laatste rustplaats hebben gebracht en hen hebben begraven volgens islamitisch gebruik.

Intussen kan men er bij de gemeente Kapelle geen touw meer aan vastknopen. Samen met de Franse ambassade tekent de gemeente voor de jaarlijkse herdenking van de Franse slachtoffers. Bij die gelegenheid staan nabestaanden stil bij de dood van hun geliefden. Ook worden er kransen gelegd. Decennialang was dat een strikt Franse aangelegenheid. Zes jaar geleden stonden er ineens drie bussen met Marokkanen op de stoep. Een student van Marokkaanse afkomst aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda zou zijn landgenoten op het spoor hebben gezet. Twee jaar geleden was de inbreng van de Marokkanen opnieuw voorpaginanieuws toen Achahboun de zaak aankaartte. Alle media stortten zich vervolgens op de Marokkaanse inbreng bij de verdediging van ons land en rukten uit om de jaarlijkse dodenherdenking in Kapelle te verslaan.

Dit jaar zal de herdenking plaatsvinden op dinsdag 17 mei. Op die dag is het precies 65 jaar geleden dat de Franse brigadegeneraal Marcel Deslaurens op de kade van Vlissingen werd doodgeschoten. Met een aantal soldaten dekte hij de aftocht van Franse eenheden die zich lieten verschepen naar Zeeuws-Vlaanderen. Vlak voordat hij als laatste aan boord zou gaan, werd hij dodelijk getroffen door een Duitse kogel.

Wie dit jaar de herdenking zullen bijwonen, is nog onduidelijk. Burgemeester Kramer: “Het is niet eenvoudig om met de Marokkaanse gemeenschap afspraken te maken. Soms komen ze onaangekondigd met bussen vol naar Kapelle, een andere keer zeggen ze de herdenking bij te willen wonen maar laten ze het vervolgens afweten. Je kunt er geen peil op trekken.”

Van Speyk de lucht in

De bescheiden Nederlandse vloot mengde zich in de Noord-Zuid schermutselingen en op 5 februari 1831 dreef één van de Noord-Nederlandse kanonneerboten door hevige windvlagen naar de oever van de Schelde. Hij kwam vast te zitten ten noorden van het fort St. Laurent. Kapitein van deze Kanonneerboot no. 2 was Luitenant ter zee 2e klas Jan Carel Josephus van Speyk. Belgische opstandelingen vochten zich onder leiding van hun aanvoerder – kapitein Grégoire – aan boord van het scheepje en haalden onder groot gejuich de driekleur naar beneden. Onder begeleiding van een paar opstandelingen daalde van Speyk af in het schip om zijn papieren te halen en in een onbewaakt ogenblik wist hij met zijn brandende sigaar de ruim 1500 pond kruit aan te steken die in de buik van het schip was opgeslagen.

Een type zelfmoordactie waarvan in de geschiedenis overigens meer voorbeelden te vinden zijn, van schippers die hun schip, of commandanten die de kruitmagazijnen van hun fort in de lucht lieten vliegen. Met een daverende knal vloog het schip van Van Speyk de lucht in. Voor Koning en Vaderland werden de afgerukte ledematen en lichaamsdelen naar alle windrichtingen geslingerd. Dan liever de lucht in waren de gevleugelde woorden die Van Speyk toegedicht werden en dat was dan ook wat er letterlijk en figuurlijk met hem gebeurde. In het wrak van Kanonneerboot no. 2 werd in de opengebarsten kajuit nog een gedeelte van zijn romp gevonden en na veel getouwtrek werden deze resten in een vat met alcohol gestopt en aan de commandant van de Noordelijken gezonden.

Toen later het vat werd geopend zagen ze nog resten van zijn hemd, borstrok en uniform op zijn borst en rechterarm en zelfs de Militaire Willemsorde die hem een paar dagen daarvoor was opgespeld bungelde er nog aan. De aanwezige officieren verdeelden een gedeelte van zijn uniform én het lintje als oorlogsouvenir onder elkaar en de overige heldenresten kwamen uiteindelijk terecht in Amsterdam. Daar werd het restant van Van Speyk nauwkeurig bekeken, ontleed en gebalsemd, in een loden kist gelegd en later met veel pracht en praal begraven in de Oosterkerk.

De propagandistische waarde van Van Speyk

Het mensenoffer van Van Speyk leverde de Nederlandse bestuurskliek geen windeieren, het was goed voor de saamhorigheid en de koninklijke propagandamachine werkte op volle toeren. Koning Willem besliste dat voortaan altijd een Nederlands marineschip de naam Van Speyk zou dragen en dat er een imposant gedenkteken voor hem zou worden opgericht. In heel het land kwamen allerlei initiatieven van de grond. De één wilde in Egmond aan Zee een Jan van Speyksvuurtoren bouwen, beeldhouwers uit het hele land verdrongen zich om een gedenkteken te mogen ontwerpen en in het Burger-Weeshuis in Amsterdam – zijn geboortestad – werd een monument geplaatst. Nabestaanden van Van Speyk en van de slachtoffers kregen van koning Willem allemaal een flinke buidel met klinkende munt. Kunstenaars van naam en faam maakten schilderijen van een uit elkaar spattende kanonneerboot en koning Willem gaf opdracht om een gedenkpenning te slaan.

Versluierde (on)vrijheid

In het voorjaar van 2018 presenteerde het comité 4 & 5 mei een poster met het half afgedekte gezicht een in het wit gesluierde overduidelijk blanke vrouw. Onderin de sluier was de slogan ‘Geef de Vrijheid door’ afgebeeld en in de bijbehorende tekst werd opgeroepen te vieren dat wij in een open, vrije en democratische rechtsstaat leven.

Mustafa Kemal Atatürk, de Turkse Vader des Vaderlands, zou zich omgedraaid hebben in zijn graf!

Deze pragmatische politicus slaagde erin die na de Eerste Wereldoorlog uit de vermolmde resten van het Ottomaanse Rijk de huidige Turkse Staat te laten oprijzen. Hij was het die de ondergeschikte positie van de vrouw onder de islam ter discussie stelde. Hij ontmoedigde het dragen van de voor on-vrijheid en religieuze onderdrukking staande sluier, hekelde het eeuwenlange islamitische gebruik en drong er bij de vrouwen op aan zich hiervan te ontdoen. Atatürk sprak zich onomwonden uit “tegen het opleggen geloofsdwingende regels.”

Het hoofd versluieren en bedekken stond voor Atatürk gelijk aan het zich zelf niet kunnen of willen ontwikkelen. Hij moedigde zijn aangetrouwde nicht Fikriye aan om modieuze kleding te dragen en afstand te doen van het dragen van een hoofddoek en verklaarde bij zijn huwelijk uit te kijken naar de dag dat het dragen van de sluier verleden tijd zou zijn.

“Beschaafde mensen horen beschaafde hoofddeksels te dragen” was een van de uitspraken van Atatürk en vanaf 1923 zette hij zich in om de verstikkende invloed van de Islam in de Turkse samenleving terug te dringen. De ontwikkeling had nagenoeg stilgestaan en had het restant van het Ottomaanse Rijk zich onder de religieuze dwang niet kunnen ontworstelen. Van de Turkse bevolking was toentertijd 99% achterlijk, kon niet lezen of schrijven en had van hetgeen buiten eigen dorp of gebied geschiedde nauwelijks enige kennis. De Fez, het – door Atatürk verfoeide en bij uitstek bepalende – Islamitisch mannelijk hoofddeksel werd bij wet verboden en als misdrijf aangemerkt. Tulbanden en de Islamitische lange gewaden werden alleen nog toegestaan op officieel erkende feestdagen. Atatürk drong er bij de vrouwen op aan om actief deelgenoot te worden met de Westerse beschaving en ontmoedigde hij het dragen van de sluier en burqa.

Dat deze maatregelen niet warmhartig werden ontvangen door de behoudende Islamitische geestelijkheid zal geen verrassing zijn. Het overlijden van de Turkse Vader des Vaderlands leidde – met name wat betreft de verworvenheden voor de vrouw – een finale teruggang in en de Islamitische geestelijkheid hernam op een welhaast fascistoïde wijze de haar ontnomen invloed.

 

Tyskerhoren & Tyskerbarn

Op 7 mei 1945 ondertekende generaal Alfred Jodl de onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse strijdkrachten aan de geallieerden. Om 02.41 uur die nacht zette hij zijn handtekening onder de capitulatievoorwaarden. In deze voorwaarden was overeengekomen dat alle strijdkrachten onder Duits gezag hun actieve operaties op 8 mei 1945, om 23.01 uur centraal Europese tijd, staakten. Ook voor Noorwegen kwam daarmee een eind aan de Tweede Wereldoorlog. Met de verrassingsaanval op 9 april 1940 was voor dat land de oorlog begonnen en dolf ze met de capitulatie op 7 juni het onderspit.

In de loop van dinsdag 8 mei begonnen leden van het Noorse verzet de posities van de Duitsers over te nemen en keerden koning en regering weer in het land terug. Het leven hernam voor het merendeel der Noren langzamerhand weer haar normale en vredevolle ritme. Voor een klein deel eindigde de oorlog allerminst. Een aaneenschakeling van ellendige en mensonterende gebeurtenissen maakten hun leven tot een ware hel. Het waren niet zozeer de collaborerende landgenoten, zakenlieden en industriëlen die op profijt belust en gericht op oorlogswinst welbewust collaboreerden. Ook niet de kwart miljoen landgenoten die verplicht vrijwillig hun diensten aan de Duitse bezetter verleenden. Nee, geen van hen had noemenswaardige repressailles te vrezen. De toorn en opgeklopte volkswoede gold die Noorse vrouwen die in vijf oorlogsjaren de onvergeeflijke misdaad hadden begaan verliefd te raken op een Duitse soldaat én zelfs bevielen van een kind.

Deze Tyskerhoren (Duitse hoeren) en hun kroost, de Tyskerbarn (Duitse kinderen), konden rekenen op represailles van de zichzelf tot de oprechte Noren verklaarde burgers. Als vergeldende en dood & verderf brengende duivels stortten zij zich op de meer dan 15.000 Noorse vrouwen en de meer dan 10.000 kinderen die door Duitse soldaten verwekt waren. Net als de Moffenhoeren in Nederland werden ze als oorlogsbuit onbeschermd overgeleverd aan de sadistische willekeur van de Goede Vaderlanders. Net als in Nederland werden vrouwen en meisjes door moedige burgers gescalpeerd, bespot, geminacht, beroofd, misbruikt, verkracht en soms erger. Was dat in Nederland al een verschrikking op zich, Noorse vrouwen en oorlogskinderen ondergingen een nog wreder lot.

De half Duitse kinderen werden verondersteld besmet te zijn met een fascistische bacil en als geestelijk onvolwaardig en genetisch minderwaardig bestempeld. Deze kinderen werden gedwongen uit huis en in opvoedingsgestichten en tehuizen voor geestelijk zieken geplaatst. Ze werden niet beschermd voor het sadisme waaraan ze werden onderworpen door verplegers, verzorgers en gastouders, door wie ze verkracht en mishandeld werden. Alle mogelijke kwalen moesten ze ondergaan, als beesten aangelijnd, opgesloten bij valse honden, overleven tussen wilde varkens, gemarteld met kokend water, hete vuurpoken en brandende sigarettenpeuken. Zowel de kinderen als hun moeders werden – met medeweten van de Noorse regering – door de Noorse en Amerikaanse geheime dienst CIA misbruikt voor LSD experimenten, medische proeven en open hersenoperaties (Lobotomie) waar stukken hersenen verwijderd werden bij levende personen.

De op 15 november 1945 in de Noorse plaats Ballangen geboren Anni-Frid is een van deze Tyskerbarn kinderen. Anni-Frid was een van de vier leden van de later wereldbekende muziekgroep ABBA terwijl haar levensverhaal nagenoeg onbekend gebleven is. Haar moeder Synni Lyngstad beging op haar 18e jaar de misdaad verliefd te worden op de 26-jarige Duitse soldaat Alfred Haase. Een paar maanden voor de Duitse capitulatie leerde het stel elkaar kennen, hielden van elkaar maar werden van elkaar gescheiden toen Alfred na de capitulatie naar Duitsland terug moest. Dat Synni zwanger was heeft Alfred nooit geweten. Het kindje werd na de capitulatie geboren in een voor haar erg vijandige wereld. Begin 1947 vluchtte haar moeder Synni, samen met haar oma Antine en met Anni-Frid naar Zweden waar ze in het plaatsje Torshälla een veilige woonplek vonden. Nog voordat Anni-Frid 2 jaar oud was stierf haar moeder plotsklaps aan een nierziekte. Haar vader was omgekomen bij een scheepsramp en zo bleef ze alleen achter bij haar oma. Meer dan 30 jaar later bleek uit naspeuringen dat haar vader de oorlog wel overleefd had en zagen beiden elkaar in de zomer van 1977.

Het levensverhaal en maatschappelijk succes van Anni-Frid staat haaks en schril op dat van haar mede Tyskerbarn lotgenoten. Hun lot en lijden wordt nog steeds ontkend en miskend door de Noorse overheid en zijn de kinderen van toen heden ten dage zwaar gemankeerde grotendeels rechteloze volwassenen.

De aanslag die niet was

Op 30 april 2009, tijdens de Koninginnedag in Apeldoorn, reed een auto in op een optocht waar ook de familie van Oranje deel van uitmaakte. Dit gruwelijke voorval waarbij behalve de bestuurder van de auto, Karst T., ook acht mensenlevens te betreuren waren is in de geschiedschrijving neergezet als aanslag op de koninklijke familie. Toentertijd werden hier direct al grote vraagtekens bij geplaatst.

Dat het een aanslag op a) de (toenmalige) koningin Beatrix betrof, OF b) op (toenmalig kroonprins) Willem Alexander c.q. Maxima OF c) het koningshuis is allesbehalve aannemelijk, eerder zelfs onwaarschijnlijk. De daad van Karst was in wezen niets anders dan een wanhoopsdaad, een schreeuw om aandacht van een mens die met zichzelf danig in de knoop zat. De ouders van Karst tasten over de aanleiding en achtergronden volledig in het duister, ze denken dat Karst gek moet zijn geworden want het was niet “het jong wat ze altijd hebben gekend”. Het jong dat ze kenden was een goedlachse en niet erg opvallende tiener. Karst ging naar de hotelschool in Apeldoorn maar zag zich in dat vak niet helemaal terug en stopte daarom met zijn opleiding. Hij ging niet bij de pakken neer zitten en pakte allerhande baantjes op.

Karst kwam emotioneel in zwaar weer te zitten, raakte in onbalans en raakte daardoor zijn stabiliteit, zijn werk en zijn huis kwijt. Daarvoor in ruil kreeg hij schulden. Maar Kars bleek een vechter te zijn die zich (zonder huis maar mét een tentje) staande wist te houden in de Apeldoornse bossen. Hij slaagde erin weer uit de put te klimmen, zijn schulden af te betalen, werk te vinden, een huisje te huren.. afijn, Kars was een mens die uit een moeilijke situatie weer terug wist te komen. Hij bleek géén crimineel verleden te hebben, géén strafblad, géén activistische neigingen te hebben, was niet aangesloten bij een of andere radicale linkse of rechtse beweging of antimonarchistische beweging. Sterker nog, hij was ervan overtuigd dat het koningshuis in het algemeen en de koningin in het bijzonder een stabiele factor was voor Nederland!

Kortom .. Kars was een onopvallende, niet zo stabiele Nederlander met een psychisch verleden die in zijn laatste levensmaanden weer wat in de put terug lijkt te zijn gegleden. Zijn daad moet dan ook eerder gezien worden als een schreeuw om hulp en aandacht en heeft in de verste verte niets te maken met een geplande aanslag op het koningshuis. Alleen al in Nederland sterven jaarlijks ca. 1.600 psychisch instabiele mensen door zelfmoord/acties. De wijze waarop deze mensen uit het leven stappen zijn legio. Dé één springt voor een trein, de ander springt van een kerktoren en weer een ander van de Euromast. Deze trieste daden zijn echter niet afzonderlijk te vertalen als een aanslag op de NS of de inzittenden van de trein, géén aanslag op de kerk, het geloof in het algemeen of gelovigen in het bijzonder en ook géén aanslag op de stad Rotterdam of de Rotterdammers! Een véél groter deel van de Nederlanders loopt per jaar rond met zelfmoordplannen, maar liefst ca. 400.000 en een kwart daarvan onderneemt daadwerkelijk een poging daartoe. Wat deze wanhopige mensen vooral hopen te bereiken is aandacht in een steeds verder afglijdende en asocialere maatschappij waarin zij zich niet (meer) kunnen handhaven.

Ook Karst T. kan niet anders dan onder deze wanhopige categorie gerekend te worden. Zó ineens reed hij met zijn kleine zwarte Suzuki life de beeldschermen binnen van televisiekijkend Nederland. Eerst door de mensenmenigte die achter de dranghekken staat te kijken, dan door de dranghekken zelf. Met zijn verschrikkelijke daad doodt hij verschillende van de omstanders direct en enkelen sterven later aan hun verwondingen. De auto van Karst raakt bij die eerste botsing enorm beschadigd. Aan de stuurkant is het dak helemaal naar binnen geslagen waardoor Karst ernstig gewond raakt en naar alle waarschijnlijkheid op dát moment al niet meer bij bewustzijn is. Terwijl de slachtoffers achter hem over de grond tollen rijdt de auto zonder vaart te minderen rechtstreeks richting gedenknaald waar hij in volle vaart tegenaan knalt om daar tot stilstand te komen.

Karst T. had géén gepantserde auto, geen humvee, jeep of truck. Géén kunstmest bom, géén bomgordel, geen ander soort van explosief, wapen of giftige vloeistof, geen plan ook, simpelweg omdat er geen plan was. De verschrikkelijke actie was een eenmansactie van een angstige en emotioneel paniekerige Nederlander die geen uitweg meer zag in zijn persoonlijke situatie en uit wanhoop tot deze daad gekomen is. Intensief speurwerk van politie, recherche, inlichtingendiensten etc. leverde niet meer op dan dat Karst in zijn tentjes periode misschien wel eens gedronken en geblowd had. En die informatie was dan ook nog afkomstig van zijn ouders. Nee, zij konden deze man niet aan de grond nagelen simpelweg omdat er niets radicaals of extreems te vinden was.

Ondanks dat hebben de mediamanipulators er alles aan gedaan om de daad van Karst als een aanslag te presenteren op het koningshuis. De hele gecreëerde media-hype was niets anders als lijkenpikkerij, waarbij het koningshuis op een propagandistisch uiterst laakbare wijze sympathie wist te genereren ten koste van dood en ellende van de werkelijke slachtoffers. De propaganda ging zelfs zover dat op 4 mei (nota bene de dag waarop de omgekomen Nederlanders worden herdacht) de koningin op een applaus getraceerd werd van maar liefst 13 seconden. Het applaus dat life uitgezonden werd, werd in het opvolgende NOS journaal nog eens fijntjes verlengd tot 22 seconden waarmee eens te meer bewezen werd dat de vervalsers van het menselijk bewustzijn onvermoeid bezig blijven om de goedgelovige kudde te misleiden.