Home » Columns

Category Archives: Columns

De Grynszpan affaire (1)

GrynszpanOp 7 november 1938 vermoordde de 17-jarige tiener Herschel Feibel Grynszpan in Parijs de Duitse diplomaat Ernst Eduard vom Rath. De aanslag en het overlijden van Vom Rath wordt als startpunt aangeduid van de door de NSDAP gesanctioneerde geweldsnacht tegen de Duitse burgers van Joodse komaf. De Pools-Joodse achtergrond van de in het Duitse Hannover geboren Grynszpan speelde in deze aanslag zeker een rol van betekenis.

In deze Kristallnacht van 9 op 10 oktober 1938, zoals deze later is benoemd, werden 178 synagoges en ca. 7.500 Joodse bedrijven c.q woonhuizen aangevallen, beschadigd en vernield. Een gruwelnacht waarbij eveneens 93 mensenlevens te betreuren waren. In de geschiedschrijving werd de moord op Vom Rath zowel door de NSDAP alsook door de Zionistisch georiënteerde Joodse gemeenschap aangegrepen om zowel de vermeende Joodse rol in het ontbranden van WOII alsook de Jodenvervolging in Duitsland propagandistisch aan de kaak te stellen en te benadrukken.

Geschiedschrijving is geen absolute wetenschap, daarnaast is absolute waarheid in deze een absoluut onbestaanbare werkelijkheid. Niet in de laatste plaats om het feit dat het de overwinnaars zijn die de geschiedenis (her)schrijven en de beelden (ver)vormen. Het gezegde “Truth is in the eye of the beholder” geeft aan dat wat we denken te zien en geloven het resultaat is van onze perceptie en interpretatie.

Al op 8 november 1938, de dag na de aanslag, was het allerminst duidelijk dat politieke motieven de aanleiding waren voor de aanslag. “De avondbladen berichten over een joodse emigrant die op een diplomaat van de Duitse ambassade in Parijs geschoten heeft, sommigen zijn van mening dat hier politieke motieven spelen, anderen spreken van een homoseksuele liefdesrelatie, afpersing en jaloezie.” Dat was wat de op dat moment 37-jarige journaliste en verzetsstrijdster Ruth Andreas Friedrich op die datum in haar dagboek schreef. Friedrich was een van de drijvende krachten achter de verzetsbeweging Onkel Emil waarvoor ze na de oorlog werd onderscheiden met de Yad-Vashem medaille.

Ook André Paul Guillaume Gide, Frans dichter en latere Nobelprijswinnaar voor literatuur, verwonderde zich erover waarom de anders zo op sensatie beluste Boulevardbladen het homoseksuele thema niet oppakten en zich zo op de achtergrond hielden. Volgens Gide, die zelf homoseksueel was, was Vom Rath welbekend in Parijse homokringen en stond hij bekend om zijn voorkeur voor jonge jongens. Vom Rath stond bekend onder bijnamen als Madame Ambassador en Notre Dame de Paris. Uit onderzoek na de moord bleek dat Vom Rath in het najaar van 1938 herhaaldelijk was gezien in bijzijn van een goed uitziende jongeman in de Parijse homobar Le Boeuf sur le toit evenals in andere homogelegenheden waar beiden elkaar liefkoosden, kusten en met elkaar dansten. De goed uitziende jongeman bleek niemand anders dan de 17-jarige tiener Herschel Feibel Grynszpan te zijn.

Grynszpan zelf zou tijdens zijn verhoren door zowel de Franse- als later ook door de Duitse politie verklaren dat hij Vom Rath persoonlijk kende en dat hij met hem een korte homoseksuele relatie had onderhouden. De schietpartij was volgens Grynszpan een uitvloeisel van een ruzie om geld. Grynszpan zou door Vom Rath voor zijn verleende seksuele diensten als schandknaap onvoldoende zijn betaald. Gustav vom Rath had zich na de moordaanslag op zijn zoon Ernst Eduard in dezelfde zin uitgelaten tegenover de Duitse Sociaaldemocraat Otto Kortum. Volgens hem had zijn zoon een homoseksuele relatie onderhouden met de tiener Grynszpan waaruit een conflict over geld was ontstaan met de moordaanslag als resultaat. Vader vom Rath hekelde de staatsbegrafenis die zijn zoon door de Nazi’s gekregen had, gruwelde van het politieke gehuichel en misbruik van de familienaam en keurde de opvolgende anti-joodse maatregelen en wetgeving hartgrondig af.

De geplande rechtszaak doofde echter als een nachtkaars en Gryszpan zelf blies naar alle waarschijnlijkheid in 1942 zijn laatste adem uit in het concentratiekamp Sachsenhausen.

Vom Rath & Rassenschande

Vom Rath 001Op 7 november 1938 werd in Parijs de 29-jarige Duitse diplomaat Ernst Eduard vom Rath vermoord. De moordaanslag was het werk van een 17-jarige tiener van Pools-Joodse komaf, Herschel Grynszpan. De dood van de Duitse diplomaat is in de geschiedschrijving neergezet als een politiek getinte moord welke als directe aanleiding gezien moet worden van de tegen Duitse burgers van Joodse komaf georkestreerde volkswoede. In deze Kristallnacht van 9 op 10 november 1938, zoals deze later is benoemd, werden 178 synagoges en ca. 7.500 Joodse bedrijven c.q woonhuizen aangevallen, beschadigd en vernield. Een gruwelnacht waarbij eveneens 93 mensenlevens te betreuren waren.

Geschiedschrijving is geen absolute wetenschap, daarnaast is absolute waarheid in deze een absoluut onbestaanbare werkelijkheid. Niet in de laatste plaats om het feit dat het de overwinnaars zijn die de geschiedenis (her)schrijven en de beelden (ver)vormen. Het gezegde “Truth is in the eye of the beholder” geeft aan dat wat we denken te zien en geloven het resultaat is van onze perceptie en interpretatie.

Dat achter deze moordaanslag een overduidelijk politiek motief schuil zou gaan werd vanaf het allereerste moment sterk betwijfeld. De Franse dichter André Gide, net als journaliste Ruth Andreas Friedrich en vele andere tijdgenoten, hielden het eerder op een ongelukkig verlopen homoseksuele liefdesrelatie met afpersing, jaloezie en uiteindelijk een crime passionnel als eindresultaat. De terughoudendheid en behoedzaamheid van de anders zo sensatiebeluste Boulevardbladen werd toentertijd als uitermate opvallend beschouwd, het homoseksuele thema werd niet opgepakt.

Volgens Gide, die zelf homoseksueel was, was Vom Rath in Parijse homokringen welbekend evenals zijn voorkeur voor jonge jongens. In de paar maanden voorafgaand aan zijn dood was Vom Rath herhaaldelijk gesignaleerd met de 17-jarige tiener Herschel Feibel Grynszpan. In de Parijse homobar Le Boeuf sur le toit evenals in andere homogelegenheden verkeerden ze in elkaars gezelschap, liefkoosden, kusten en dansten ze met elkaar. Terwijl Grynszpan zelf aan zowel de Franse- als later ook door de Duitse politie verklaarde dat hij met Vom Rath een homoseksuele relatie had onderhouden werd uit politiek-religieuze hoek geen poging onbenut gelaten Grynszpan met een goud geglansde martelarenstatus te overtrekken.

Homoseksualiteit was, zeker in die tijd, een omstreden zaak en zowel binnen de NSDAP als de Joodse gemeenschap was dit een brandbaar onderwerp. Een eerzame diplomaat die gebruik maakt van een minderjarige schandknaap en daarmee ook nog eens Rassenschande pleegt om vervolgens voor de verleende diensten niet te betalen was niet bepaald een voorbeeld van positieve Herrenrasse propaganda. Een door vervolging en onderdrukking tot wanhoop gedreven, wraakzuchtige Jood die een Duitse Nazi vermoordde danwel een voorbeeld van Joodse onbetrouwbaarheid en moordzucht waren andere weergaven van de werkelijkheid. De NSDAP alsook de Zionistisch georiënteerde Joodse gemeenschap grepen ten eigen faveure de daad aan om deze propagandistisch zo voordelig mogelijk aan de kaak te stellen en te benadrukken.

De om het leven gebrachte Ernst Eduard vom Rath zag op 3 juni 1909 in het Duitse Frankfurt am Main het levenslicht. Ernst ging in zijn geboorteplaats naar de lagere school om daarna in Breslau verder te studeren aan het Realgymnasium Maria Magdalena waar hij in 1928 als 19-jarige afstudeerde. In datzelfde jaar startte hij met zijn rechtenstudie aan de universiteiten in Bonn, München en Königsberg. In Bonn sloot hij zich aan bij Palatia, een studentenvereniging die zich kritisch opstelde ten opzichte van het Nationaal Socialisme. Op 27 mei 1932 trad hij als 22-jarige in overheidsdienst als gerechtelijk ambtenaar. Eerst als griffier bij de civiele sectie van de arrondissementsrechtbank in Berlijn, later ook bij het Openbaar Ministerie in strafzaken. Op 14 juli 1932 sloot hij zich aan bij de NSDAP om zich in april 1933 bij de SA aan te sluiten.

Aangespoord door zijn oom Roland Koster, toenmalig Duits ambassadeur in Parijs, zette hij in 1933 koers naar een politieke loopbaan. Op 22 november 1933 verzond Vom Rath zijn sollicitatiebrief met als resultaat dat hij op 3 februari 1934 als diplomaat werd aangenomen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Berlijn. Eind januari 1935 werd hij voor een korte periode van negen weken naar het buitenland gezonden waarna hij weer in Berlijn terugkeerde. Op 13 april 1935 werd hij tot attaché benoemd en op 15 april 1935 aangesteld als persoonlijke secretaris van zijn oom, de Duitse ambassadeur in Parijs.

Na de dood van van zijn oom op 31 december 1935 werd hij op 1 april 1936 terugberoepen naar Berlijn waarna hij voorbereid werd voor een nieuwe positie op het Duitse consulaat in Calcutta. In oktober 1936 werd hij benoemd tot attaché waar hij op 9 december 1936 zijn dienst aanving. Halverwege 1937 werd hij aan bed gekluisterd door een raadselachtige ziekte. Zogezegd zou hij leiden aan een maagaandoening welke veroorzaakt zou zijn door tropische leef- en werkomstandigheden en het exotische voedsel. In werkelijkheid had Vom Rath een seksueel overdraagbare aandoening aan anus en darm opgelopen door homoseksuele penetratie. Hij werd hiervoor opgenomen en behandeld in de kliniek van Dr. Ramnath Chopra welke hem met medicatie behandelde. Zijn lichamelijke gesteldheid hield hem aan bed gekluisterd en kerst 1937 bracht Vom Rath liggend en slijmpap-etend door. De behandeling van Dr. Chopra had onvoldoende resultaat en Vom Rath werd in de eerste week van januari 1938 doorverwezen en opgenomen in het Carmichael Hospital for Tropical Diseases.

De aard van zijn aandoening was echter van dien aard dat hij het advies kreeg voor verdere behandeling naar Duitsland terug te keren. Op 7 januari 1938 vertrok hij per trein naar Bombay, waar hij zich onderweg naar Venetië inscheepte op het Italiaanse stoomschip Conte Verde. In Venetië aangeland reisde hij per trein rechtstreeks door naar Berlijn waar hij vooreerst zijn bivak opsloeg bij zijn ouders aan de Prager Platz 5 in de wijk Wilmersdorf. Voor verdere behandeling wendde hij zich tot het Institut für Radiologie in Berlijn waar hij door Dr. Sarella Pommeranz door middel van een kortegolf bestralingstherapie behandeld werd voor de door hem in Calcutta opgelopen rectale gonorroe.

Voor verder herstel vertrok Vom Rath in februari 1938 voor een periode van vier maanden naar het Sanatorium St. Blasien in het Zwarte Woud. Op 1 juli 1938 was hij zover hersteld dat hij zijn werk kon hervatten en werd de Duitse Ambassade in Parijs opnieuw zijn standplaats. Op 13 juli 1938 trad hij actief in functie en werd hij tegelijk voorgedragen voor de functie van Legationssekretar, een positie die hem op 18 oktober 1938 toegekend werd. In de periode van drieëneen halve maand tot aan het moment van zijn dood hield Vom Rath zich op in Parijse homokringen, stond hij bekend om zijn voorkeur voor jonge jongens en knoopte in die periode een homoseksuele verbinding aan met een voor hem ongelukkig eindresultaat.

Traudl & Das Testament

Het duurde niet lang voor ze de hoorn opnam en de verbinding tot stand gebracht werd. Een vriendelijk klinkende vrouwenstem van zekere leeftijd meldde zich aan de andere kant van de lijn in de zomer van 1998. Er volgde een prettig en aangenaam gesprek mag ik wel zeggen maar finaal uitsluitsel leek ze niet te willen of kunnen geven, ze leek vriendelijk doch beleefd om de door mij gestelde vragen heen te draaien en na haar bedankt te hebben voor haar tijd en aansluitend een prettige dag toegewenst te hebben verbrak ik de verbinding.

Aan een kant was ik wel verwonderd over het feit dat het telefoonnummer dat ik aangereikt had gekregen van een op geschiedkundig gebied gelijkgerichte Amerikaan daadwerkelijk contact tot stand had gebracht. Hij had me zelfs het huisadres toegezonden en min of meer wat zitten pushen om even persoonlijk langs te gaan in Duitsland, voor Amerikaanse begrippen lag München naast m’n deur. Daar dacht ik zelf iets anders over, telefonisch contact vond ik vooreerst voldoende. De vrouw waarmee ik gesproken had was al aardig op leeftijd, ergens midden zeventig en heb haar nadien niet meer gesproken. In de nacht van zondag 10 februari 2002 blies ze op 81-jarige leeftijd haar laatste adem uit, vele decennia nadat haar spraakmakende chef het leven gelaten had.

Haar naam was Traudl Junge en in april 1945 was ze als secretaresse verantwoordelijk voor het optekenen van het laatste politieke en persoonlijke testament van Kanselier Adolf Hitler. Ergens in de voorafgaande jaren had ik op een niet nader te noemen plek & plaats vandaan een bijzonder Duitstalig document op de kop getikt, met een slagschrijfmachine getypt op een onderhand vergeeld aantal vellen papier en in de linkermarge voorzien van twee klein formaat nietjes. Als historisch georiënteerde graficus had dat mijn warme belangstelling. Het ene genummerde meerbladig document begon met de tekst: “Seit ich 1914 als Freiwilliger meine bescheidene Kräfte in ersten, den Reich aufgezwungenen Weltkrieg.. “ etc. terwijl de tekst van het aangehechte enkelvoudige blad eindigde met de tekst: “Es ist unsere wille, sofort an der Stelle verbrannt zu werden.”

Het was een bijzonder document dat diverse vragen bij me omhoog bracht. Na grondige inspectie (b)leek het een doorslag te zijn en op basis van eigen onderzoek en grafische kennis kwam ik tot de conclusie dat het ging om het tweede exemplaar van een in totaal in drievoud getypt document. Het document herkende ik an-sich als een concept, compleet met diverse typefouten en correcties, hier en daar met inktpen aangebrachte wijzigingen en d.m.v. correctietekens aangeven dat een deel van een zin verplaatst moest worden.

Drie exemplaren van het persoonlijke en politieke testament van Hitler werden de Führerbunker uit gesmokkeld en vielen in handen van de geallieerden en is een exemplaar bewaard dat ook digitaal toegankelijk is op https://www.ns-archiv.de/. Aan de hand van vergelijkingen kwam ik tot de conclusie dat er diverse afwijkingen zijn, zo werd Karl Dönitz wel als Reichspresident aangewezen maar kreeg hij verder geen andere positie, in tegenstelling tot de tekst die bij het ns-archief in te zien is. Beleefd ontwijkend stond Traudl me te woord, ik heb het er toen maar bij gelaten, geschiedenis is meer dan alleen een paar vergeelde vellen papier, gedateerd op 29 april 1945 en borg ze op.

In februari 2002 opende ik de envelop voor het laatst om er een krantenknipsel bij te sluiten waarin te lezen was dat Traudl overleden was. En nu, halverwege juli 2018, heb ik haar weer geopend nadat ik surfend op internet gestuit was op een interview uit 1973 waar onder andere Traudl aan het woord was.

Hocus Pocus History..

.. we decide what you will see

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog staat het voorjaar, en met name de maand mei, in het het teken van vieren en herdenken. Anders dan in vroeger tijden is het niet de terugkeer van nieuw leven en de hoop op een vruchtbare toekomst maar staat juist ellende en vernietiging in het middelpunt van de belangstelling. Decennia lang en generaties later zijn en worden dood en haat telkens weer tot nieuw leven gewekt. Her-beleven, her-denken en na-spelen van alle grauwe gruwelijkheid heeft niet geleid tot wereldvrede of oorlogseinde. Nie wieder Krieg maar tot op de dag van vandaag worden wereldwijd massaal mensenlevens geofferd. Misleiding en bedrog zorgt ervoor dat wij als mens niet bijleren omdat we van nature geneigd zijn de ons voor-gestelde zaken zonder meer voor absolute waarde en enig weten aan te nemen.

Zo weten ‘wij’, want zo is het ons (in elk geval in West-Europa) geleerd, dat we onze vrijheid in 1945 vooral te danken hebben aan de Amerikanen. Met D-Day, de landing op 6 juni 1944 in Frankrijk, bracht Amerika Europa de vrede en verlossing. Ook in de oorlog die daarvoor Europa geselde en waarbij miljoenen mensen omkwamen was het Amerika dat de vrijheid bracht, zo is het beeld dat ons geschetst wordt. Oorlogsleed Europa aangedaan door Deutsche Untermensen, eerst aangevoerd door Kaiser en later door der Fuhrer. Over aanleiding en oorzaak van genoemde twee, maar ook eerdere en latere oorlogen valt veel te zeggen. De Amerikaanse president Woodrow Wilson had hierover een uitgesproken oordeel. Op 5 september 1919 liet hij zich uit over de aard van de zojuist gevoerde oorlog en andere oorlogen: “is er een man of vrouw – ik zou zelfs zeggen, is er een kind – die niet weet dat de oorsprong van oorlogen in de moderne tijd de economische en commerciële concurrentie is? Dit was een economische en handelsoorlog”.

Wat de (na-oorlogse) geschiedschrijvers vastleggen is niets anders dan een politiek-correcte versie en weergave. Ze doet zelden tot nooit recht aan de werkelijkheid en staat in dienst van de overwinnaar(s). Anti-dateren, verdraaien of verzwijgen zijn hierin enkele kenmerkende aspecten. President Wilson had een punt; op 6 april 1917 bracht hij Amerika de oorlog binnen en werd daarmee de lompe boerennatie de grootste speler in het moordspel. Alleen al in 1917 werden uit de door hen gefinancierde dood meer dan 18.000(!) Amerikaanse miljardairs geboren. Met de Amerikaanse inmenging werden haar economische belangen vergroot en beschermd. Amper zeven maanden later werd op 11 november 1918 de wapenstilstand getekend. Amerika lauwerde zich de vrede toe, maar trok in werkelijkheid wereldmarkt & macht naar zich toe. Dit alles ten koste van in totaal 35.000.000 slachtoffers, waarvan 9.500.000 gedode militairen!

De Amerikaanse verliezen – lees mensenlevens – in WOI bedroeg 114.000 soldaten, gelijk aan 1,2% van het totaal. De verliezen van haar toenmalige coalitiepartner Rusland bedroeg 1.700.000 soldaten, ca. 18% van het totaal, zonder markt- of machtsvergroting. Hiermee vergeleken is voor WOII een gelijksoortige berekening te maken. Op 6 juni 1944 braakt Amerika met landingsvaartuigen tegelijk troepen en wapentuig op Franse stranden om elf maanden later – op 7 mei 1945 – de Duitse wapenstilstand getekend te zien. Amerika wierp zich opnieuw de vredeskrans toe maar trok in werkelijkheid meer (wereld)markt & macht naar zich toe. De verliezen van haar toenmalige coalitiepartner Rusland bedroeg 23.600.000 soldaten, Amerika moest 418.500 dode soldaten afschrijven, omgerekend 1,8 % in vergelijking met het verlies van mensenlevens aan Russische kant(!). Oorlogsbuit en plunderzucht hebben zeker bijgedragen aan de Amerikaanse bloeiperiodes net na de beide oorlogen zoals de ‘roaring twenties’ en de ‘fifties’. Het zijn de economische machthebbers, de machtige bankiers, de banksters die als overwinnaars uit deze en alle andere oorlogen tevoorschijn komen, maar dat staat niet vooraan in welk geschiedenisboek dan ook. Als dat ons weten en onze kennis zou zijn, zou het liegen en bedriegen gestopt kunnen worden en daarmee ook het slachten van mensen, maar… Geschied-en-is .. is gelijk aan Hocus Pocus History, we decide what you will see!

 

Gestolen ster, staat en erfgoed

Op 14 mei 2018 herdenkt de staat Israel haar 70 jarige bestaan. Een bijzondere creatie die zich trots tooit met geroofde zaken.

De zespuntige ster bijvoorbeeld waaraan de naam mogein David oftewel Davidsster toegekend is. Het bijzondere daaraan is dat dit symbool nooit en te nimmer ooit als joods symbool gekenmerkt is. Aan dit heidense en gekaapte symbool is ooit een joodse sage gevoegd van David die op de vlucht was en zich in een nauwe grot verstopt had. Een spin weefde snel een (6-d/radig) web voor de ingang waardoor de achtervolgers in de waan gebracht werden dat de gevluchte David daar niet langs gekomen kon zijn. De islam bediend zich eveneens van dit sprookje en laat een achtervolgde Mohammed onderweg naar Jahtrib in een nauwe grot kruipen waarvoor een spin supersnel een web weeft. Beter goed gejat dan slecht bedacht zullen we maar denken. Het verhaal en de duiding achter de Ur-ster is van heel andere aard en heeft te maken met voortplanting, geslachtsverkeer, gelijkheid  en gelijkgewicht tussen de seksen. De grot staat in deze voor het veilige en leven brengende geboortekanaal.

Het door het zionisme gekaapte religieuze joodse vehikel is – net als de islam – een op de maan georiënteerde geloofsleer. Wet en wetenschap, ooit wereldwijd verbreid in alle beschavingen en volkeren dat vanwege haar onschatbare waarde gekaapt en toegeëigend is. Daarnaast spelen in het jodendom als de islam evenzo de stand van de zon en sterren een allesbepalende rol, net als in de tijden van voorgaande beschavingen waar jodendom, islam of christendom nergens te bekennen was. Pasen, Pinksteren, de Hadj.. volledig schatplichtig aan eeuwen voorafgaand al gevierde en bestaande wielfeesten, nu van een eigen Midden-Oosters sausje voorzien. Dat nu aan het jodendom en de islam op basis van een blut-und-boden theorie exclusief een werelddeel geëigend kan worden is reinste humbug en flauwekul.

De voor-vaderen en oer-beschavingen en de aan elkaar nu zo te vuur en te zwaard bekampende religies die de vrede zeggen voor te staan maar dood en verderf praktiseren hebben niets met elkaar van doen. De oer-beschavingen en hun weten, hun kennis en kunde worden stil- en doodgezwegen, evenals de wereldwijd verspreide kolossale megalithische bouwsels. Hoe bijzonder dat juist in het jodendom en de islam het gebied rondom Jeruzalem zo’n zwaar religieuze duiding heeft. Bijzonder ook dat letterlijk en figuurlijk juist de grondsteen van deze geheiligde stad gelegd is door de vaderen der voorlopende oer-beschavingen. (https://en.wikipedia.org/wiki/Western_Stone)

Aan de basis van het westelijk deel van de latere stadswal ligt een van de grootste megalieten, een steen van naar schatting 500.000 kg, qua vorm en uitvoering gelijk aan de wereldwijd gebruikte en terug te vinden megalithische bouwwerken zoals te vinden in Zuid Amerika, China, Rusland en Egypte om maar een paar gebieden te noemen.

De ster, de symboliek en het erfgoed.. het is allemaal jatmoos!

Kapte Mutse Mythen

Oeijt was geeneenz in oerdur tied een kudde mutse mythen.
Knap korstig woeren ze, de Sal, de Sul en Sille-mythen.
Scheeldboon gewoon, gralt vlaaibaar niet en derpe krumme schieten.
De Maangescheen was groetelijk groon voor Sal en Sul en ook voor Sillevieten.
Zo ongesteerft gebeerlijk was ze, hoort an
iek gekleeftaan ons, zo prieten Sal, en Sul en ook Sillenieten.
De aangebidheid was gevoerd, de schiering blas gewormen.
De Mythen mutsten dapperdoor in flora adorietie, ze kapten zich vol schijne schoon in bederen belekking.
Ze prieten ‘oooh’ en knikten ‘aaah’ en kreunden ‘laaa’, dat deden vyze mythen.
De maan is vloer en vrochtig kreunden ze die plichtig mutse mythen,
de Sal, de Sul, de Sil en …ook de grymme Zyle Piyten.
Silllesul en Sal-a-mythen, vare rienden, wors-de hand.
De vloedig bies en graan is moeth en slieten stak hun missen.
Ohhh en Ahhhh daarnaah noch de Laaa.. die kapte mutse mythen!

Versluierde (on)vrijheid

In het voorjaar van 2018 presenteerde het comité 4 & 5 mei een poster met het half afgedekte gezicht een in het wit gesluierde overduidelijk blanke vrouw. Onderin de sluier was de slogan ‘Geef de Vrijheid door’ afgebeeld en in de bijbehorende tekst werd opgeroepen te vieren dat wij in een open, vrije en democratische rechtsstaat leven.

Mustafa Kemal Atatürk, de Turkse Vader des Vaderlands, zou zich omgedraaid hebben in zijn graf!

Deze pragmatische politicus slaagde erin die na de Eerste Wereldoorlog uit de vermolmde resten van het Ottomaanse Rijk de huidige Turkse Staat te laten oprijzen. Hij was het die de ondergeschikte positie van de vrouw onder de islam ter discussie stelde. Hij ontmoedigde het dragen van de voor on-vrijheid en religieuze onderdrukking staande sluier, hekelde het eeuwenlange islamitische gebruik en drong er bij de vrouwen op aan zich hiervan te ontdoen. Atatürk sprak zich onomwonden uit “tegen het opleggen geloofsdwingende regels.”

Het hoofd versluieren en bedekken stond voor Atatürk gelijk aan het zich zelf niet kunnen of willen ontwikkelen. Hij moedigde zijn aangetrouwde nicht Fikriye aan om modieuze kleding te dragen en afstand te doen van het dragen van een hoofddoek en verklaarde bij zijn huwelijk uit te kijken naar de dag dat het dragen van de sluier verleden tijd zou zijn.

“Beschaafde mensen horen beschaafde hoofddeksels te dragen” was een van de uitspraken van Atatürk en vanaf 1923 zette hij zich in om de verstikkende invloed van de Islam in de Turkse samenleving terug te dringen. De ontwikkeling had nagenoeg stilgestaan en had het restant van het Ottomaanse Rijk zich onder de religieuze dwang niet kunnen ontworstelen. Van de Turkse bevolking was toentertijd 99% achterlijk, kon niet lezen of schrijven en had van hetgeen buiten eigen dorp of gebied geschiedde nauwelijks enige kennis. De Fez, het – door Atatürk verfoeide en bij uitstek bepalende – Islamitisch mannelijk hoofddeksel werd bij wet verboden en als misdrijf aangemerkt. Tulbanden en de Islamitische lange gewaden werden alleen nog toegestaan op officieel erkende feestdagen. Atatürk drong er bij de vrouwen op aan om actief deelgenoot te worden met de Westerse beschaving en ontmoedigde hij het dragen van de sluier en burqa.

Dat deze maatregelen niet warmhartig werden ontvangen door de behoudende Islamitische geestelijkheid zal geen verrassing zijn. Het overlijden van de Turkse Vader des Vaderlands leidde – met name wat betreft de verworvenheden voor de vrouw – een finale teruggang in en de Islamitische geestelijkheid hernam op een welhaast fascistoïde wijze de haar ontnomen invloed.

 

De aanslag die niet was

Op 30 april 2009, tijdens de Koninginnedag in Apeldoorn, reed een auto in op een optocht waar ook de familie van Oranje deel van uitmaakte. Dit gruwelijke voorval waarbij behalve de bestuurder van de auto, Karst T., ook acht mensenlevens te betreuren waren is in de geschiedschrijving neergezet als aanslag op de koninklijke familie. Toentertijd werden hier direct al grote vraagtekens bij geplaatst.

Dat het een aanslag op a) de (toenmalige) koningin Beatrix betrof, OF b) op (toenmalig kroonprins) Willem Alexander c.q. Maxima OF c) het koningshuis is allesbehalve aannemelijk, eerder zelfs onwaarschijnlijk. De daad van Karst was in wezen niets anders dan een wanhoopsdaad, een schreeuw om aandacht van een mens die met zichzelf danig in de knoop zat. De ouders van Karst tasten over de aanleiding en achtergronden volledig in het duister, ze denken dat Karst gek moet zijn geworden want het was niet “het jong wat ze altijd hebben gekend”. Het jong dat ze kenden was een goedlachse en niet erg opvallende tiener. Karst ging naar de hotelschool in Apeldoorn maar zag zich in dat vak niet helemaal terug en stopte daarom met zijn opleiding. Hij ging niet bij de pakken neer zitten en pakte allerhande baantjes op.

Karst kwam emotioneel in zwaar weer te zitten, raakte in onbalans en raakte daardoor zijn stabiliteit, zijn werk en zijn huis kwijt. Daarvoor in ruil kreeg hij schulden. Maar Kars bleek een vechter te zijn die zich (zonder huis maar mét een tentje) staande wist te houden in de Apeldoornse bossen. Hij slaagde erin weer uit de put te klimmen, zijn schulden af te betalen, werk te vinden, een huisje te huren.. afijn, Kars was een mens die uit een moeilijke situatie weer terug wist te komen. Hij bleek géén crimineel verleden te hebben, géén strafblad, géén activistische neigingen te hebben, was niet aangesloten bij een of andere radicale linkse of rechtse beweging of antimonarchistische beweging. Sterker nog, hij was ervan overtuigd dat het koningshuis in het algemeen en de koningin in het bijzonder een stabiele factor was voor Nederland!

Kortom .. Kars was een onopvallende, niet zo stabiele Nederlander met een psychisch verleden die in zijn laatste levensmaanden weer wat in de put terug lijkt te zijn gegleden. Zijn daad moet dan ook eerder gezien worden als een schreeuw om hulp en aandacht en heeft in de verste verte niets te maken met een geplande aanslag op het koningshuis. Alleen al in Nederland sterven jaarlijks ca. 1.600 psychisch instabiele mensen door zelfmoord/acties. De wijze waarop deze mensen uit het leven stappen zijn legio. Dé één springt voor een trein, de ander springt van een kerktoren en weer een ander van de Euromast. Deze trieste daden zijn echter niet afzonderlijk te vertalen als een aanslag op de NS of de inzittenden van de trein, géén aanslag op de kerk, het geloof in het algemeen of gelovigen in het bijzonder en ook géén aanslag op de stad Rotterdam of de Rotterdammers! Een véél groter deel van de Nederlanders loopt per jaar rond met zelfmoordplannen, maar liefst ca. 400.000 en een kwart daarvan onderneemt daadwerkelijk een poging daartoe. Wat deze wanhopige mensen vooral hopen te bereiken is aandacht in een steeds verder afglijdende en asocialere maatschappij waarin zij zich niet (meer) kunnen handhaven.

Ook Karst T. kan niet anders dan onder deze wanhopige categorie gerekend te worden. Zó ineens reed hij met zijn kleine zwarte Suzuki life de beeldschermen binnen van televisiekijkend Nederland. Eerst door de mensenmenigte die achter de dranghekken staat te kijken, dan door de dranghekken zelf. Met zijn verschrikkelijke daad doodt hij verschillende van de omstanders direct en enkelen sterven later aan hun verwondingen. De auto van Karst raakt bij die eerste botsing enorm beschadigd. Aan de stuurkant is het dak helemaal naar binnen geslagen waardoor Karst ernstig gewond raakt en naar alle waarschijnlijkheid op dát moment al niet meer bij bewustzijn is. Terwijl de slachtoffers achter hem over de grond tollen rijdt de auto zonder vaart te minderen rechtstreeks richting gedenknaald waar hij in volle vaart tegenaan knalt om daar tot stilstand te komen.

Karst T. had géén gepantserde auto, geen humvee, jeep of truck. Géén kunstmest bom, géén bomgordel, geen ander soort van explosief, wapen of giftige vloeistof, geen plan ook, simpelweg omdat er geen plan was. De verschrikkelijke actie was een eenmansactie van een angstige en emotioneel paniekerige Nederlander die geen uitweg meer zag in zijn persoonlijke situatie en uit wanhoop tot deze daad gekomen is. Intensief speurwerk van politie, recherche, inlichtingendiensten etc. leverde niet meer op dan dat Karst in zijn tentjes periode misschien wel eens gedronken en geblowd had. En die informatie was dan ook nog afkomstig van zijn ouders. Nee, zij konden deze man niet aan de grond nagelen simpelweg omdat er niets radicaals of extreems te vinden was.

Ondanks dat hebben de mediamanipulators er alles aan gedaan om de daad van Karst als een aanslag te presenteren op het koningshuis. De hele gecreëerde media-hype was niets anders als lijkenpikkerij, waarbij het koningshuis op een propagandistisch uiterst laakbare wijze sympathie wist te genereren ten koste van dood en ellende van de werkelijke slachtoffers. De propaganda ging zelfs zover dat op 4 mei (nota bene de dag waarop de omgekomen Nederlanders worden herdacht) de koningin op een applaus getraceerd werd van maar liefst 13 seconden. Het applaus dat life uitgezonden werd, werd in het opvolgende NOS journaal nog eens fijntjes verlengd tot 22 seconden waarmee eens te meer bewezen werd dat de vervalsers van het menselijk bewustzijn onvermoeid bezig blijven om de goedgelovige kudde te misleiden.

Tegenstellingen & Overeenkomsten

Noam Chomsky, een van de invloedrijkste en meest geciteerde Joods-Amerikaanse intellectuelen van de 20e eeuw en Adolf Hitler, 19e eeuws Duits politicus en staatshoofd hebben onverwachte en opmerkelijke raakvlakken wat politieke economie betreft. In de film Requiem for the American Dream die op 18 april 2015 in première ging benoemde Chomsky tal van zaken die ook te beluisteren zijn in de rede die Adolf Hitler in 1933 hield.

Op 10 november van dat jaar hield Hitler in de montagehal van de Siemens Werke in Berlijn zijn laatste speech voorafgaand aan de Rijksdagverkiezing en het te houden referendum. In dat referendum konden de Duitsers zich uitspreken of Duitsland zich wel of niet uit de Volkenbond terug moest trekken.

De rode draad die door de documentaire loopt is dat de uiterst ongelijke verdeling van rijkdom en macht elke democratie ondermijnt. Volgens Chomsky is het een kleine kliek superrijken, het internationaal opererende kapitaal, de financiële instituten en Multinationals die de maatschappelijke en economische ongelijkheid in stand houden. Masters of mankind, zoals de Schotse moraalfilosoof en econoom Adam Smith hen al beschreef in zijn in 1776 verschenen Magnus Opus The wealth of nations. Listige kooplieden, financiers en fabrikanten die het motto “All for them selves and nothing for other people” toegedaan waren. Vrij vertaald kwam het als volgt neer op “Ik voor mezelf en God voor ons allen”, uitbuiting en verrijking ten koste van de minder bedeelden. Voor Adam Smith was duidelijk dat “Free circulation of labour is the foundation of any free trade system but workers are pritty much stock, the wealthy and privileged, they are protected”.

In Requiem for the American Dream komt Noam Chomsky net als Adams tot een gelijke conclusie. De Amerikaanse droom, werken aan een goede, financieel gezonde en veilige toekomst was door sociale economische afbraak als Out-sourcing volledig teniet gedaan. Chomsky: “Highly payed professionals are protected, … capital is free to move, workers are not free to move, labour can not move, but capital can.. “

Het was opmerkelijk genoeg inhoudelijk gelijk aan de door Hitler op 10 november 1933 gehouden speech in Berlijn:

De strijd tussen de volken, of de onderlinge haat wordt door bepaalde belanghebbenden in stand gehouden. Het is een kleine, nergens gewortelde internationale kliek die de volken tegen elkaar ophitst, die niet wil dat ze tot rust komen. Het zijn de mensen die overal en nergens thuis zijn, die nergens een plek hebben waar ze zijn opgegroeid maar die vandaag in Berlijn wonen, morgen desnoods in Brussel, overmorgen in Parijs of in Praag, of in Wenen of in Londen en zich overal thuis voelen. Het zijn de enige mensen die je werkelijk ‘internationale elementen’ (wereldburgers) kunt noemen omdat zij overal zaken kunnen doen. Maar het volk kan hen niet volgen. Het volk is geketend aan zijn grond, geketend aan zijn vaderland. Is gebonden aan de mogelijkheden tot leven die zijn staat hem biedt, de natie..”

Zomerzon & Oorlogswind

Het is begin april 2018, de temperaturen stijgen langzaam en het voorjaar lijkt een aanvang genomen te hebben. Door zomerzon beschenen schuifelen de burgers in Nederland van huis naar tuin. De grond wordt omgewoeld, zaadgoed gezaaid en plantjes gepoot. Kinderen spelen buiten in het zand en ouders en buurtgenoten kijken genietend toe. Geen vuiltje aan de lucht, zo schijnt het maar schijn bedriegt.

Op het zelfde moment maar op en ander deel van deze wereldbol verduisteren stofwolken de lucht, wordt de grond door granaten omgewoeld, zaait men granaten en worden niet alleen de planten maar elk mogelijk leven vernield. Kinderen worden geslachtofferd in het smerige oorlogsspel, volwassenen verminkt en vermoord in landen zoals in Yemen of Syrië om maar een paar brandhaarden te noemen. Er waait een venijnige oorlogswind en het lijkt in kracht eerder toe dan af te nemen.

Voor verreweg de meeste mensen een soort van ver-van-mn-bed-show. Een inconvenient truth, een onprettige werkelijkheid, die men niet wil zien of waar wil hebben. Maar het is als een verraderlijke veenbrand die onder de oppervlakte steeds verder oprukt en onherroepelijk tot ontbranding zal komen als niet op tijd wordt ingegrepen. Het is nog maar de vraag of de mogelijkheid en gelegenheid daartoe nog aanwezig is. Men wend zich politiek correct af van de tekens die bijkant van de wand geschreeuwd worden, het kan niet, het mag niet en het zal niet.

Massief en massaal misleid door alle mogelijke (social) media verstrijkt levensbelangrijke tijd en ankert zich de leugen vast in het collectief bewustzijn. Aangevuurd, gefinancierd en bewapend door oorlogshitsers van allerlei pluimage vernietigen geloofsgenoten elkaar vol overgave. Leugenmeesters weten eeuwenoude religieuze tegenstellingen in de strijd te werpen, goedgelovigen betwisten elkaar op leven en dood de absolute vrede. Een eeuwige strijd die onveranderd maar een gruwelijke uitslag kent. De verslagenen wereldwijd verdreven, het eigen land vernietigd, de haat en fanatisme in zich meeslepend als smeulend vuur dat broeit en elders opnieuw zal ontbranden.

Het is april, 2018, Nederland maakt zich op voor de jaarlijkse oorlogsviering. Gehuld in khakigroen in truck en tank speelt men vol overgave ‘de’ oorlog na. Slingers aan de bomen, vlaggen uit het raam, Oranje boven, stempelkaarten, Anne Frank. Het is feest en nooit meer oorlog… nie wieder krieg, no more war.. en ondertussen vallen de bommen en granaten. Het gaat niet over, het houdt nooit op, niet vanzelf …