Home » Columns

Category Archives: Columns

Wereld (in) Orde (ning)

Patroon, Ergernis, Effect, Hallucinatie, Bedrog

Ook al denken we van wel maar in wezen doen we -wat we doen- niet zelf uit eigen wil en wens, dat is enkel een gedachte. We kopiëren, denken, doen en handelen in feite langs in-ge-richt(e)-lijnen, apen-na en marcheren binnen het ingekaderde labyrint en kunnen daarbinnen als we willen geordend afwijken, kritisch binnen kaders anders zijn.

Wie staat er ooit een seconde bij stil dat letterlijk alles in ons leven onderdeel uitmaakt van een onvoorstelbaar uitgestrekt, ingewikkeld en vertakt netwerk en we in gezamenlijkheid in alles en overal afhankelijk zijn van elkaar. Met een vingerbeweging kan bijvoorbeeld het licht ontstoken worden door met de vinger op een knop te drukken.

Die knop alleen is al het resultaat van gezamenlijke (denk)inspanning en inzet, de ontwikkeling van het materiaal, het productieproces ervan, de aansluiting op bijbehorende hardware, de koperen bekabeling, de daaromheen aangebrachte isolatie.. alles met elkaar een verre van compleet totaal overzicht van noodzakelijke en in elkaar grijpende verbindingen die geleid hebben om te komen tot. Alles volgens Orde-ning, constante waarden verkregen en behouden volgens overeen-gekomen af-spraak, middels regel-geving, ten voordele en in dienst van.

Het is slechts een absoluut onvolledig en incompleet microscopisch voorbeeld om aan te zetten tot besef dat niets uit niets ontstaat, dat de natuur haar eigen wetten en waarde heeft en kent maar waar een klein en op economische al-macht belust deel der mensheid een eigen ordening en regelgeving heeft ontwikkelt en deze oplegt aan de overige mensheid waarbij de leugen, de list en bedrog de belangrijkste gereedschappen zijn. Oorlogen, Hongersnoden, Economisch verval, tot aan door micro-organismen vermeende virusdood & bacterie (be)dreiging toe.

Na-denken in aangelegde denk-patronen, waardoor volgens normering voorspelbaar politiek en sociaal wenselijk gedrag, denken en doen. De leugen regeert, schurken in fluwelen pakken, raddraaiers met zoetgevooisde woorden, mis-daden plegende mis-leiders, ver-leiders, zij zijn de hand-langers van de ongeziene hand achter de schermen die de on-rust, ver-vormen en kneden, sluw met leugen list en bedrog uw en onze Wereld herscheppen in de door hen gewenste Chaotische Orde-ning.

Nog maar amper op de helft

Het is woensdag 18 juli 2001, half twee in de nacht. Onrust spookt in m’n hoofd en stap vanuit m’n bed achter de computer en tik de eerste regels van dit stuk. Nauwelijks zes uur terug stierf mijn broer en honderdduizend beelden lichten blijvend op in mijn gedachten.

Mijn broer zie ik zwaar ademend op het bed in de woonkamer liggen met naast zich zijn partner die hem liefkozend over zijn bol aait en het klamme zweet van zijn voorhoofd wist. Wat een liefdevolle vrouw en wat een tederheid en tegelijkertijd ook kracht straalt er van haar uit. Dag en nacht, onvermoeibaar en met grote inzet heeft ze haar vent verzorgd en dat op een manier en wijze die overduidelijk haar grote liefde voor hem verraad en die de meeste respect verdiend.

Ik zie zijn oudste zoon en grote trots, wat heeft deze jongen toch ontzettend veel voor zijn vader kunnen en mogen betekenen, en dat niet alleen de afgelopen zes weken. In deze weken zijn de rollen van vader en zoon volledig omgedraaid. In de allerzwaarste periode van zijn leven was zijn zoon, zijn rots in de branding. Mijn broer, dusdanig verzwakt en verteerd door zijn ziekte, liet zich dankbaar en in volledig vertrouwen leiden en ondersteunen door de sterke armen van zijn zoon. Met veel liefde en onnoemelijke inzet heeft zijn zoon, samen met zijn vriendin, letterlijk dag en nacht voor hem klaar gestaan.

Ik zie zijn dochter – zijn grote knappe studiebol – die net als zoonlief en vriendin al die weken geen stap van zijn zijde week en hem verzorgde en ondersteunde waar maar mogelijk was. Niets was haar teveel en liefdevol heeft zij tot aan het einde haar vader met de hoogst mogelijke warmte omringd en verzorgd die een mens maar gegeven kan worden.

Ik zie de warmte en de liefde waarmee broerlief omringd werd, niet alleen door zijn partner, zoon en vriendin of dochterlief, maar door zovelen. Door “zien moatje” en zijn vrouw, door zijn schoonouders, zijn schoonzusje, zijn buren zijn vrienden, door hen die op elk moment van de dag (of nacht) klaarstonden! Ongelooflijk om te zien en te merken op hoeveel steun broerlief kon rekenen! Als broer ben ik daar ontzettend door geraakt en dank elk uit het diepst van mijn hart die mijn liefste broertje tot aan zijn dood toe zo geweldig heeft bijgestaan!

Samen met al deze onmisbare hulptroepen hebben wij als broers en zusters getracht een beschermend pantser om hem heen te vormen. Samen en uit alle macht die in ons was hebben we geprobeerd hem te beschermen, te helpen en te ondersteunen op onze manier en met alle middelen gevochten voor zijn genezing. Maar helaas, het mocht niet baten, ondanks alles heeft hij de strijd verloren, hier kon de liefde de dood nooit overwinnen. Het was een ongelijke en oneerlijke strijd en veel te vroeg voor hem, zijn gezin, zijn vrienden en familie.

Alléén de kinderen naar bed brengen, van school halen, nooit meer samen kunnen overleggen, nooit meer eens lekker tegen hem aan en veilig onder zijn arm liggen. Niet meer bij pappa op schoot, niet meer samen zwemmen, geen verhaaltje meer voor het slapen gaan. Zonder hem stappen, lol trappen, op visite gaan, ’n pilsje drinken, slap ouwhoeren, zijn stoel is leeg op elk feest, zelfs de Nacht is niet meer zoals hij is geweest, zijn nacht.

Maar in gedachten is en blijft hij voor altijd bij ons! Broertjelief, wie was hij eigenlijk? Wat was hij voor iemand?

Hij was de zevende in rij van totaal negen, geboren in Leek op 3 december 1950. Een belhamel, een schavuit, een levenslustige peuter die normale gezonde kwajongensstreken uithaalde. Hij was groter dan zijn meeste leeftijdsgenootjes, stak in alles met kop en schouder bovenuit en zag er daardoor ook ouder uit en tja, daardoor natuurlijk ook veel vaker de pineut!

Een knul met creativiteit en inventiviteit die een prachtige combinatie gemaakt dacht te hebben met het met uit wandelen gaan met zijn jongste broertje en tegelijkertijd fietsen met zijn vriendje. Gewoon achterop de fiets de wandelwagen erachteraan en dat was dus mijn eerste gebroken arm.

Broertjelief, als tiener van 11 – 12 jaar die ’s avonds om 7 uur nog niet thuis was, het avondeten gemist had, moe over de kook en pa over de rooie, “woar zit dat jong nou weer”? Vaderlief naar de plaatselijke chipsfabriek maar geen mens te zien, “alles dood en duuster” alleen een gigantisch grote shovel die nog over het terrein denderde met broertjelief in de cabine!

Broertjelief, de puber, achter het ‘Vraauwvolk’ aan, gewapend met een rolletje pepermunt op een wel heel specifieke plek in zijn pantalon om zo en daarmee het andere geslacht te imponeren. Als teenager van 17 de hartenbreker van menig “jonge maid” die als vliegen op de stroop afkwamen, op die knappe, goedogende en goedlachse knul! Dolverliefd was hij op de dochter van de nabuurboer en ontroostbaar toen zij met het hele gezin verkaste naar het verre Swifterbant.

Een zilveren gulden moest eraan geloven en werd door hem in tweeën gekliefd. Elk kreeg een helft en gold als tastbaar bewijs van eeuwige trouw. Jaren later was ik op bezoek in Swifterbant en het eerste wat ik onder mijn neus gedrukt kreeg door de buurboerdochter was een halve zilveren gulden en de vraag “hoe ist met je broer?”

Broer als twintiger, ondertussen de trotse vader van de twee knapste kinderen van de hele wereld, badmintonkampioen van de drie noordelijke provincies, scheurend over ’s Heeren wegen met een door hem zelf weer opgelapte barrel, van simca, eend, alfa of renault, de wilde haren langzaam aan verliezend maar nog boordevol streken. Broer de dertiger, de onvermoeibare knutselaar en alleskunner, lasser, bouwer en enthousiast motorrijder. Met omgebouwde tweewielige eenpitter – compleet met zwaailamp en sirene – achter de toerfietsers van de elektronicagigant aan, van Eindhoven naar Winschoten.

Maar ook de broer die achter in de dertig in emotioneel zwaar vaarwater terecht komt. Zijn jarenlange relatie strandt en komt bijna letterlijk en figuurlijk alleen tot stilstand. Hij mist zijn kinderen ontzettend en de steun die hij op dat moment zo hard nodig heeft krijgt hij van mensen die bijna op de vingers van een hand zijn te tellen. Het is Kerst en ik zit met hem in zijn nieuwe huurwoning en terwijl de rest van Nederland geniet van een glas wijn en een goede maaltijd schrapen wij samen de lijmresten van vorige bewoners van het beton, leggen tapijttegels, bikken de keukenmuren af en schuren en schilderen of ons leven ervan af hangt, het verdriet wordt letterlijk weggewerkt, geen stille nacht of rustige Kerst voor zijn buren.

Zo om de paar dagen draai ik zijn voordeur open, zet koffie voor hem klaar, smeer zijn broodje, schil wat aardappels en de groente, maak zijn bed wat toonbaar en bemoeder hem zo goed en kwaad als ik kan. Tot ik op zekere dag zijn bed opgemaakt en al aantref en met een ontzettend lief briefje op zijn kussen. Nu is het tijd om te gaan, ik ben hier niet meer nodig en gooi zijn sleutel bij het weggaan door zijn brievenbus.

Broer de veertiger, vind zijn geluk met zijn Rolling Stones prinses, de afzender van dat briefje. Hij leeft weer helemaal op, geniet weer volop van het leven met haar aan zijn zij en samen met haar komt er een groep nieuwe fijne en leuke mensen in zijn leven. Samen op vakantie, dingen kunnen doen die hij voortijd nooit voor mogelijk had gehouden, heeft gekund of misschien heeft durven doen, een nieuw gezinnetje stichten, en verdomd als ’t niet waar is, alweer een lot uit de loterij, alweer twee van de knapste kinderen ter wereld, een eigen huisje en eindeloos gelukkig zijn.

Broer de vijftiger… ik wou dat ik hier een halfuur over mocht praten, maar helaas het mag niet zo zijn. Zijn vijftigste verjaardag heeft hij en hebben wij nog samen mogen vieren in het IJsbaangebouwtje met borden langs de weg en bij de ingang:

“Broer 50 linksaf”, “Stempelpost”, “hier kluunen” en wij met een stel ouwe Friese doorlopers om de nek naar binnen sjokken, hapje en een drankje halen en raden wie van de twee ten tonele verschenen Sinterklazen de echte en nuchterste is. Het is feest, broerlief is op de helft, nog vijftig vakjes leeg op zijn stempelkaart.

Die broer van mij, ik zie hem nog zo voor me, die grote joviale, intelligente en knappe vent.

De creatieve, inventieve, handige en behulpzame kerel, hij draaide zijn hand nergens voor om, een echte alleskunner! Metselen, tegelzetten, dakdekken, stroom aanleggen, aanhangers ontwerpen en lassen, auto’s repareren, meubels maken, computers in elkaar zetten, een giga-eerstehulp hotline! Een probleem? Bel broer, hij wist wat te doen en als je niet oppaste stond hij met vijf minuten voor je deur om het voor je toe doen. Een harde werker en hij had de schurft aan mensen die “bie de minste of geringste klapscheet bie de keet blieven”.

Ik zie broerlief, af en toe ook teleurgesteld in mensen. Niet omdat hij wat terug vroeg of verwachtte maar omdat hij meer dan eens zijn neus stootte, zich gebruikt voelde, dan voelde hij zich niet meer dan een nummer, een salarisnummer, en werd hij in de steek gelaten op die momenten dat hij hen een keer nodig had. Broerlief, gelukkig met zijn prinses en met zijn oogappeltjes. Veel te vroeg kwam voor hem het einde, hij was nog lang niet klaar met zijn leven, hij had nog zoveel te doen, nog zoveel plannen, hij was nog maar op de helft.

Drieënveertig jaar mocht ik hem mijn broertje noemen, was hij mijn liefste broer, na drieënveertig jaar vertrok hij voor altijd, zwaaide ik, zwaaiden wij ‘m uit, wensten we hem een goede reis en een behouden aankomst. Samen met al die anderen mis ik hem, nog steeds, ook nu na twintig jaar.

Über den Wolken…

.. ligt een – op vlieghoogte – voor mij onbekend (begrenzend?) netwerk. Wie het weet mag het zeggen. Gegevens: 27 mei 2019, 15.00 uur, foto maakt deel uit van een serie die ik persoonlijk schoot vanuit het vliegtuigraam, ter hoogte van het Franse Roulans, op de grens van Le Puy. Een anomalie, een rasterwerk dat zich uitstrekte zover het oog kon zien, dat statisch op /net in het wolkendek leek te liggen terwijl het vliegtuig daar overheen vloog. Verklaring?? Boven ons geen hangend rasterwerk o.i.d. dat zonlicht tegenhield.

Über den Wolken… muss die Un-Freiheit wohl unsichtbar und grenzenlos sein??

Prachteg waark om te doun!

“Neem maar ergens plaats” zegt hij en wijst uitnodigend naar de grote, door stoelen omringde, vergadertafel in zijn werkkamer. “Ik haal eerst koffie, alleen melk geloof ik he, suiker had je al zat, toch?” waarna hij de kamer uit schuift en op cafeïnejacht gaat. Die woordgrap heeft Jurrie goed onthouden denk ik bij mezelf.

’t Is jaren terug dat ik dat woordknutsel introduceerde, zeker 20 jaar geleden, maar we kennen elkaar al jaren, ik denk zelfs een dubbel aantal jaren. Terwijl Jurrie ergens in de gemeentelijke catacomben een koffiedeal aan het regelen is gaan mijn gedachten terug in de tijd om daarna nog vele jaren verder achteruit te dwalen.

Zesenvijftig jaar terug rees Jurrie Nieboer uit de Oost-Groninger klei omhoog, bracht de helft ervan door in de Westerleese binnenlanden en trok voor de liefde naar het Oost-Groninger Koopmansstadje. In Winschoten, de hoofdstad van het Oldambt, het stadje waar hij zijn beroepsopleidingen volgde, toog hij aan het werk en ontwikkelde hij zijn vaardigheden en talenten. Ooit begonnen als technicus in het beton schoof hij door in de productie van het karton, bouwde tussendoor als regiomanager bij een Winschoter uitgeverij mee aan het verkoopnetwerk om uiteindelijk als mede-eigenaar door te schuiven in de directiezetel van een handelsonderneming in auto-electronica. Een hele mond vol, maar in wezen een momentopname van wat deze breed georiënteerde alleskunner reeds op zijn bucketlist afgevinkt heeft.

Wachtend op Jurrie en de koffie denk ik aan het moment van even tevoren. Toen hij met een glimlach op ‘t gezicht de voordeur van het slot draaide zat ik al een tijdje bij Mecca voor het Gemeentehuis op het bankje. Heel wat jaartjes daarvoor zag ik hem op het pleintje voor ’t Gemeentekasteel achter een marktkraam staan, samen met zijn vrouw Heddy Smit was hij vol vuur en enthousiasme een Groninger politieke partij aan het promoten. Gedreven, betrokken, vol energie en positief ingesteld, dat is zoals ik hem al die jaren ken en hij ook door de Oldambtsters gekend wordt, een man met een missie en doel.

Hij kon mij niet overhalen om me bij zijn politieke club aan te sluiten, als Vrijdenker ben ik sowieso lastig te parkeren in welke politieke richting dan ook. Zijn inzet (eigenlijk eerder hun inzet, want Jurrie en Heddy zijn een gouden koppel) heeft zijn Partij voor het Noorden groot gemaakt in het Oldambt. Van het kraampje voor de muren van het Gemeentekasteel leidde het tot politieke invloed en macht binnen de muren. Met drie zetels zit ‘zijn’ partij nu in het Oldambtster College en behartigt daarin het belang van alle Oldambtsters. Een Partij voor het Noorden, die behalve actief in het Oldambt ook actief is in de Provinciale Staten en volgend jaar ook in de Stad zelf haar vleugels gaat uitslaan. Politiek gezien ben ik niet-thuis in deze of welke andere partij dan ook, ik heb meer met mensen en kan het waarderen als mensen ergens voor staan, rechte rug tonen en zich uitspreken.

Een week-en streekblad kopte enige weken terug op de voorpagina dat Wethouder Nieboer een vernieuwde brugverbinding had geopend. Geweldig! Wethouder.., dat wordt je niet zomaar, dat moet je kunnen, dat moet je willen en daar moet je wel iets voor doen. Zo ken ik Jurrie nog van vele jaren terug als werknemer van mijn streektaaluitgeverij, toen ook al een man van veel kwaliteiten. Ik ken hem als oprichter van de lokale radio omroep Scheemda en zoveel andere dingen meer, het papier is gewoon te klein en het aantal letters te omvangrijk om alles te beschrijven. Diezelfde Jurrie die nu aan de behoorlijk gevulde portefeuille een vette kluif heeft, waarin o.a. Jeugdzorg, Cultuur, Onderwijs, Ruimtelijk Beheer, Erfgoed, was tot voor kort aan ’t werk achter de burelen van Afeer.

Vanaf 1 februari dit jaar is hij van plaats en plek gewisseld, is zijn plek nu achter het bureau met daarvoor de vergadertafel waar ik met schrijfblok en pen op hem en de koffie wacht. “Hier is de koffie” zegt Jurrie als hij de kamer weer binnenkomt en op de stoel achter zijn bureau plaats neemt. We nemen samen een slok van onze koffie en over zijn bureau naar voren buigend steekt Wethouder Nieboer gepassioneerd van wal, de eerste woorden zijn veel en alleszeggend – “Prachteg waark om te doun!”

Thutraaijnofnotjoek

Bristol - Lodekka Dubbeldekker bus - 1957 - Catawiki

Om over de plas te komen was al een avontuur op zichzelf, niets pakte uit zoals gepland en uitgerekend. Autopanne en veerbootpech en duizend dingen meer, die zeker achteraf bezien de hele onderneming tot een prachtig ervaringsverhaal hebben gevormd.

Als voorzitter en cluboprichter van een Brits auteur en boekenheld hadden we in kwartetvorm onze neus laten zien. Een bijzonder enerverend weekend dat drieëndertig jaar geleden op een zondag eindigde in een terugreis.

Tot aan Waterloo Station was het goed verlopen, Engelse literaire vrienden hadden ons bij het station afgezet. Na diverse Cheerio’s stapten wij het perron op waar ons duidelijk gemaakt werd dat de Treejn naar de boot niet vertrok, maar Waterloo was niet ons Waterloo, alle reizigers werden per touringcar naar de boot bevorderd. Even buiten het station stond een colonne reisbussen opgesteld en aan het eind ook een Rode Londense dubbeldekkert. Dat leek Winnifred en mij de leukste manier om naar de haven gebracht te worden.

We waren Lucky, we konden helemaal voorin en bovenin plaatsnemen, wat een uitzicht. Ik had nog nooit in een rijdend exemplaar gezeten, dus voor mij een Maidenvoyage. De colonne bussen zette zich in beweging met onze Rode Dubbeldekkert als hekkensluiter. De rit door Londen was wel interessant maar ik was er niet rouwig om daar niet dagelijks te hoeven vertoeven.

Na enige tijd was de city achter-, en de open countrysite voor ons. De buscolonne had zich onderhand van onze dubbeldekker gelost en met zwaar brommend geluid broemden wij aan de verkeerde kant de boot tegemoet. Het bleek niet alleen voor ons een avontuur te zijn, voor de linkshandige chauffeur was het denkelijk zijn eerste Tour of Duty.

Het werd steeds later, de zon was druk bezig zijn biezen te bakken en de schemer viel in terwijl de Dubbeldekkert zwaar brommend zijn weg vervolgde. Ergens was er denkelijk een afslag over het hoofd gezien en werd de omgeving steeds landelijker, de wegen steeds smaller, mooier en glooiender. Het werd er ook steeds krapper op en we trokken bovenin gezeten af en toe de knieën op als de Dubbeldekkert zichzelf dwars door een paar bomen leek te ploegen. Dat kon volgens ons nooit goed komen, dit was toch zeker niet de weg naar de boot, volgens ons waren we Totaly Lost.

Zwaar brommend en grommend kwam de Dubbeldekkert uiteindelijk tot stilstand op een zanderig pad naast een van de vele Lakes die dat Rot(s)eiland telt. Een paar behulpzame Farmers met hun trektuig wist ons weer vlot en On the Road te trekken en wonder boven wonder bleken we niet zo heel ver meer van de Safe Haven af te zijn. De boot lag er nog, men had op ons laatkomers gewacht en nadat de businhoud de loopplank op en het schip ingelopen was werd het anker gelicht en vertrok het richting vasteland.

Belangstellend naar waar we al die tijd geweest waren vroeg men ons naar het hoe en waarom. Een van de passagiers hoorde ik ergens achter ons in zijn beste steenkoolengels verklaren dat er geen trein vertrok. Het klonk wel grappig, maar ik vroeg me in alle ernst af of de overvarende Britten hout konden maken van … Thutraaijnofnotjoek?

Karin de Schooltuinjuf

Enthousiast is ze aan de slag in de pas verhuisde stadstuin aan de Winschoter Torenstaat. Gehurkt tussen de fors uit de kluiten gewassen aardappelen is Karin Starke – een bruisende onderwijzeres van 33-lentes jong – helemaal in haar element.

De spontaniteit spettert er werkelijk vanaf en met veel vuur doet deze brunette haar leuke plannen uit de doeken. Karin, dochter van de bij veel Oldambtsters nog welbekende bankdirecteur, doet tussen het opkomend gewas vrolijk en ongedwongen haar verhaal.

De veelzijdige en creatieve Karin had in haar jongere jaren geen uitgesproken voorkeur wat betreft het beroep dat ze later wilde uitoefenen als ze groter gegroeid zou zijn. Op voorstel van moederlief doorliep ze de PABO, liep een jaar stage op Curaçao en tien jaar terug werd ze beloond met haar onderwijsacte. Het werd vervolgens geen baan in de Groningse Binnenlanden maar toog de avontuurlijke globetrotter al na wee maanden naar Corn Island, een eiland voor de kust van Nicaragua.

Een daar woonachtig gezin uit het Groningse Marum was op zoek naar een leerkracht voor de kiddo’s. Het sollicitatiegesprek vond plaats voor de tap van De Drie Gezusters in de Stad, het gesprek verliep goed en het klikte uitstekend tussen haar en het gezin. Het in eerste instantie geplande halfjaar werd een paar jaren en eind 2017 zette ze weer voet op Oost Groninger bodem. Het was eerst even acclimatiseren, het leven ‘daar’ is zo anders dan ‘hier’, ze moest gewoon wennen aan de leefregels en geldende procedures in de Groningse Negorij. Dat je je hand bijvoorbeeld moest opsteken om aan te geven dat je mee wilde rijden, de bus hield niet vanzelf stil bij de halte. Contactloos betalen was ook een nieuw en onbekend gegeven, maar het geld vond uiteraard snel genoeg en vanzelf zijn weg.

Op de Internationale School in de Stad – in Helpman – staat ze nu de meeste dagen van de week voor de klas en is daar helemaal op haar plek. Haar collega’s hebben net als Karin ruime ervaring opgedaan in het buitenland en heeft ze een vaste groep. Haar opgedane ervaringen aan de andere kant van de oceaan en stadstuininitiatieven in de stad brachten haar op het idee om ook in Winschoten een schooltuin uit de grond te trekken. Ze benaderde de directrice van de Maranathaschool, kwam in contact met Jaap-van-het-stadsgroen, Marc-van-de-Blauwe-Stad en de wethouder Jurrie-die-de-Oldambtster-jeugdzaken in zijn portefeuille heeft.

Met de kinderen, ouders, vrijwilligers en teamleden van de Marantaha is ze onderhand aan de slag gegaan, de handjes kwamen uit de mouwen en wapperend werden de klaarstaande plantjes in de grond gepoot. Samen doen, samenwerken is het leukste, uitrekenen hoeveel plantjes op een rij geplant worden en naast een schat aan natuurkennis wordt tegelijkertijd ook de woordenschat vergroot. Na afloop samen aardbeitjes uit de tuin plukken en eten, met zijn allen zinnig bezig en dat onder de bezielende leiding van Karin de Schooltuinjuf.

Ik huif hier nait weg..

“Ik ben hier gelukkig, samen met mijn vrouw Douwina en zoons Bas en Dennis wonen wij hier goed. In 2004 zijn we hier komen wonen, een prima plek die ons precies past, we zijn hier gelukkig”.

Aan het woord is buurtgenoot Richard Glazenborg, een goedlachse ondernemer en een 46-jarige kerel uit een stuk die al jaren als rijschoolhouder stevig aan de weg timmert.

“We wonen hier prima, overal zitten we vlak bij. De nieuwe school zit achter ons huis, het openluchtzwembad twee straten verderop, de sporthal net zo. Op vijf minuten lopen is werkelijk alles, supermarkten, bouwmarkt, bakker, noem maar op, Scheemda heeft een bloeiende middenstand en voorziet in alles. De dokter, apotheek het nieuwe ziekenhuis en dat alles op loopafstand. Het treinstation, de buslocaties en uiteraard een prima ontsluiting via de A7, voor mij als rijschoolhouder is dat echt perfect, mijn cursisten komen niet alleen uit het Oldambt maar ook ver daarbuiten.”

Net als de overige buurtbewoners is ook Richard verrast door de manier van aanpak door Acantus. Dat woningen geen eeuwig leven hebben is logisch, net zo logisch dat bij geen of gebrekkig onderhoud altijd verval intreed. Al jaren is het enkel lap en plakwerk, ongeacht hoe vaak de huurders aan de bel trekken, de uitgedachte plannen hebben al jarenlang een grote negatieve wissel getrokken. Dat er plannen zijn dat is overduidelijk, maar wat ze inhouden, dat blijft achter de schermen verborgen tot het moment dat er een beslissing genomen is, als er beslist wordt over de buurt en de bewoners.

Dat sloop van de 180 sociale huurwoningen een van de opties is, is eigenlijk absurd. Er is een steeds groter wordend woningtekort, op elke leeg komende woning in deze buurt komen al snel 250 gegadigden af. Ook geen wonder, mensen met kinderen zitten hier precies goed, het zijn ruime huizen, betaalbaar en flink wat speel- en tuinruimte rondom, waar vind je dat nog.

“Wat ik niet snap is dat ze wel een groot ecologisch onderzoek plegen want dat er iets gaat gebeuren is wel duidelijk. Het geeft negatieve gevolgen voor de gierzwaluwen en vleermuizen, die zijn beschermd, daarvoor loopt nu al meerdere avonden een heel team door de buurt. Waarom wordt ons niets gevraagd? Wat is er zo moeilijk aan om ook een team langs de 180 huisdeuren te laten gaan, tellen wij als mens niet meer mee? Ons welzijn is hen worst? Wat houden de plannen nu precies in? Wees open en eerlijk, wees transparant en communiceer met ons. De woningen renoveren en achterstallig onderhoud wegwerken? Graag, wij zijn er niet op tegen, kom maar op, bouwvakkers welkom.”

“Maak er weer een prima onderhouden buurt van waar elk naar tevredenheid kan blijven wonen, dit is een prachtig gelegen buurt, ik bin hier gelukkig, ik huif hier nait weg..”

‘You’ll own nothing and you’ll be happy’.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-8.png

De in 1862 in Sankt Vith geboren Silvio Gesell was een maatschappelijk betrokken mens. Hij werd omschreven als sociaal hervormer en financieel theoreticus, de bekende econoom John Maynard Keynes noemde hem een anti-marxistisch socialist. Gesell noemde zichzelf liever een Freiwirtschaftler (Vrij-econoom)

Gesell was van mening dat het welzijn en welvaart van de mens in sterke mate afhankelijk was van het geldende economische systeem, een systeem dat een kleine machtselite door middel van enkele simpele wetten compleet controleerde. Gesell zag rente op ruilmiddelen en bodemrente als belangrijkste elementen die elke vorm van rechtvaardige welvaartsverdeling in de weg stond.

Om (wereldwijd) te komen tot een eerlijke welvaartsverdeling moesten – volgens Gesell – alle wettelijke en overgeërfde voorrechten afgeschaft worden. Daarnaast mocht geld alleen nog dienen als ruilmiddel, niet als spaarmiddel en mocht/kon het net als de waren of diensten waarvoor het als ruilmiddel werd ingezet een beperkte geldingsduur hebben.

Geld moest een maximale houdbaarheidsdatum meekrijgen, grondspeculatie moest verboden worden en onder het nastreven van eigenbelang zou een vrije en eerlijke concurrentie gelijke kansen voor iedereen moeten bieden.

Door het ontbreken van onrechtmatige of onverdiende rente zouden de minder begaafden en geslaagden niet bijdragen aan de resultaten van de meer begaafden en actieven. Voor allen zou voldoende (ruil) middelen beschikbaar zijn. Gesell was van mening dat het ruilmiddel geld de mens moest dienen en niet beheersen en dat daarom de geldhoeveelheid door overheidscontrole gereguleerd en vrij moest zijn (Freigeld).

Dit laatste is niet in het belang van de kleine geldelite die geen concurrentie wenst op dat gebied, ZIJ bezit absolute en onvoorstelbare macht in het geldwezen. Vandaar ook dat deze elite van ganser harte de utopistische Duitse econoom Karl Marx ondersteunde die in feite een bezitloze massa voorstond en waar alle bezit onder controle gesteld werd van de staat, c.q. een uitverkoren elite.

Zonder welwillende ondersteuning van het – ogenschijnlijk tegenstrevende – Grootkapitaal zou Daß Kapital niet in die oplage en al zeker niet in al die vertalingen verschenen zijn als het geval geweest is en zou het zéker niet dié invloed hebben gehad op de brede volksmassa. Toen in 1918 de Eerste Wereldoorlog op zijn einde liep verscheen in de Berlijnse krant Zeitung am Mittag de navolgende haast profetische bijdrage van Gesell’s hand:

‘Ondanks de heilige belofte van de naties om oorlog voor altijd uit te bannen, ondanks de roep van de massa’s “Nooit meer oorlog!” en in het gezicht van allen die hopen op een betere toekomst, moet ik het volgende stellen: als men volhardt in het huidige monetaire stelsel – de door interest aangedreven economie – durf ik vandaag nog te voorspellen dat het geen 25 jaar zal duren voor we een nog veel ergere oorlog zullen meemaken.

Evenals in vroeger tijden zullen pogingen worden ondernomen om vreemde gebieden te annexeren en voor dit doel zullen wapens worden vervaardigd met als rechtvaardiging dat dit tenminste werk geeft aan de werkelozen. Wilde revolutionaire bewegingen zullen zich vormen onder de ontevreden massa’s en er zal een giftige bloem van extreem nationalisme bloeien. Tussen landen zal geen wederzijds begrip meer zijn en uiteindelijk kan dit slechts leiden tot oorlog’.

Zoals voorspeld ontbrandde binnen 25 jaar – in 1939 – de opvolgende wereldoorlog, miljoenen vonden de dood en crepeerden nadien. De geldbaronnen hadden zichzelf daardoor en nadien als nooit tevoren de macht toegeëigend.

Nauwelijks honderd jaar later – in 2020 – is een nieuw hoofdstuk ingezet en wordt onder supervisie van Klaus Schwab, de opperpriester van het World Economic Forum, een nieuwe en alles onderdrukkende en vrijheid berovende religie opgelegd met als doel u gelukkig te maken met niets.

Economische uitsluiting en uitbuiting is het handelsmerk van dit smerige beest, gevolgd door honger en ontberingen met uiteindelijk ellende en vernietiging. Rattenvangers 2.0 voorop, de massa navolgend, ziende blind en horende doof in opperste vervoering zingend . ‘You’ll own nothing and you’ll be happy’.

Du besitzt nichts und bist glücklich!

Silvio Gesell: The 'Strange, Unduly Neglected Prophet' Who Hated Money –  Brewminate

Silvio Gesell, geboren 1862 in Sankt Vith, war ein sozial engagierter Mensch. Als Sozialreformer und Finanztheoretiker beschrieben, nannte ihn der bekannte Ökonom John Maynard Keynes einen antimarxistischen Sozialisten. Gesell nannte sich lieber Freiwirtschaftler

Gesell glaubte, dass menschliches Wohlergehen und Wohlstand stark vom herrschenden Wirtschaftssystem abhingen, einem System, das eine kleine Machtelite durch ein paar einfache Gesetze vollständig kontrollierte. Als wichtigste Elemente, die einer gerechten Vermögensverteilung im Wege standen, sah Gesell den Zins an Tauschmitteln und den Boden rente.

Um eine gerechte Verteilung des Reichtums (weltweit) zu erreichen, mussten laut Gesell alle gesetzlichen und erblichen Privilegien abgeschafft werden. Außerdem durfte Geld nur als Tauschmittel, nicht als Sparmittel dienen und ebenso wie die Waren oder Dienstleistungen, für die es als Tauschmittel verwendet wurde, eine begrenzte Gültigkeitsdauer haben.

Geld musste ein maximales Verfallsdatum erhalten, Grundstücksspekulation musste verboten werden und freier und fairer Wettbewerb sollte aus Eigennutz allen gleiche Chancen bieten.

Ohne illegitimes oder unverdientes Interesse würden die weniger Begabten und Erfolgreichen nicht zu den Ergebnissen der Begabteren und Aktiveren beitragen. Ausreichende (Austausch-)Ressourcen wären für alle verfügbar. Gesell glaubte, dass das Tauschmittel Geld dem Menschen dienen und nicht der Kontrolle dienen sollte und dass daher die Geldmenge durch staatliche Kontrolle reguliert und frei sein sollte.

Letzteres ist nicht im Interesse der kleinen Geldelite, die in diesem Bereich keinen Wettbewerb will, sie haben absolute und unvorstellbare Macht im Finanzbereich. Deshalb unterstützte diese Elite von ganzem Herzen den utopischen deutschen Ökonomen Karl Marx, der in der Tat eine besitzlose Masse vertrat und alles Eigentum unter die Kontrolle des Staates oder einer auserwählten Elite stellte.

Ohne die wohlwollende Unterstützung des – scheinbar widersprüchlichen – Großen Kapitals wäre Daß Kapital nicht in dieser Ausgabe und schon gar nicht in all diesen Übersetzungen erschienen, und es hätte sicher nicht so einen Einfluss auf die breite Masse der Menschen. Als der Erste Weltkrieg 1918 zu Ende ging, veröffentlichte die Berliner Zeitung am Mittag folgenden fast prophetischen Beitrag Gesells:

„Trotz des heiligen Versprechens der Nationen, den Krieg für immer zu verbannen, trotz des Rufes der Massen: ‘Nie wieder Krieg!’ und angesichts all derer, die auf eine bessere zukunft hoffen, muss ich sagen: wenn man im gegenwärtigen geldsystem – der zinswirtschaft – beharrt, wage ich heute die Prognose, dass es keine 25 Jahre dauern wird, bis wir einem viel schlimmeren Krieg gegenüberstehen.

Nach wie vor wird versucht, fremde Gebiete zu annektieren und Waffen zu diesem Zweck herzustellen mit der Begründung, dass dies zumindest Arbeitslosen Arbeit verschafft. Wilde revolutionäre Bewegungen werden sich unter den unzufriedenen Massen bilden und eine giftige Blume des extremen Nationalismus wird blühen. Es wird kein gegenseitiges Verständnis zwischen den Ländern geben und am Ende kann es nur zu Krieg führen.”

Wie vorhergesagt, entzündete sich innerhalb von 25 Jahren – im Jahr 1939 – der darauffolgende Weltkrieg, Millionen kamen dabei um. Die Geldherren hatten die Macht wie nie zuvor, und danach an sich gerissen.

Kaum hundert Jahre später – im Jahr 2020 – hat ein neues Kapitel begonnen und unter der Aufsicht von Klaus Schwab, dem Obersten Priester des Weltwirtschaftsforums, wird eine neue und alles unterdrückende und freiheitsraubende Religion auferlegt mit dem Ziel, dich mit nischts glücklich zu machen.

Wirtschaftliche Ausgrenzung und Ausbeutung ist das Markenzeichen dieser dreckigen Bestie, gefolgt von Hunger und Not mit schließlich Elend und Zerstörung. Rattenfänger 2.0 vorn, der Menge folgend, blind sehend und taub in höchster Ekstase singen hören, Du besitzt nichts und bist glücklich, You own nothing and be happy!

Invalidata…

Veel van mijn (facebook) vrienden weten mijn naam op de een of andere manier wel te verbinden aan oorlog, geschiedenis en iets met Vredesonderwijs. De koppeling met Vrijdenken is bij velen ook niet onbekend, maar wat dat precies mag zijn is vaak afhankelijk van de eigen politieke of religieuze overtuiging.

Voor de massa ook niet zo interessant. De een vult daar ruimer-denken voor in, een ander plant me naar eigen denkkader en programma in de linkse(radicale) hoek, terwijl een ander juist vind dat ik in een tegenover gesteld hokje moet passen. Ik schrijf zo nu en dan ook nog wel eens iets maar lang niet zoveel meer als in het verleden.

Tientallen jaren onderzoeksjournalistiek zijn er de oorzaak van dat ik niks voor absolute waarheid aanneem. Voor mij is waarheid een existerend begrip maar niet uniek en enig en vormt het samen met de leugen een onlosmakelijke werkelijkheid.

Waarheid .. welke wilt u hebben? Er zijn miljarden waarheden en allemaal even waar en ook weer verschillend van elkaar en geen enkele is exact gelijk aan de andere. Je zou haast kunnen zeggen dat er een unieke individuele waarheid bestaat, puur persoonlijk en met de leugen is het idem dito, net zoveel leugens als er mensen zijn.

Miljarden leugens en variaties daarop die samen met al die evenzo ontelbare waarheden de werkelijkheid vormen waarin wij leven. Een werkelijkheid die ons als een soort van regenboog omgeeft waarin geen enkele kleur, geen enkele waarheid, geen enkele leugen absoluut is.

Er is niet een kleur, er is niet een leugen, er is niet een waarheid die absoluut is en het is daarom ook in ieder-mens-belang om goed zicht te hebben en te kunnen krijgen van alle alle kleuren van de regenboog, kennis te hebben van zoveel als mogelijk (on)waarheid want je wordt voorgelogen waar je bijstaat.

Leugen en bedrog brengt altijd en eeuwig dood en ellende voort met economische, militaire en politieke oorlogen tot gevolg. Daarom ook is het absoluut van levensbelang. Kennis en weten is inzicht en is gelijk aan macht. Wie in de toekomst wil kijken moet kennis hebben van het verleden, en NIET alleen van het politiek gewenste verleden, gekleurd door enkele waarheden die tot absoluut en enig verklaard zijn, want daar gaat de mensheid al eeuwen lang finaal de mist in, daarin wordt ze des-kundig mis-leid.

Onze kennis, ons weten, wordt natijd en achteraf gevormd, we lezen-na en horen achteraf de verklarende waarheid van het wat en ellendige waarom, maar nooit door de verslagenen maar door de overwinnaars. Niet de absolute waarheid, maar de zegevierende moorddadige brutaliteit. Het dodelijke web vol misleiding en bedrog dat al eeuwen als onzichtbaar wapen op de achtergrond wordt ingezet is zo simpel, zo eenvoudig haar werk kan doen is eigenlijk te triest voor woorden.

In een paar woorden uit de doeken doen is voor de vol-leerde mens aardig lastig omdat het niet past in het denkpatroon waarmee de mens geladen is. Zolang als de mens denkt dat ze ZELF denkt, terwijl ze enkel en alleen NA-denkt en NA-doet met wat in het gekend denkpatroon gevormd is, zullen alle andere vormen van informatie die niet daarin passend zijn niet landen.

Het is misschien wel te vergelijken met een afwijkend schrift uit oude en vergane beschavingen en tijden die nu niet-herkend en onleesbaar is. Hoe vaak de tekens ook overgelezen of bekeken worden, de daarin opgeslagen kennis en weten wordt niet opgenomen. Neem een softwareprogramma, een programma dat geschreven is om de computer te laten rekenen, dat is ook wat het goed kan en zal doen, maar om met behulp daarvan een symfonie te componeren zal slecht uitpakken, falende input, de data matcht totaal niet.

Wat volgens programma wel als on-(be)grijpbaar en on-logisch gezien wordt, kan wel herkend worden, het woord hoerenmaagd is bijvoorbeeld een zich in tegenspraak verkerende term, oftewel in goed Gronings ‘Contradictio in Terminis’.

Een niet-liegende en absoluut en enige waarheid sprekende politicus is dat idem dito, in dienst van de mammon is liegen hun hoofdvak, maar… toch gelooft de mensenmassa deze bedriegers op hun onzuiver woord. Beroepsleugenaars die de vrede preken maar aankoersen op de dood.

Wie in hen gelooft bedriegt zichzelf, wie deze charlatans vertrouwt die zal niet eeuwig leven, erft geen wereldvrede, gaat de aarde niet redden van opwarming of ondergang en wordt evenmin beschermd en gered van een virus. Er is sprake van een on-ge-kende kennis crash, een kortsluitende input, fatale error.. Invalidata