Home » Columns

Category Archives: Columns

Kolder in de polder

De knip van heel veel Nederlanders wordt dit jaar behoorlijk leeg gekiept op de klimaattafels. Wij moeten van het gas af en omgezet op andere energieën. Daar gaat het grootste deel van de omhoog geschroefde belasting naar toe. Nederland, het land met waarschijnlijk het meest geavanceerde, wijdst vertakte, perfect functionerende gasnetwerk moet zichzelf letterlijk ombatterijen. Heeft daar heel misschien de eis & dreiging van de USA iets mee te maken? Was het niet onlangs dat Pete Hoekstra – de Amerikaanse ambassadeur in Nederland – in een open brief opriep niet mee te werken aan het Russische gasproject Nord Stream 2.

Nord Stream 2 is een nieuwe pijpleiding die door de Oostzee moet gaan lopen om delen van Europa van Russisch gas te voorzien. Vijf Europese energiebedrijven, waaronder Shell, financieren het project van het Russische staatsbedrijf Gazprom. Het Amerikaanse Congres heeft voor ons Nederlanders (en onze Europese buurlanden) eind vorig jaar al besloten dat ze tegen Nord Stream 2 zijn “omdat het een geostrategische bedreiging vormt voor de beste Europese vrienden en bondgenoten”. Rusland, het grootste land ter wereld met onvoorstelbare gasvoorraden, zou eens een speler kunnen worden op de energiemarkt. Nope.. that’s not what Uncle Sam wants.

Uncle Sam sprak in de jaren ’60 ook al zijn veto uit en ook toen besloot de Amerikaanse Senaat dat Italië geen Russisch gas mocht invoeren. Daarom ook moesten wij Nederlanders sinds begin jaren ’60 van de vorige eeuw voor enkele eurocenten per kubieke meter miljarden aan gas aan dat land leveren, en dat doen we nog steeds braafjes. De bodem verzakt, de huizen zakken in, de winst is binnen. Bijzonder ook dat de 600 miljard euro die o.a. door de Shell & Exxon naar binnen geharkt werd bijna gelijke tred gehouden heeft met de Nederlandse staatsschuld. Sinds het aanboren van de gasbel bij het Groningse Kolham steeg deze van 20 miljard naar 600 miljard.

Misschien een idee dat eerst de overvolle knip van de Shell, Exxon en de daarbij behorende aandeelhouders eens leeg gekiept wordt op de klimaattafels? Waarom bij de burgers graaien? Het is een en al poppenkast en internationaal kapitaaltheater. Hoezo kolder in de polder!

Van Wentelwereld & Kantelas

Het is oudjaarsdag, buiten is het koud en knallen dikke donders. Ze zitten binnen in de warmte en met op de achtergrond een zacht muziekje knabbelen ze lekker van de brunch die op de tafel staat. Gezellig prikken ze samen een vorkje en komt al keuvelend het gesprek op Oud-en-Nieuw. “Hoe zit dat nu eigenlijk?” vraagt kleine Bram aan zijn vader, “is dat nu overal op de wereld hetzelfde?” Bram zijn vader neemt een laatste slok thee, veegt zijn mond af en begint dan te vertellen.

Weet je Bram” zegt hij “vandaag vieren we overal op de wereld de geboorte van het Nieuwe jaar terwijl het voor sommige mensen al lang Nieuwjaar is en het voor anderen nog maanden duurt voor het nieuwjaar wordt”. – “Hoe komt dat dan, pap?” vraagt de dreumes. “Nou” zegt z’n vader “dat heeft met verschillende zaken te maken. Op welk deel van de wereld ze wonen en welk geloof ze hebben , dat zijn de twee meest belangrijke verschillen die bepalend zijn”.

Het christendom heeft ervoor gezorgd dat bij ons Nieuwjaar in de nacht van 31 december begint, precies om 12 uur, dus in het midden-van-de nacht. Voor Joodse en Islamitische mensen die van oorsprong uit het Midden-Oosten komen is het nieuwe jaar al lang begonnen. In China moeten ze nog een paar weken wachten en de meeste Hindoes vieren in de maand maart hun nieuwjaarsfeest.”

Hoe kan dat nu, waarom is dat niet overal gelijk?” vraagt kleine Bram waarop zijn vader begint te vertellen. “Weet je kerel, het heeft allemaal te maken met de stand van de zon, maan en sterren. Al sinds het begin van alle tijden, ver voordat er internet, wifi en google was en mensen nog geen smartfoon hadden wisten ze wel alles van de seizoenen. Door alleen al goed naar de lucht te kijken, niet alleen overdag maar ook ’s nachts, wisten ze bijvoorbeeld door de stand van de maan en sterren of er een koudere of warmere periode aankwam. Op die manier leerden ze ook waneer het de beste tijd was om te zaaien, te oogsten of een schuilplaats te zoeken voor de koude tijd die in aantocht was.

Die kennis was super belangrijk want als je niet goed oplette liep het slecht met je af. Onze voorouders maakten over de hele wereld speciale bouwwerken waar knappe geleerden heel precies de stand van de zon, maan en sterren in de gaten hielden. Dat deden ze in Europa, Azië, Amerika…, echt overal en ook bij ons. Aan de positie van de maan kon bijvoorbeeld heel precies bepaald worden wanneer er een periode voorbij was en een andere tijd aanbrak. Het nieuwe islamitische jaar begint volgens de moslim-maankalender bijvoorbeeld als de sikkel van de eerste nieuwe maan verschijnt. Officieel begint hun nieuwjaar de avond ervoor op het moment dat de zon ondergaat.

Hier, bij ons in West-Europa, werd de kennis onder de mensen gebracht en vast gehouden door op de meest belangrijke momenten feesten te houden. We kennen nog verschillende van die oer-oude maanfeesten. Het Sinterklaasfeest wordt bijvoorbeeld gehouden op de dag van de laatste nieuwe maan van de 12e maand. Met de laatste volle maan van die maand is er een einde gekomen van het oude jaar. Dan is het de Winter-Zonnewende, dan draait de aarde weer dichter naar de zon toe. Met de winter-zonnewende is het nieuwe jaar aangebroken, een feest waarmee al honderdduizenden jaren gevierd wordt dat de nieuwe zon geboren is. De dagen worden weer langer en het wordt weer warmer, de lente komt en de lammetjes springen straks weer in de wei. Dus .. kort gezegd, het heeft allemaal te maken met de stand van de zon, maan en sterren.”

Kleine Bram kijkt naar zijn vader en zegt.. “mooi verhaal pap! Maar wat is er dan zo bijzonder aan de maan, de zon en de sterren.” – “Tja”, zegt pap, “dat is eigenlijk best wel ingewikkeld om het precies uit te leggen maar misschien dat ik het je op een andere manier kan laten zien.” Hij pakt een appel uit de schaal en zet hem op tafel. “Kijk, stel je voor dat deze appel de aarde is en dat steeltje wat er een beetje schuin uitsteekt een pen is die er dwars doorheen steekt. De aarde draait dan linksom rond dat steeltje, de as, en die staat dan een beetje scheef op tafel. Als je er een slinger aan zou geven draait de aarde als een tolletje op zijn as rond.” Brammetje knikt, hij kan zich wel zo’n bromtol voorstellen. Daarop loopt zijn vader naar de keuken, pakt een halve spliterwt en een fenegriekzaadje uit het keukenkastje, neemt een hardgekookt ei van tafel en snijdt hem door het midden. Hij legt het halve erwtje op de buitenste rand van het eiwit en plaatst het fenegriekzaadje er vlak naast. “De dooier zit niet helemaal in het midden en stelt de zon voor. De omtrek van het eiwit dat er ovaal omheen zit is de baan van de aarde en die draait links om de zon. De doperwt zelf is de aarde die zelf als een tolletje links om zijn eigen gekantelde as draait en het fenegriekzaadje is de maan die op zijn beurt weer links om de aarde draait. De doperwt (aarde) zit nu op de buitenste rand van het eiwit en in de grootste omloopbaan van de dooier (zon), en profiteert nu van het meeste licht en warmte, DAT is de warmste periode. Het fenegriekzaadje zou er eigenlijk achter op tafel moeten liggen maar dan zie je hem misschien niet zo goed. Zo zou je het misschien kunnen zien als je in een raket in de ruimte zou vliegen.”

Brammetje kijkt naar met grote ogen naar zijn vader. “Het is best wel ingewikkeld pap”.. zegt hij, waarop hij spreekt “mag ik dat halve ei, dat vind ik lekker”“Helemaal goed knul” en zelf pakt hij de appel, snijdt hem door de midden en ziet hoe de nieuwe ster geboren is. Je hoort hem haast hardop denken als hij de appel in zijn mond steekt en er een stuk van afbijt “mmhh.. maar goed dat er plaatjes bij zitten, het is toch best nog lastig uitleggen dat we al negen dagen in het nieuwe jaar zitten, lastig verhaal, dat van wentelwereld & kantelas”.

 

Dood op de Dam – ’45

Op 7 mei 1945 vond er rond 15:00 uur op de Dam in Amsterdam een schietpartij plaats tussen matrozen van de Duitse Kriegsmarine, wier schip in een Amsterdams dok lag, en de BS, waarbij veel burgerslachtoffers zijn gevallen. De zaak is echter meteen daarna in de doofpot gestopt. De reden: het legertje van de Prins was in het geding. Hier de feiten:

Op 4 mei 1945 kreeg Bernhard in Beekbergen, namens generaal Montgomery, van de Canadese generaal Foulkes strikte orders dat zijn BS geen wapens mocht dragen. Tevens mochten alléén de Canadezen de Duitse troepen ontwapenen. Ondanks dat de Amsterdamse BS onder leiding van Carel Frederik Overhoff hiervan meteen op de hoogte was gesteld, heeft men zich niets van deze instructie aangetrokken en ging de BS toch gewapend de straat op.
(op de foto de vredige situatie op de Dam VOOR dat de BS begon te schieten. De Duitsers kijken toe hoe de Canadezen de Dam oprijden. Zie de gewapende Duitse militair op wacht, links in beeld)

Terwijl de Dam vol stroomde met feestgangers om de komst van de Canadezen te vieren begonnen met stengun gewapende BS’ers Duitse soldaten te provoceren en hardhandig aan te houden en te ontwapenen. Over dat provoceren heeft de destijds 12-jarige Aart Bitter, die erbij stond, later tegenover ondergetekende verklaard dat een aantal jonge BS’ers, die indruk wilde maken op de meisjes, ‘voor de lol’ met hun stenguns geregeld op de Duitse matrozen op het balkon van de Grote Club (hoek Kalverstraat/Paleisstraat) hadden gericht. Toen er later ook nog eens een Duitse soldaat werd neergeschoten, die had geweigerd zijn wapen af te geven, brak er een vuurgevecht uit tussen de Duitsers en de BS.

Achteraf is gebleken dat na het eerste schot door de BS in de Paleisstraat door een tweetal BS’ers – die achter een draaiorgel stonden – direct in de richting van de Duitse matrozen op het balkon van de Grote Club werd geschoten. Dit werd ook nog eens bevestigd in een schriftelijke ooggetuigenverklaring van een Amsterdammer aan de rijksgeschiedschrijver Loe de Jong in 1968. Letterlijk schreef deze getuige: “De BS’ers achter het draaiorgel schoten naar het balkon, schuin boven hun hoofden. Het duurde niet lang of de partijen waren met elkaar in gevecht”.

Vanaf de hoek Nieuwendijk-Dam en Rokin-Dam werd nu door de BS met stenguns op de Grote Club geschoten, waarop de Duitsers een machinegeweer in stelling brachten en hiermee terugschoten. In paniek vluchtte de menigte alle kanten op. Door rondvliegende kogels en mensen die onder de voet werden gelopen vielen er onder de feestvierders veel slachtoffers. Overigens wordt er nog steeds beweerd dat de Duitsers bewust op de feestvierders zouden hebben geschoten, maar dat is niet aannemelijk.

Zoals gezegd, schoten ze ook met een machinegeweer op de BS. Dat was een MG34 die 800 à 900 schoten per minuut kon afgeven. Indien ze werkelijk bewust op de burgers zouden hebben geschoten dan waren er honderden in plaats van tientallen doden te betreuren geweest. Overigens heeft nooit iemand terecht gestaan omdat men van oordeel was dat het hele incident te wijten was aan een ‘misverstand’ tussen de BS en de Kriegsmarine. Maar indien de BS zich strikt aan de instructies zou hebben gehouden door geen wapens te dragen en de overgave en ontwapening van de Duitse militairen aan de Canadezen hebben overgelaten (en zeker geen Duitse soldaat neer te schieten) dan zou veel leed bespaard zijn gebleven.

Nadat de Canadezen op 8 mei 1945 Amsterdam waren binnengetrokken gaven de Duitsers in de Grote Club zich, zoals was afgesproken, de volgende morgen om 07:00 uur met hun wapens aan hen over. Na te zijn afgevoerd in krijgsgevangenschap mochten ze later naar hun Heimat terugkeren. De Canadezen waren echter helemaal niet te spreken over het ‘misverstand’ op 7 mei. BS-commandant Overhoff werd te verstaan gegeven dat als men zag dat zijn mannen nogmaals gewapend over straat liepen er meteen op hen geschoten zou worden. In ieder geval is de oorzaak van de schietpartij spoedig daarna in de doofpot gestopt, de daders nooit gestraft en zijn de nabestaanden van de slachtoffers door de overheid schandalig behandeld.

Bron: Gerard de Boer
https://gerard1945.wordpress.com/2015/10/05/over-het-legertje-van-bernhard-en-de-schietpartij-op-de-dam/

 

Hejalo!

Terwijl ik het duo driekleurige paprika’s op de lopende Jumboband leg, zie ik hoe ze door de grutterswaren achtervolgd worden van de klant die achter mij staat. Een slanke, donkerharige, bebrilde vrouw met een halflange donkere jas aan legt met haar aankopen de band achter mijn paprikaatjes vol. “Hejalo” zegt ze en ik zie een zachte glimlach om haar mond.

Verhip, dat is ‘Mevrouw C’.., niet dat ze echt zo heet, maar zo werd ze me ooit door roddeltantes aangeduid, en dat niet in positieve zin. Vriendelijk beantwoord ik haar groet en als mijn paprikaatjes de kassa gepasseerd zijn wacht ik aan de andere kant van de lopende band op haar. “Hejalo, hoe is het met jou?” vraag ik haar waarop we samen keuvelend de supermarkt uit schuifelen, zij achter haar met boodschappen gevulde karretje en ik met m’n paprikaatjes in de arm. Tot aan de kofferbak van haar auto toe passeert de tijd in sneltreinvaart, ze heeft het niet gemakkelijk gehad de afgelopen jaren en zit op het moment nog midden in een relatiedip. We babbelen nog even kort en met een welgemeende groet en elkaar het beste wensend voor het nieuwe jaar nemen we afscheid van elkaar.

Nauwelijks 100 meter verder klinkt het opnieuw van “Hejalo”, weer sta ik even stil, neem de tijd, begroet en antwoord de vriend die ik daar tegenkom. Het zit vandaag waarschijnlijk in de lucht, het lijkt wel Hejalodag en dat terwijl het toch gewoon zaterdag is. Ik spreek vrienden en vriendinnen, goede en minder goede bekenden en zelfs mensen waarvan ik moet bekennen dat ik de naam niet eens meer weet. Het maakt allemaal niets uit, ik neem de tijd en heb de tijd en hoor van goede en minder goede dingen.

In de Action loop ik Piet haast tegen het verkouden lijf als hij met natte neus al speurzoekend de tissues probeert te traceren, bij de Hema dartelt Lorena dapper rond haar ouders en jongste zusje. Ze geeft morgen een feestje zegt ze en ik mag ook langs komen, maar dan wel op een andere dag want zo’n ouwe bok, neeh, die past er morgen niet bij, en gelijk heeft ze. Ik kus haar moeder, schud vader de hand en loop weer verder de stad in. “Hejalo” gaat het tientallen keren en met een slentertempo doorkruis ik de winkelstraat. In het voorbijgaan spreek ik de snoepmakelaar en verderop sta ik even stil bij de vernielde toegangsdeur van de delicatessenzaak van de hardwerkende eigenaar die voor de tweede keer binnen een half jaar beroofd en bestolen is, het is om bedroefd van te worden.

Als ik de Twingo weer naar huis toe stuur passeer ik de bijna lege loods van Jack die juist het laatste restje in zijn aanhanger sjouwt. “Hejalo” zegt hij en wenkt me zwaaiend binnen door de poort en kletsen we wat over toen en nu en over een gemeenschappelijke vriendin. Het is goed nieuws en leuke roddel, daar wordt je als mens gewoon blij van, ze heeft een nieuwe vriend en daar zijn we beiden erg blij om. “Hij is veel te aardig voor haar” zegt Jack, “kan niet en nooit” zeg ik en even doorpratend weet ik de puzzelstukjes aan elkaar te plakken. Ik ken ze beiden en vond al tijden dat juist zij zo’n goed koppel zouden vormen.

Terug naar huis stuur ik de Twingo langs die nieuwe vriend en zie net haar blauwe bakje zijn inrit uitrollen, ze remt als ze me ziet aankomen en stopt zo m’n Twingo achter haar. “Hejalo” zegt ze met een breedlachend gezicht als ze uitstapt en op me toeloopt. Ze knuffelt me en zegt dan blij..”k kom net bij m’n nieuwe vriendje vandaan” en ik zie haar ogen twinkelen. “Kijk, daar staat hij” zegt ze met een smile van oor tot oor en wijst naar haar witgekuifde en bebrilde adonis die achter het raam grijnzend staat te zwaaien. Even later staat staat hij op zijn inrit uitnodigend te wenken, “Hejalo” kom gezellig binnen, kletsen we daar verder..

Mantelzuster & Pleegengel

“Zal ik je voeten even doen?”.. vraagt ze, terwijl ze een handdoek op haar schoot legt en een flesje massageolie tevoorschijn tovert. Dat laat ik me geen twee keer vragen en half onderuit hangend op mn rode stoffen bank steek ik m’n dochter gewillig mijn linkerbeen met bijbehorende voet toe. Dat voelt niet alleen goed, het doet me ook goed, dat merk ik al snel aan het getemperde geklop in m’n niet onbescheiden ribbenkast.

“Hoe voelt het nu pap?” vraagt ze me, terwijl m’n linkervoet geroutineerd door haar onder handen genomen wordt. Ze kan het goed en het is te merken dat ze daarvoor heeft doorgeleerd. Ze is gediplomeerd sportmasseuse en (nog) studerend voor fysiotherapeute, maar nu is ze een beetje mijn mantelzorger en ik mag de hare zijn.

Heftig jaartje was het wel, dat begon op 1 januari van dit jaar met een ongevalletje waar ik een paar gebroken en gekneusde ribben aan over hield. Dat zorgde voor een abrupte en maandenlange onderbreking van de gastlessen, en was ik daar net weer van hersteld raakte ik van de regen in de drup. Zo ineens gleed ik heel verrassend in een ziekenhuisbed de hartbewaking binnen van het UMCG voor een ‘spoedje’ en dat pakte gelukkig goed uit. Best wel spannend en heftig, niet alleen voor mezelf, familie en vrienden maar zeker ook voor dochterlief. Midden in de nacht zat die lieverd naast haar paps vol slangen, toeters en bellen om hem na de operatie uit zijn narcose toe te lachen.. “hoi, Pap, je bent er weer”.

Enigszins fysiek en mentaal gehavend bracht ik revaliderend door in het Oord-van Beatrix. Verrekte goede zorg maar best wel spannend en confronterend. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor dochterlief die coördinerend het bezoek & de vuile was langs goede banen leidde en daarnaast met haar paps in de warme zomerzon op het buitenterras met regelmaat een kopje thee kwam drinken. Het was ook voor haar even schrikken en slikken, want ja, wat is voor eeuwig? Het leven net zo min als relaties, iets wat ik al in mijn leven ervaren had, ondervond zij ook – misschien juist wel door stress van toen.

Een paar weken geleden zwaaide ze zichzelf uit bij haar vriendje en komt ze nu geregeld bij haar vrij gezell(ig)e pap de rol van pleegzuster bloedwijn vervullen, drinken we samen een kopje thee, eten we met elkaar een hapje mee en delen we wat levenservaringen. Het is een beetje van “I scratch your back, you scratch mine”, haar voeten in mijn handen en is het andersom evenzo “zal ik je voeten even doen?”

Nachtmis in het Noorden

“Ooohh, wat ziet het er hier mooi uit” .. zegt de 11-jarige Marisa – dochter van een goede vriendin – die naast me zit als we halverwege Kerstavond het dorpje binnenrijden. De huizen en ook de takken van de voorstaande bomen zijn op een haast feeërieke wijze verlicht, ik geef haar gelijk, het ziet er ook prachtig uit. We hebben er meer dan een uur over gereden en het grootste deel daarvan stuur ik de Twingo over een donker Noord-Gronings bochtig boerennetwerk.

Maar goed dat we de geleende routewijzer bij ons hebben anders waren we geheid verdwaald geraakt daar in het donkere Hoogeland. Dat ik nu onderweg naar hier ben, samen met het elfje, is een toevallige samenloop van omstandigheden. Een paar uur hieraan voorafgaand had ik vriend Tom geschreven dat ik naar een kerstdienst in een dorpje vlakbij zou gaan waarop hij met een bijzonder voorstel kwam. Hij vertelde over een authentieke Nachtmis die in een eeuwenoude, kleine kluis- en bedevaartkerk gehouden werd in een 200 noeste Groningers tellend dorpje. Geen massaal gedoe van tingeling of toedeloe, geen lesbo-geneuzel van kwezelpriesters, maar de heilige nacht in stille, bescheiden eenvoud gevierd.

Een klein kwartiertje voor de dienst aanvangt zet ik de Twingo stil aan de kant van de dorpsstraat, even voorbij het terpkerkje. Vrijwel tegelijkertijd stopt Tom zijn auto achter me, stapt samen met zijn jonge dochter uit en begroeten we elkaar. Welgelovig, welhaast als semi-religieus leider, baant hij mij – Vrijdenker – vooruit het smalle kerkpad op. De entree is sober maar proper en via de massieve binnendeur staan we even later in het met rijke versierselen binnenste van de uit de dertiende eeuw stammende kapel. Tom opent rechts het kleine deurtje dat toegang geeft tot een paar zitplaatsen en we schikken ons op een van de achterste houten banken. Marisa laat haar oogjes dwalen over de vele kleurige en schitterende details en de lichtjes van de vele aangestoken kaarsen zorgt voor een sprookjesachtige omgeving, het is alsof ze in de tijd teruggevoerd is. De dienst begint en de ritualien en het oude Gregoriaanse gezang van de priester zijn voor haar en mij een compleet nieuwe ervaring.

Het is Kerstavond, op het moment dat alleen al in Nederland en België miljoenen mensen thuis achter de kalkoen zitten, chips knabbelend achter de tv op de bank hangen of spetterend in het vakantiepark bruisend bubbelen zitten wij ergens ver weg in het Hoge Noorden.

Met een bescheiden groep mensen, kinderen, volwassenen en een paar grijsaards vullen we een halve kluiskerk waar een kruidige mist van wierook naar omhoog stijgt en luisteren we in stilte naar het zacht monotoon mannengezang. “Cre-do in unum De-um, Patrem omni-pot-entem, facto-rem cae-li et-terrae, vi-si-bi-lium omni-um, et in-vi-sibi-li-um” …“Wat kan hij mooi zingen” fluistert Marisa me voorzichtig in m’n oor..

Twingo-Twingo, little star

Even na achten die avond gaat de telefoon.. of ik thuis ben en tijd heb. Het is wel wat vroeger als andere jaren maar als ik het zover heb dan is het met een uurtje weer zover. Al een paar jaar op rij, zo rond Kerst, dan kan er zo maar gebeld of ge-appt worden, dan ligt er iets op een ander te wachten.

Dit jaar is het jumbojan die het spits weer afbijt en ik de Twingo weer als arrenslee mag inladen. Met gezwinde spoed wordt dan deze & gene met het een & ander verrast. Ik ken nogal wat mensen met een knip van uienleer die aan het einde van hun geld nog wat maand over hebben gehouden. Deze keer zijn het vooral de (luxe) broodsoorten, zoals krentenbollen, appelflappen en witte bolletjes, maar gelukkig ook wat eitjes en iets vlees die op datum staan.

Het is altijd weer een verrassing wat meegaat om weggegeven te worden. De inhoud van zeven kratten zijn snel en vlug verdeeld op 10 adressen. No-name’s zoals hij ken ik er meer, kennen zij mij ook waardoor ik af en toe in staat ben om in de eigen- en buurgemeenten een home-made kerstmaal warm op diverse minimatafels te serveren.

Ook Superfeika laat geregeld haar warme hart spreken, geeft gul en wordt dank zij haar een uienlerenknip weer aardig aangevuld. Heel even de vleespotten van Egypte op de tafel dankzij de asociale-snackbarhouder en de vette warme kalkoen glijdt dank zij de super-rondeslager in de maag. Nee, we noemen geen namen, we doen het gewoon, omdat het moet – omdat het kan. Huu Donder & Blixem, gas d’erop, Twingo-Twingo, little star..

Rare Fietchinezen

Een jaar of ‘tig’ geleden liep ik als jonge snuiter een rondje door het park achter de nieuwbouwwijk waar wij woonden. Rijtjeshuizen van roodgebakken steen met bijkleurende dakpannen, afgewisseld met platgedakte appartementen. Het was een zondagochtend dat ik met Basje, onze bruin-wit gevlekte asbakkenwoef, een rondje liep toen ik vanaf de richting van de spoorbaan twee tengere, donkerharige, mannetjes mijn richting op zag lopen.

Het ene tengere mannetje hield een fiets vast terwijl het andere tengere mannetje aan de andere kant van de fiets mee liep. Het viel me op dat het op de een of andere manier nogal stuntelig oogde. Toen de beide mannetjes met de fiets bij een parkbankje halt hielden bleef ik hen nieuwsgierig gadeslaan. Ze waren best nog wel een stuk van me verwijderd toen het ene mannetje voor de fiets ging staan en het stuur vastpakte als was het paardentemmer. Het andere mannetje stapte daarop als een jockey via de bank over de fietsstang heen en nam plaats op het zadel, tenminste dat was de bedoeling.

Het mislukte radicaal, hij verloor zijn evenwicht, de fiets steigerde en hij kukelde met tweewieler en fietsentemmer ondersteboven op het bitumen wandelpad. De beide mannetjes hielpen elkaar overeind en ik zag van afstand dat het ene mannetje iets uit zijn colbertjasje haalde en dat op de hand van het andere mannetje deed. Daarop wisselden de beide mannetjes van rol, de temmer werd jockey en andersom en het schouwspel herhaalde zich. Niet een keer maar diverse keren achter elkaar. Nieuwsgierig liep ik wat dichterbij en zag twee in onberispelijk donker pak met blouse gestoken tengere oosterlingen verwoede pogingen doen om hun balans te vinden op een oude fiets.

Het opstappen en in stilstand even in balans te blijven leken ze naar eigen tevredenheid te hebben bereikt en terwijl ik dichterbij wandelde ondernamen zij pogingen om beurtelings een paar meter vrij te freewheelen. Ook dat ging met wisselend succes. Telkens als de een met fiets en al tegen de vlakte lazerde, plukte de ander hem van de grond, plakte een paar pleisters op de beschadigde plekken en verwisselde van positie. Met verbazing heb ik het tafereel gadegeslagen waarin Ying en Yang zoals ik ondertussen hun naam gefantaseerd had zichzelf de fietskunst eigen maakten. Uiteindelijk slaagden ze er in om het wandelpad rond het park met vallen en opstaan af te ronden.

Nadat ze vlakbij gekomen waren ben ik op hen toegelopen en belangstellend gevraagd of het fietsentemmen hen een beetje meeviel. Ze grinnikten wat schaapachtig en maakten daarbij wat gebaren waarbij het grote aantal pleisters en bloedvlekken zichtbaar werd op hun handen. Ook hun hoofden waren op diverse plekken aardig geschaafd en met pleisters beplakt en schuurplekken op hun broeken en colberts ter hoogte van hun knieën en ellebogen deed vermoeden dat ook de huid daaronder de nodige beschadigingen en kneuzingen opgelopen had.

Ze bleven glimlachen en oefenden vrolijk verder en ondernamen een volgende ronde door het park terwijl ik Basje naar huis terug wandelde, dat waren toch wel een paar Rare Fietchinezen.

Deutsche Schutzgebiete

In het jaar 1918 kwam door een wapenstilstand een einde aan het wapengeweld van de periode die we vandaag de dag in de geschiedenisboeken terugvinden als de Eerste Wereldoorlog. Aan de economische en politieke oorlogvoering kwam echter geen einde, ook niet in 1919 door middel van de ondertekening van een verdrag.

Het zou de opmaat worden naar de Tweede wereldmensenslachting, oorlog is van alle tijden en is altijd het resultaat van misleiding en bedrog! Het Verdrag van Versailles was en is allerminst als een vredesakkoord  te bestempelen, het is eerder een door de overwinnaars opgesteld smerig dictaat waarin de verliezers de absolute schuld werd toegewezen. Duitsland werd een soort van erfschuld opgelegd en belast met herstelbetalingen aan de banken die deze gruwelijkheid gefinancierd en mede mogelijk gemaakt hebben.

Het Duitse Keizerrijk werd door haar economische opponenten onder andere verweten de wereld te willen overheersen, een van elke realiteitszin ontbrekende beschuldiging. Het is vooral en met name aan de kooplieden achter het Britse Rijk te verwijten dat zij in hun streven de wereld in alle opzichten te overheersen daarbij miljoenen mensen hebben vernietigd, beschavingen hebben uitgeroeid en dood en ellende hebben gebracht. De wereld als wingewest is een Koopmansgedachte, de dood is Engelssprekend!

Het Duitse Keizerrijk was na afloop van de door Frankrijk gestichte oorlog in 1871 amper droog achter de oren en had in de 1.000 voorafgaande jaren enkel (van buitenaf georkestreerde en gewenste) verdeeldheid gekend.

Honderden jaren nadat de wereldkooplieden die zich in Spanje, Frankrijk, Engeland en Nederland hadden gevestigd zich de van rijkdommen uitpuilende gebieden in de wereld hadden toegeëigend werd aan de wens van het Duitse Rijk voor ‘ein platz an der Sonne’ met tegenzin tegemoet gekomen. Pas in 1884, 17 jaar(!) na de stichting van het Tweede Duitse Keizerrijk, werden met Zuid-West Afrika, Kamerun, Nieuw Guinea en Togoland als Deutsche Schutzgebiete aangeworven.

Het opvolgende jaar werden de Deutsche Schutzgebiete met Oost-Afrika en Wituland uitgebreid, in 1897 werd de Chinese havenplaats Kiautschou gepacht, in 1900 Samoa en als laatste werd in 1911 Nieuw Kamerun hieraan toegevoegd. Pas tegen de tijd dat de eerste Wereldoorlog uitbrak begonnen de gebieden enigszins rendabel te worden. Na afloop van de oorlog werd Duitsland de Schutzgebiete definitief kwijt en werden ze als oorlogsbuit verdeeld onder de overwinnaars en heeft het de burgers van deze gebieden GEEN vrede, voorspoed en veiligheid gebracht!

Vandaag de dag wordt de wereld nog steeds als een plunderkolonie beschouwd door de heersers achter de macht en de wereldburgers tegen elkaar opgezet, politiek, religieus en militair. Het is nu het massaal en wereldwijd verplaatsen van mensenmassa’s die met vodjes papier in de hand als middel en wapen worden gebruikt en ingezet. Met het verdrag van Versailles werden de Deutsche Schutzgebiete door de overwinnaars tot plunderkoloniën aan hun rijken toegevoegd, het verdrag van Marrakesh is eenzelfde smerig dictaat dat geen vrede, voorspoed en veiligheid zal brengen.

 

 

Ton on Tour

Door het glas van de buitenschuifdeur zie ik hem aan zijn royale houten keukentafel zitten, koffiekopje is de hand en blik op zijn tablet, hij leest zijn digitale ochtendkrant. Nog voor ik mijn aanwezigheid kenbaar kan maken door op het raam te kloppen merkt hij me op en hij gebaart me binnen te komen door de deur open te schuiven.

“Hee, hallo! Wat leuk dat je even langs komt, wil je een kop koffie?” zegt hij “Pak een stoel en kom erbij zitten”. Ik sla het aanbod niet af en schuif een stoel richting de houtkachel in de hoek. Voor hij opstaat om de daad bij het woord te voegen duwt hij nog even twee pronte brokken hout in het vuur. “Met melk geloof ik he? Suiker had je toch al genoeg?” Hij heeft mijn vaak gebruikte woordgrap goed onthouden, suiker heb ik als diabeet al jaren meer dan genoeg.

Even later zitten we beiden in een comfortabele stoel naast de houtkachel en vragen we naar elkaars wederwaardigheden. Niet veel later gaat het gesprek over het vakantieproject waar hij mee bezig is om op te zetten. Ton, zo als zijn naam luidt, is alleenstaand en heeft er wel zin in om met een paar gelijkgestemde leeftijdgenoten een tijdje erop uit te trekken. Niet met een tentje op de rug maar met een stel mensen in een touringcar er tussenuit en de reis zelf is de bestemming.

Op een advertentie in een regionaal dagblad waren al een paar veelbelovende reacties gekomen van zowel mannen als vrouwen die er wel oren naar hebben om een maandje op avontuur te gaan. Ton zelf heeft een groot rijbewijs en was vroeger onder andere rijschoolhouder, een goedlachse kerel waarmee ik in contact kwam middels een gemeenschappelijke kennis. Een geschikte vent en – heel bijzonder – we kwamen er op enig moment achter dat we middels de capriolen van onze toenmalige partners nu zo’n 12, 13-jaar geleden een soort van gedeelde ervaring hebben.

Zonder al te veel op de details in te gaan speelde een overspelige schooldirecteur daar een bepalende rol in. Het verraste ons beiden toen jaren later onze eigen partnerervaringen naadloos in elkaar schoven en het verduidelijkte ons op slag het een en ander. Maar, dat was toen en life goes on, andere en leuke dingen hebben onze aandacht gevraagd. Leuke en spannende zaken, dingen die het leven smakelijk maken en gekruid hebben zijn daarna gevolgd, genieten met een grote G en leuke dingen doen.

Ton en ik drinken zo af en toe eens een bakje bij elkaar en zoals nu, bespreken we wat trivialiteiten en leuke plannen, zoals het vakantieplan dat hij aan het opzetten is, Ton on Tour.